Japandroids - Jeugdig hart

Botanique, 27 april 2017

Het laatste optreden van Japandroids op het Europese vasteland moest er één worden dat kon tellen. Als je dan met een goed gevoel en een wild kloppend hart de zaal verlaat, weet je dat het goed zat.

Het leek wel of frontvrouw en zangeres Kylee Kimbrough van voorprogramma Dasher de kerels op de eerste rij ging verslinden. Zo intens was haar blik en de bijpassende performance dat ze zelfs de snare van haar drumstel omverkeilde. Vanaf de eerste golf feedback die uit de gitaren werd gegeseld, was duidelijk dat deze band het mes tussen de tanden had en er niet voor zou terugschrikken om het te gebruiken. Met een kruising van The Ramones, Sonic Youth en The Stooges deden zij de noise ontploffen in de Rotonde waarbij Kimbrough haar stem teisterde en de teksten krijste en gilde. Ideale opener voor wat nog komen moest.

Het heeft een tijdje geduurd voor die derde plaat van Japandroids er kwam, maar gitarist Brian King en drummer David Prowse hebben de geschillen intussen uitgepraat en kunnen het duidelijk weer met elkaar vinden. Dat werd eigenlijk al duidelijk vanaf de eerste maten van opener Near To The Wild Heart Of Life, toen King resoluut zijn maatje opzocht en de twee elkaar recht in de ogen keken. De chemie zat alvast goed, iets wat tot op het laatste moment zou doorschemeren, toen King tijdens The House That Heaven Built bovenop de basdrum belandde.

Dat er opnieuw lol werd getrapt op het podium, bleef de hele set lang doorschemeren. De twee riepen elkaar voortdurend dingen toe en lachten er hartelijk om toen King in zijn enthousiasme de microfoonstandaard wegsloeg tijdens “very old song” Wet Hair.

Hoewel de derde plaat absoluut eigen kwaliteiten heeft, blijven wij de voorkeur geven aan het vroegere, meer punky werk als Young Hearts Spark Fire, waaruit nog steeds de bruisende jeugd spreekt in teksten als “I don't want to worry about dying / I just want to worry about those sunshine girls”. Heel even voelden ook wij die vonk weer oplaaien.

Intussen werkte het tweetal zich door een set met uiteraard veel nieuw werk waaruit wij met plezier In A Body Like A Grave als één van de hoogtepunten pikken, hoewel elkeen van de aanwezigen ongetwijfeld zijn eigen favoriet had, hetgeen werd uitgedrukt in pogosessies, die willekeurig ontstonden in de halve cirkel van de rotonde.

Dan kan je gaan zeuren dat het geluid van een duo soms wat dunnetjes klinkt, dat de songs telkens weer behangen werden met een wohoho-koortje of dat de stem van King aanvankelijk – uiteindelijk werd de microfoon vervangen – niet helemaal tot bij het publiek geraakte, maar als je dan zag dat tijdens de afsluiter het publiek van alle kanten, de vuist in de lucht, die koortjes beantwoordde, bedekken wij dergelijke puntjes van kritiek graag met de mantel der liefde.

Want al bij al kwam je met een opgelaten hart en een boost van energie uit de zaal, klaar om in het weekend het bloed opnieuw te voelen kloppen in de aderen.

28 april 2017
Patrick Van Gestel