Gorillaz - Honderdtwintig mensen aan het werk

Live stream, 13 december 2020

Gorillaz</b> - Honderdtwintig mensen aan het werk

Er zijn twee soorten artiesten: zij die één concert spelen en die opname wereldwijd op verschillende momenten streamen en zij die voor verschillende delen van de wereld verschillende concerten spelen. Damon Albarn speelde met zijn Gorillaz – perfectionist als hij is – drie concerten. Europa was als laatste aan de beurt.

Het was voor het eerst sinds 2018 dat Gorillaz nog eens samen kwamen. Intussentijd heeft de band ‘Song Machine: Season One, Strange Timez’ uitgebracht. De bedoeling van vanavond was dan ook grotendeels om die songs eens in de live vorm te laten horen. Daarbij werd grotendeels de volgorde van de plaat aangehouden, met uitzondering van twee nummers.

Ook bij Robert Smith had de lockdown er kennelijk stevig in gehakt, want haarverf gaan kopen was duidelijk nog niet gelukt. Damon Albarn zelf was dan weer zichtbaar een tijdje niet meer naar de kapper geweest. Hij had dan maar een muts op het hoofd gezet en om onduidelijke redenen droeg hij ook een Elton John-achtige bril op de neus.

Het concert startte met de openingstrack van de plaat, Strange Dayz Het is het soort song waar we niks aan vonden; toen we hem de eerste keer hoorden, maar waar het ons intussen niet zou verbazen als hij binnen tien jaar nog in regelmatige rotatie in onze playlist zou staan. Dat Robert Smith er ook echt bij was en niet alleen in virtuele vorm, was een meerwaarde.

Gorillaz is nogal productief geweest de laatste jaren. Misschien zelfs iets te productief, want de drie laatste platen zijn er van de wisselvallige soort. Ook vanavond was niet elk nummer even memorabel. De samenwerking met Beck bijvoorbeeld is het soort song dat onmerkbaar voorbij kabbelt. En dat is jammer. Ook de samenwerking met Elton John had volgens ons beter gekund. Daar bracht een live performance geen verandering in, al was dat misschien omdat beide heren alleen maar digitaal aanwezig waren.

Beter waren het soulvolle The Lost Chord en de aanwezigheid van de flamboyante discolegende Leee John, in een ver verleden nog de zanger van boysband Illusion. In het algemeen waren het de tragere, meer nostalgische, nummers die ons vanuit onze zetel het meest bij bleven. Dead Butterflies en de raps van Kano waren een hoogtepunt, net als Desolé. De nummers voor de eeuwigheid op deze plaat zijn Pac-Man en Aries, waarvoor zowel de legendarische bassist Peter Hook als zangeres Georgia waren opgedaagd.

De andere hoogtepunten waren te vinden aan het einde van de show, bij de oudere nummers. Voor het oudje Fire Coming Out Of The Monkey’s Head uit ‘Demon Days’ was de Britse stemacteur, schrijver en comedian Matt Berry opgetrommeld. Hij nam de spoken word van de intussen overleden acteur Dennis Hopper in dat nummer op indrukwekkende wijze over. Last Living Souls werd iets te mak gebracht en Dracula is een te matige song om ons enthousiast te maken. Wel weer mooi was het tweeluik Don’t Get Lost In Heaven en Demon Days.

Al bij al was het een eerder rustige show, met uitzondering uiteraard van de passage van Slaves en Slowthai die Albarn ook aankondigde met de woorden: “We’re gonna make some noise.” Nog één keer zou het dak er helemaal af gaan, bij het onsterfelijke Clint Eastwood waarbij reggaezanger Sweetie Irie de mensen thuis aanmaande om uit de zetel te komen en het volume open te draaien. Wat we dan ook gedaan hebben, waarvoor onze excuses aan de buren.

Damon liet het niet na om de honderdtwintig mensen; die aan het opzetten van deze show hadden meegewerkt, te bedanken. Terecht, maar meer dan bij eerdere livestreams misten we de live energie van Gorillaz tijdens deze show. Dit waren de eerste shows met Femi Koleoso op drum en Remi Kabaka aan de percussie en dat smaakte naar meer. Hopelijk krijgen we meer, deze zomer op de weide van Rock Werchter, al dromen we nog best niet te luidop.

14 december 2020
Geert Verheyen