Graspop Metal Meeting 2019 - Dag 4: So long and thanks for all the fish

Graspop Metal Meeting, 21 juni 2019 - 23 juni 2019

Qua temperatuur deden we er op zondag nog een schepje bij. En ook wat het aantal bands betreft, moest de afsluitende festivaldag zeker niet onderdoen. Met als apotheose het afscheid van "the hottest rock band in the world".

Er zijn dankbaardere taken dan een menigte met tweeënhalve festivaldag in de benen van energie te voorzien. Het Ijslandse Skálmöld mocht in elk geval een poging wagen. Met aanstekelijke, doch onmogelijk mee te zingen folkmetalsongs à la Niðavellir leken ze daar nog wonderwel in te slagen. Zo goed zelfs dat de blootsvoets optredende zanger-gitarist Björgvin Sigorðsson zelf onder de indruk leek van de respons. Met de furieuze dubbele gitaarleads van het meer epische Kvaðning nam het zestal afscheid, maar beloofde snel terug te komen.

De jonge thrashers van Power Trip maakten met tweede schijf ‘Nightmare Logic’ voor velen één van de beste albums van 2017 en konden dus de nodige nieuwsgierigen richting Jupiler stage trekken. Ondanks de al hoog oplopende temperatuur sprong frontman Riley Gale gehuld in een dikke trui (die net zoals zijn short overigens een paar maatjes te groot leek) vanuit de coulissen tevoorschijn. Wat wij tropisch noemen, daar lachen Texanen uiteraard mee. De energieke moves van het vijftal werkten, samen met de riffs, duidelijk aanstekelijk en in het publiek bleef bijna niemand heel de tijd stilstaan. Heel leuk om je dag mee te beginnen, maar om te zeggen dat we de Amerikanen snel zien groeien op de affiches, daarvoor bleken de nummers toch nog net iets te weinig aan de ribben te blijven kleven.

Op vrijdag Hellfest headlinen en twee dagen later in de vroege namiddag de weide opgestuurd worden op Graspop, Gojira kan dat. Frontman Joe Duplantier leek er zelf even niet goed van dat de organisatie hem geen hogere plaats had gegund. Niet dat zijn prestatie er onder leed. Vanaf opener Oroborus hadden de Fransen Dessel op de hand. Met de korte set was het even afwachten of het geweldige Flying Whales zou worden gekortwiekt, maar die vrees bleek ongegrond. Die energie, wanneer het nummer na die intro eindelijk volledig losbarst, dat is overigens van het beste wat het viertal uit Bayonne al heeft gemaakt. Vlammen en papiersnippers - toch opmerkelijk voor een band die de natuur en ecologie als grootste inspiratie neemt - schoten de lucht in. Drummer Mario Duplantier keilde met veel plezier heel de tijd drumstokjes het publiek in en zijn broer Joe vroeg en kreeg een wall of death, maar wilde dan ook niet verder spelen tot die groot genoeg was naar zijn zin. Het moet gezegd dat hij daar niet bijster lang voor hoefde te wachten. Dessel smulde.

Het energieverbruik lag hoog. Een band als Insomnium, waarbij het er net iets minder agressief aan toe gaat, kwam dus als geroepen. Niet dat gitaristen Ville Friman en Markus Vanhala niet probeerden enige sfeer te brengen. Ze gingen vaak de interactie met het publiek aan, maar dat publiek moest dringend even op de positieven komen. De sfeer was dan ook eerder relaxt, zoals je op een warme zondagnamiddag verwacht. De Finnen spelen dan ook een soort van melodic death metal die er vlot ingaat, wanneer je in de zetel ligt te relaxen, pilsje bij de hand of een recensie uittypend over de zondag van Graspop.

Van Finland naar Noorwegen is geen grote stap, maar het verschil tussen Insomnium en Kvelertak kunnen we dan weer enorm noemen. De black-‘n-rollers uit Stavanger moesten vorig jaar plots op zoek naar een nieuwe frontman en zochten wellicht naar de meest geschifte man van Noorwegen. Varg Vikernes had andere dingen te doen en Euronymous nam de telefoon niet op, maar Ivar Nikolaisen bleek een meer dan waardig alternatief. “Ik word vandaag vierentwintig jaar oud”, brulde hij tussen twee nummers door, terwijl de man volgens Wikipedia binnen twee maanden zijn eenenveertigste viert.

Hij verstikte zichzelf nagenoeg door zijn microfoon rond de keel te helikopteren en sleepte zijn bandleden mee in de chaos. Vidar Landa dook met gitaar en al het publiek in voor een rondje crowdsurfen, waardoor zijn gitaar bijna helemaal aan stukken getrokken werd en de man dan maar vocaal zijn maats bijstond tot hij een nieuwe gitaar overhandigd kreeg. Was Slipknot nog een ode aan de anarchie, dan was bij Kvelertak gewoon de pure waanzin nabij. Het publiek geraakte helemaal opgezweept bij de eerste tonen van Mjød en ging bij afsluiter Kvelertak pas echt over de rooie. Nikolaisen kreeg zin in een rondje crowdsurfen en ook Bjarte Lund Rolland sprong, gitaar nog in de aanslag, de meute in de Metal Dome tegemoet. Als je op zondagavond een uitgeput festivalpubliek nog zo opgezweept krijgt dat ze de pas opgedane energie nog uren met zich meedragen, daar bestaat een woord voor: klasse.

We zouden die energie nog nodig hebben, want we moesten nog afscheid gaan nemen van Kiss. Iets voor elf uur viel de banner; Paul Stanley, Gene Simmons en Tommy Thayer kwamen, begeleid door vuurwerk en op de tonen van Detroit Rock City uit de nok van de mainstage neergedaald en het Graspoppubliek maakte zich met Shout It Out Loud en Deuce op voor een heerlijke afsluiter.

Toch ging het daarna steil de dieperik in. Een hoop mindere nummers, aaneengeleuterd door Stanley en veel overbodig soleerwerk van Thayer, Simmons en vooral drummer Eric Singer, dat kon zelfs met een stapel vuurwerk en enorme vlammenwerpers niet meer gered worden. Stanley ziplinede dan maar richting skydeck voor Love Gun en I Was Made For Loving You, waardoor die tijdens de meest commercieel succesvolle nummers praktisch onzichtbaar was voor de halve weide.

Het zorgde wel voor een nieuwe adem, want de hits waren daar. IJdele hoop, want de intro van het daaropvolgend Black Diamond werd opnieuw door Stanley gerekt tot in het oneindige. De encore met Beth, gebracht door Singer op piano (nota bene de enige echt goeie zanger in het gezelschap), Crazy, Crazy Nights en Rock And Roll All Nite mag dan weinigen onberoerd laten, maar voor ons was het kalf tegen die tijd helaas al lang verdronken. Bedankt voor alles Kiss, maar ander en beter, plegen wij dan te denken.

26 juni 2019
Nic De Schepper (Foto's: Graspop)