Isopoda - In naam van De Schepper

, 2 juli 2018

De beste muziek is tijdloos. Ze is dus eveneens niet-commercieel, want niet gebonden aan voorbijgaande trends. En ze verbindt generaties. Neem nu Isopoda. In een sterk verjongde bezetting stond deze reus van de Vlaamse progrock nog eens op een podium. En omdat muzikanten het hart doorgaans op de juiste plaats hebben, ging de opbrengst naar het goede doel.





De vorige keer dat Isopoda optrad, was drie jaar geleden in CC De Werf in Aalst. De ajuinenstad is de heimat van deze "symfonisch-lyrische" rock, zoals hun muziek in de seventies genoemd werd. Isopoda werd in 1974 geformeerd door Arnold De Schepper (bas, zang en gitaar) en Walter De Berlangeer (gitaar). In ‘76 voegde Arnolds broer Dirk zich als zanger bij de band.

Begonnen als coverband, vond men snel de inspiratie om eigen materiaal op te nemen, met een progressief geluid. Met ‘Acrostichon’ (1977) en ‘Taking Root’ (1981) verschenen twee uitstekende studioplaten. Maar vooral door de theatrale showelementen kreeg Isopoda het label "Vlaamse Genesis" opgespeld.

In Jeugdcentrum De Kuip in Ninove waren de sneeuwconfetti blazende stofzuigers en de door Peter Gabriel geïnspireerde sketches evenwel nergens te bekennen. Dat was echt een ander tijdvak. Vandaag draait het enkel om de muziek. Maar Dirk De Schepper blijft een verhalenverteller die het publiek direct weet aan te spreken. En ofschoon zijn stemregister een stuk lager uitvalt dan vroeger, is hij nog steeds een prima zanger.  

Voor de rest oogt Isopoda een flink pak jonger. Arnold De Schepper heeft zijn naam alle eer aangedaan, want zijn drie zonen Maarten, Arne en Wouter bewijzen zich als al even begeesterde muzikanten. De enige die niet tot de familie behoort, is hun schoolmakker Pieter De Groeve, die moeiteloos de klankweelde van de studioalbums emuleert. Op zanger Dirk na is dit overigens dezelfde line-up als de groep Fossil Evolution, een offshoot van Isopoda die op ‘World In Motion’ (FREIA Records, 2014) een fraaie kruising bracht tussen classic prog en neoprog.

Op het podium in Ninove werden evenwel enkel Isopoda-songs gespeeld. Niks geen mottenballen, het materiaal heeft de tand des tijds uitstekend doorstaan. Na de drumintro van Arne De Schepper – zo moet je dus een publiek bij de les brengen – liet het titelnummer uit ‘Acrostichon’ meteen een goed op elkaar ingespeelde band horen; misschien is dat het voordeel van een familie. Bovendien werd niet voor de gemakkelijke weg gekozen, want de epische progrockstructuren kunnen een publiek dat breder is dan de diehardfans (i.c. jeugdbewegers en goede-doelvrijwilligers) op de proef stellen. Isopoda slaagde met vlag en wimpel.

Endless Streets, The Usual Start en de titelsong van ‘Taking Root’ klonken met hun directe ritme toegankelijker. Watch The Daylight Shine kreeg ons op de punt van de stoel toen Wouter De Schepper sierlijke arpeggio’s plukte op de double neck. Deze vintage Shergold is een combinatie van bas en 12-string, zoals Mike Rutherford bespeelde in de gloriejaren van Genesis. Het is de "bitch" van vader Arnold, wist nonkel Dirk. De reguliere set werd afgesloten met Considering, opnieuw een stukje hoogstaande epiek uit ‘Acrostichon’ dat bovendien een bewerking kreeg op het recente Fossil Evolution-album.  

De encores waren evenmin te versmaden. Het grootse bandgeluid ruimde even baan voor een zingende troubadour: Arnold De Schepper bracht op klassieke gitaar de ballad The Muse, die hij veertig jaar geleden schreef voor zijn lief. Het liedje miste zijn uitwerking niet, want zij is nog steeds zijn vrouw.

De locatie bleek uiteindelijk ook symbolisch: we hoorden een begeesterende band met twee mannen met een eeuwige jeugd en vier jonge, hongerige wolven. Isopoda brengt zonder blozen muziek van internationaal niveau. Hoe spijtig toch dat de Vlaamse media – de met gemeenschapsgeld betaalde VRT op kop – het opnieuw massaal lieten afweten.

20 juni 2016
Christoph Lintermans