Grandaddy - Het volledige menu

Ancienne Belgique, 5 april 2017

Er zaten dan wel geen honderden fans vanaf 's ochtends op Grandaddy te wachten, maar uitgekeken naar dit concert werd er zeker. Al was het maar omdat sinds Pukkelpop Grandaddy een nieuwe plaat uit heeft gebracht en omdat vorige zomer de groep te vroeg en te kort geprogrammeerd stond en He’s Simple, He’s Dumb, He’s The Pilot daardoor niet in de set paste. Dat is toch alsof je een menu bestelt zonder dat je een dessert krijgt. In de AB was het dessert er wel bij. 

Er gebeurde trouwens iets bijzonders bij de start van He’s Simple, He’s Dumb, He’s The Pilot. Hoewel het met voorsprong het bekendste nummer is en het een eigen hoofdstuk verdient in de kroniek van de muziekgeschiedenis van de twintigste eeuw, verdwenen er gsm’s toen de kippenvelintro van het nummer werd ingezet. We zagen van op het balkon hoe mensen de gsm plots wegstaken, hoe WhatsApp kon wachten tot later, want eerst was er He’s Simple, He’s Dumb, He’s The Pilot. Een moment om in te kaderen.

Misschien eerst één en ander kaderen in een geschiedenislesje: in 2006 splitte Grandaddy. De groep was met platen als ‘The Sopthware Slump’ doorgedrongen tot de subtop van het muzikale landschap van hun tijd, maar dat bracht kennelijk weinig zoden aan de dijk. Te weinig geld voor sommige leden van de band voor te veel moeite, zo luidde het toen letterlijk. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en dus kwam Grandaddy in 2012 weer bij elkaar voor een reünie en een beperkt aantal shows. Zonder nieuwe muziek.

Het werd wachten tot de lente van dit jaar – elf jaar na de afscheidsplaat van Grandaddy – vooraleer ‘Last Place’ verscheen; een nieuw album zowaar; en een goede plaat, wat vooral wil zeggen dat Grandaddy nog steeds als Grandaddy klonk. Grandaddy was het voorbije decennium helemaal niet geëvolueerd (mensen vergeten wel eens dat evolutie niet noodzakelijk vooruitgang betekent) en in hun geval was dat perfect. Het betekende ook dat nummers als Way We Won’t en Evermore perfect tussen de oudere nummers pasten en dat de intro van Evermore, die inbrak in de outro van So You’ll Aim Toward The Sky, zelfs een hoogtepunt werd.

De set begon met Hewlett’s Daughter en vanaf die eerste baslijn werd al duidelijk: dit wordt goed. De leden – eentje werd “vanwege een noodgeval” vervangen door een invaller – stonden dicht op elkaar en bezetten maar de helft van het podium, wat een soort van knusheid creëerde. Achter hen projecteerde een videowall onafgebroken beelden van desolate landschappen, treinsporen met en zonder trein, schepen en kabbelende riviertjes. Het maakte dat we ons meteen op een Grandaddy-roadtrip waanden.

De set was bijna smetteloos, benaderde de akelige perfectie. In Laughing Stock en The Crystal Lake mochten de gitaren scheuren, in So You’ll Aim Toward The Sky, Everything Beautiful Is Far Away (waarvan de intro even hernomen werd) en het nieuwe I Don’t Wanna Live Here Anymore kreeg de meer zweverige kant van Grandaddy alle ruimte om te bloeien en zag je mensen hoofdschuddend wegdromen op de muziek.

Het was één van die avonden waarop je besefte dat het leven mooi kan zijn voor wie de vrijheid heeft om naar een aantal veertigers te komen kijken die speciaal voor jou muziekjes komen spelen. Veel werd er niet gezegd en na één uur en een kwartier zat het er misschien net iets te vroeg op, maar iedereen die erbij was, voelde ook: het was goed geweest. We hadden het dessert gehad, het digestief bestond uit een nieuwe (The Boat Is In The Barn) en een goedgemutste ouwe (Summer Here Kids). Wat wil een mens dan eigenlijk nog meer?

Dit verslag verscheen ook bij Newsmonkey.be.

6 april 2017
Geert Verheyen