Humo's Rock Rally 2016 - Geslaagde afsluiter

, 2 juli 2018

Al twintig jaar wordt Humo's Rock Rally georganiseerd, maar wij persoonlijk woonden nog geen enkele preselectie of finale bij. Een persoonlijke primeur dus en dan nog wel in Antwerpen, iets waar presentatrice Sarah Vandeursen uiteraard en een tikkeltje voorspelbaar niet omheen kon. Nog even wat reclame voor de sponsors en dan de beuk erin.





Zo'n concours openen, het lijkt niet eenvoudig, maar van zenuwen leek er bij Skinny Dynamite nergens sprake. Visueel had het iets weg van Oscar & The Wolf: opvallende kleding en haartooi; muzikaal ging het de richting uit van synthpop uit de jaren tachtig. Glad tot glibberig, maar dus wel vlot om door te slikken bij het zo vroeg toch al behoorlijk talrijk opgekomen publiek. Het past waarschijnlijk in het tijdskader, maar wij waren hier niet kapot van.

Heel wat minder enthousiast waren de reacties op de performance van Hulder. En nochtans was ook dit lekkere pop van een band, die zich duidelijk rot amuseert op het podium en dat ook laat zien. Opmerkingen zijn er nog wel. Zo hebben wij onze vragen bij de stemkwaliteiten van de (lead-)gitarist, maar daartegenover stond de best boeiende samenzang van de drie andere vocalisten. Muzikaal zochten wij het in de buurt van een band als Of Montreal. Voor ons smaakte dit beter dan de vorige band, maar wie zijn wij?

Het leek wel crescendo te gaan, daar in Petrol, want TwoFace overklaste op haar beurt de twee voorgangers. En dat deden ze vooral met gitaren. Vreemd eigenlijk, want het was niet echt een gitaargenre waar dit drietal voor koos. Dansbare funkpop, die herinnerde aan Stijn en, als je die lijn doortrekt, ook aan Prince. De ritmesectie kwam volledig uit een doosje, maar de gitaren (en voor het derde nummer) het orgel werden live ingespeeld. En precies die gitaren, soms bluesy, dan weer funk- of jazzgetint, waren de blikvangers van dit trio samen met de stem, die mooi bij het geheel paste.

Het begon allemaal veelbelovend voor Billie Rodney. Met een stevige riff braken zij het ijs om daarna toch snel in middelmaat te vervallen. Leuke stem wel, Bie Van Landeghem, zoals ook bleek uit het derde nummer, dat ze enkel met de piano als ruggensteun bracht. Niet slecht, maar allemaal een beetje risicoloos, waardoor de aandacht al snel afdwaalde. Wij wensen hen het beste, maar finale?

Een duo... Zucht! Toch maar het voordeel van de twijfel geven. En ziedaar. The Jagged Frequency wist te zorgen voor de welkome afwisseling in een menu van eenzijdige pop, Twoface even daar gelaten. No Age was nooit ver weg, maar dit tweetal wist desondanks toch drie nummers lang de boog strak gespannen te houden. Dat had te maken met zanger-gitarist Rafael Valles-Hilario, die de ogen wijd opensperde bij elke zangpartij. Drummer René De Ben beperkte zich tot sobere, maar daarom niet minder stoere ondersteuning. En wij waren terug wakker.

Respons was er genoeg, voor Oriens, maar toch werd je niet meteen weggeblazen door de eerder doorsnee liedjes van dit kwartet, dat zelden de vonk deed overslaan. Daarin zullen wij ongetwijfeld worden tegengesproken door de talrijke aanhangers, die de band had meegebracht, maar dat verandert nog steeds niets aan de wat saaie rocksongs, die werden opgedist. Energie genoeg, nu nog de songs schrijven, jongens.

Het T-shirt van de bassist van Oscines gaf al enigszins de richting aan waarin we de muziek van deze band mochten plaatsen. Maar toch was dit meer dan doorsnee poppunk à la Green Day. Er was ruimte voor afwijkingen van de rechttoe rechtaan aanpak door gewoon af en toe van de standaard af te wijken en een korte omweg te maken of een raar bochtje te nemen. Maar de liedjes wisten (nog) niet allemaal volledig te boeien. Potentieel leek ons er zeker te zijn, maar voor een doorbraak lijkt het nog te vroeg.

Sterke punten van Slomote? Het bijzonder nadrukkelijke baswerk en ongetwijfeld de twee mooi elkaar aanvullende engelenstemmen, die de op zich al puike songs naar een hoger niveau tilden. Soms moesten wij even denken aan de stem van Nathalie Merchant, maar even vaak was het Lara Chedraoui Van Intergalactic Lovers, die opdoemde in onze hersenpan. Het geheel bleef uniek en werd duidelijk gesmaakt door een breed publiek.

Opvallend veel grijze haren in de baard van The Pink Syrups-frontman Niels Borrey. Maar de rest van de band bracht de gemiddelde leeftijd duidelijk een stuk omlaag. Prima liedjes, die prikkelden en zowaar met de autoharp werden opgeleukt. Beetje een psychedelische ondergrond (denk Jefferson Airplane), met best wat aandacht voor de gitaar. Dat alles resulteerde in een gesmaakt optreden, dat zeker uitnodigt tot meer.

Het zou wel eens kunnen dat de beste band werd opgespaard tot de laatste van de preselecties. En Shun Club (foto) liet meteen zien dat het de demofase al ontgroeid is. Dit zijn nummers, die zijn uitgewerkt tot in de details en ons aan bands als Squeeze doen denken. Maar aan een eigen gezicht ontbrak het de muziek niet. Trouwens, deze band heeft sowieso al leden in de rangen die in andere groepen (Go March, You Raskal You,…) sporen hebben verdiend. Met dit project willen ze dan weer een andere richting uit.

Kiezen? Omdat het moet dan. Doe ons maar Shun Club, TwoFace en The Jagged Frequency met The Pink Syrups en Slomote op de hielen. Al bij al was dit best een geslaagde preselectie en het zal ons benieuwen wie hiervan overblijft.

14 februari 2016
Patrick Van Gestel