Hurts Aanstekers en witte rozen

Ancienne Belgique, Brussel
Hurts

We hadden er even twijfels bij of de inkomhal van de AB groot genoeg zou zijn om het ego van de jongens van Hurts te kunnen bevatten, maar alles liep gesmeerd. Hetzelfde kan gezegd worden van het optreden: wij zagen jonge meisjes brullen en headbangen alsof hun leven ervan afhing. En zelfs niet geheel onterecht, want Hurts heeft best wel wat steengoede songs als je voorbij de waas van overacting kan kijken.



We zouden hier kunnen schrijven dat het toch allemaal net een tikkeltje te bombastisch was, maar wat verwacht je van een band die ooit op Rock Werchter kwam optreden met een operazanger die net een wassen beeld leek en met een frontman die leek weggelopen uit een Bondfilm en zonder reden zijn statief in stukken sloeg? Da's net als naar een optreden van Metallica gaan en klagen dat er toch wat veel gitaren inzaten.

Een optreden van Hurts bezoek je niet voor de subtiliteit of de diepzinnige boodschap, die je meekrijgt (hoewel, toen we in blokletters het woord "Surrender" op een doek zagen staan bij het betreden van de zaal, kregen we het toch even benauwd). Net daarom vonden we het jammer dat ze niet, zoals die avond in de tent op Werchter, alle spielereien uit de kast haalden. Geen operazanger dit keer. Waren gelukkig wel weer van de partij: de witte rozen, die zanger Theo Hutchcraft op tijd en stond als een Romeinse keizer in de menigte wierp.

Het moet gezegd: er bestaan heel wat zangers die het moeilijk hebben om zelfverzekerd over te komen. Hutchcraft is niet zo'n man. Hij heeft een stem als een klok en beseft het zelf maar al te goed. Neem daarbij nog eens dat hij eruitziet als de sympathiekste seriemoordenaar van Engeland, en je kan je al opmaken voor anderhalf uur pret.

Het ego van Hutchcraft en zijn kompaan Adam Anderson moet duidelijk op tijd en stond gestreeld worden. Er is immers geen betere manier om je muzikanten in de schaduw te zetten dan ze op te sluiten in een doorzichtige kooi. Terwijl de twee frontmannen het podium verlieten, moest het collectief sullig op het podium blijven staan, wachtend op Godot. Of op Hutchcraft, in dit geval.

Maar versta ons niet verkeerd: een optreden van Hurts is dolle pret, als je het allemaal niet te serieus neemt. Het meezingmoment bij Wonderful Life mocht er zijn; en Better Than Love is gewoon een puike synthpopsong. De band plukte hoofdzakelijk uit debuutplaat 'Happiness' en jongste worp 'Surrender'. Tweede album 'Exile' bleef grotendeels achterwege; en daarvan hadden ze het afgrijselijke Sandman zelfs gerust in de kast mogen laten.

Doorstonden wel de test: de akoestische B-side Affair, waarin de magistrale stem van Hutchcraft nog beter tot zijn recht kwam. Ook het funky uitstapje Lights mocht er best wezen, al duurde dat net iets te lang. Rolling Stone klonk dan weer als Depeche Mode meets Manau (je weet wel, die jongens van La Tribu De Dana); en ook dat prikkelde onze nieuwsgierigheid.

Op de teksten moest je niet te veel letten; we betwijfelen of Hurts voor de zinsnede "If this is love, why does it hurt so bad?" in Why ooit een Nobelprijs Literatuur zou winnen. Anderzijds heten ze ook wel Hurts, dus hebben ze ons wel gewaarschuwd. Ook Blood, Tears & Gold moet het hebben van een tenenkrullende tekst, maar anderzijds is dat wel een prima lied om de aanstekers bij boven te halen.

Er bestaat geen geslaagder 'Tien Om Te Zien'-momentje dan de voorspelbare, maar daarom niet minder fijne afsluiter Stay. "We say goodbye in the pouring rain, and I break down as you walk away. Stay! Stay", en wij zaten mentaal alweer bij de knusse, middelmatige romantische komedies uit de jaren negentig.

Wacht even, toch één fijn tekstueel momentje: de flard poëzie uit het gedicht 'Do not go gentle into that good night' van Dylan Thomas in het luid toegegilde Somebody To Die For is best goed gevonden.

Soms miste het optreden wat vaart, maar extatische knallers als Sunday en Wings zorgden snel voor het hernieuwde, Heilige Vuur. In dezelfde categorie: Nothing Will Be Bigger Than Us in de bisronde. Wat het lied ontbreekt aan subtiliteit, maakt het ruimschoots goed aan entertainmentwaarde. Het lied is zo plat als een hond die net de E40 probeerde over te steken, maar daar maalde niemand om.

Wat zouden de jongens van Hurts doen als ze het podium verlaten? Zou Hutchcraft zijn tandpastaglimlach onmiddellijk van zijn gezicht vegen en aan de spiegel gaan vertellen hoe geweldig hij wel niet is? De man balanceert op de flinterdunne grens tussen vermakelijke arrogantie en ridicuul narcisme, maar met zo'n stem en zo'n gevoel voor melodie zien we dat graag door de vingers.

Wij hopen vooral dat ze die arme muzikanten intussen uit hun kooi bevrijd hebben.


February 19, 2016
Filip Van der Elst