J Net geen hoogmis

Sint-Barbarakerk, Gent
J
Net op het moment dat we beslist hadden nooit nog vrijwillig een voet in een kerk te zetten, kwam Jóhann Jóhannsson op het lumineuze idee om een tour te ondernemen die hem enkel en alleen in kerken of kathedralen zou brengen. Zo ook de prachtige, maar onbekende Sint-Barbarakerk in Gent.

Jóhann Jóhannsson is één van de grote Ijslandse namen. Hij staat ondermeer aan het roer van het alom geprezen elektronica-gezelschap Apparat Organ Quartet, maar verwierf ook faam als oprichter van Kitchen Motors, een label dat veel verder gaat dan enkel muziek maar zich bezighoudt met zowat elke vorm van kunst. Jóhannsson is eveneens producer en schrijft niet enkel voor zichzelf maar ook voor documentaires, films en theater.
 
Solo maakt hij een unieke mengeling van hedendaagse klassieke muziek met elektronica. Een combinatie die niet nieuw is, maar waar Jóhannsson gelukkig wel een eigen draai aan weet te geven. In Gent kwam de sympathieke negenendertig jarige creatieveling zijn vierde langspeler ‘Fordlândia’ voorstellen. Die plaat verschijnt pas op drie november dus veel herkenbaar materiaal kregen we niet te horen. Bij Jóhannsson is dat uiteraard sowieso relatief want al snel zou blijken dat het nieuwe werk in het verlengde ligt van wat we al kenden.
 
De context van een grote, kille kerk leent zich uiteraard perfect voor de muziek van Jóhannsson. Harde houten banken hadden plaatsgemaakt voor opeengepakte plastieken klapstoelen en het altaar werd vervangen door een podium. Op dat podium Jóhannsson aan de toesten vergezeld door vier strijkers en een elektronica-man. Het perfecte decor voor de hoogmis van onze dromen. Het liep echter anders. Voornaamste reden daarvoor was de eerder genoemde elektronica-man die menig nummer in de soep deed draaien door af en toe een compleet misplaatst bliepje de kerk in te sturen. Voordeel van deze muziek is dat het de meeste aanwezigen niet eens zal opgevallen zijn.
 
Alle muzikanten bespeelden hun instrument alsof ze er elk moment een bom mee konden doen ontploffen. Jammer genoeg gebeurde dat zelden. Naar onze mening liet Jóhannsson dan ook de vele mogelijkheden die deze unieke locatie biedt, onbenut. Dat wil echter niet zeggen dat er af en toe geen magie in de lucht hing. Dit ondermeer door de combinatie van de muziek met de bevreemdende zwartwit visuals van Magnús Helgason. Die visuals konden, net als de muziek, niet voorkomen dat er een zware dip in het midden van de korte set zat (menig hoofd zocht de schouder van zijn/haar partner), die gelukkig rechtgetrokken werd naar het einde toe.
 
Ook al was dit een pak fijner dan de doorsnee kerkactiviteit, we vroegen ons op het einde van deze muzikale dienst toch af of we nu niet liever thuis in bed naar ‘Fordlândia’ hadden geluisterd dan in een van irritant gehoest en gekraak gevulde koude kerk.

November 8, 2008
Tom Weyn