GoGo Penguin Diepe waters

GoGo Penguin

In deze tijden waarin het steeds moeilijker wordt om de ene groep van de volgende band te onderscheiden, is het een verademing om eens iets, dat buiten de standaardwatertjes stroomt, te horen. Iets zoals GoGo Penguin bijvoorbeeld.

Ze hebben duidelijk iets met water, het duo dat bij voorprogramma Hydrogen Sea het mooie (regen)weer maakt. Niet alleen is er de naam, ook tekstueel en muzikaal zijn er hints en verwijzingen. En met een beetje verbeelding zag je ook het mensenzeetje, dat al was binnengestroomd, hier en daar op en neer deinen. Dat deed ook laptoppartiest met extra’s PJ Seaux, die in zijn eigen persoonlijke vissersboot leek te zitten en golfde op wat aanvankelijk triphop leek, maar dan evolueerde naar elektro. Best aangenaam om een half uurtje in te douchen.

Het is waarschijnlijk toeval, maar op de setlist van GoGo Penguin zat ook een druppel. En net dat Ocean In A Drop deed denken aan een popsong, zoals afsluiter (van de reguliere set) Protest zekere rockallures had. Maar met wat voor een flair, wat voor een funkiness, wat voor een flegma maakte het trio zich die genres eigen. Hoe eenvoudig leek het om met een vleugel, een staande bas en een drumstel die muziek te produceren.

Het was allemaal slechts schijn, want de drie heren toonden virtuositeit, fladderden vanuit een klassieke basis naar tomeloze jazz met aanvankelijk aarzelende drums, waarbij de blindspots dan geleidelijk werden ingevuld door de bas (All Res). Of er was het onovertroffen One Percent, dat leek te worden opgebouwd rond die ene pianotoets, die steeds maar herhaald werd. Tussendoor werd er gereisd door bergen van ongebreidelde activiteit en dalen van onverwachte rust. Afgesloten werd het kleinood dan met het immer verrassende scratch- en hiphopspel dat de drie uit de vingers toverden. Het steeds toenemende gejoel van het publiek was echt niet overdreven.

Je hoorde in Unspeakable World een vrolijk pianodeuntje verworden tot de zoon, die praatte met een vader verpersoonlijkt door een soms met strijkstok, maar meestal met de vingers gestreelde bas. Een conversatie, die je tot tranen toe kon bewegen. Unspeakable indeed.

Over elk van de nummers kan je uitweiden en de details beschrijven en het zou nog slechts een fractie uitbeelden van de trippelende drumsticks over de cimbalen, van de piano, die heerlijk vertrouwd en toch ook zo nieuw klonk en van de bas, waaruit de vreemdste geluiden en wervelende solo’s opstegen. Uiteindelijk werd er afscheid genomen met een ingetogen, bloedmooi Hopopono, dat af en toe naar Mike Oldfields ‘Tubular Bells’ leek te verwijzen, maar er evengoed mijlenver vanaf lag.

Het is niet ondenkbaar dat u zich in deze woordenstroom niet herkent. Waarschijnlijk hebt u uw eigen watertjes doorzwommen tijdens het concert. Het is u van harte gegund. En de stortbui na het concert kreeg u er, als ware het de ultieme illustratie, gratis en voor niks bij.


November 19, 2016
Patrick Van Gestel