Glimps 2012 - dag 2 - Gouden eieren gevonden

, 2 juli 2018

Wist je dat ook haantjes eieren kunnen leggen? Gouden nog wel! Tenminste, goudhaantjes kunnen dat. Dat bleek op Glimps waar dag twee nog straffer bleek dan dag één. Net zoals op vrijdag werd de lat van bij het begin hoog gelegd en toch ging een aantal bands over de twee meter vijfenveertig. Geniet u mee van onze indrukken.





Douglas Firs trapte dag twee van Glimps af met hun hitje Shimmer & Glow. Kwestie van het publiek meteen bij de les te brengen. Frontman Gertjan Van Hellemont wist vanaf dat moment zeker de aandacht van het publiek te houden. Was het niet met zijn hilarische bindteksten in het Engels, dan wel vooral met zijn straffe  en afwisselende songs. Hij wist bovendien aangenaam te verrassen met een cover van Feist en met enkele uitstekende nieuwe songs.

In het Charlatan Café mochten de Luxemburgers van Mount Stealth ondertussen zorgen voor een pittige start. Daarvoor hadden ze een aantal instrumentale, rond progstructuren opgebouwde songs bij zich. En die sloegen erg goed aan. Virtuoze gitaarsolo’s werden door synths gejaagd of toetsen kregen een eigenzinnig kleurtje over een funky basis. Luxemburg heeft duidelijk nog meer te bieden dan mooie natuur.

Curieuze naam toch, Mujeres, voor een band die op testosteron drijft en die de daarmee gepaard gaande energie royaal rondstrooit. Hun countrypunkpop deed ons afvragen hoe je “Yeehaa” in het Spaans roept. Want wij hadden zo de neiging om een line dance in te zetten. Zonder dat negatief te willen doen klinken, konden wij niet aan de indruk ontkomen dat dit een balorkest was, maar dan wel eentje dat de hele Balzaal van de Vooruit uit zijn hand deed eten. Potige songs werden afgewisseld met de obligate “trage” songs, al dan niet in het Spaans gezongen.

In de Kinky Star schoot het Macedonische Bernays Propaganda gitaargewijs postpunkmitrailleurvuur af. Frontvrouw Kristina Gorovska smeet zich helemaal en hield het kleine groepje avontuurzoekers volledig in haar ban. Toch hielden de meesten angstvallig afstand van deze energiebom ook al gaf die het publiek drie redenen om dichter te komen: "We’d feel better, we’ll play better and you’ll hear better." Wij moesten denken aan een jonge, minder schreeuwerige Nina Hagen en u?

De jongens van Jungle By Night stonden met negen op het piepkleine podium van de Charlatan gepropt, maar dit belette hen niet om er een feestje van te maken. Met hun bezwerende en ritmische muziek slaagden ze er in een mum van tijd in om het publiek in beweging te krijgen. De groep bespeelde hen dan ook  constant en het speelplezier spatte gewoon van het podium. Hun sound deed ons regelmatig denken aan The Herbaliser Band op hun Session-platen, maar dit was veel vetter en veel minder clean. Zoals voorspeld ging de Charlatan volledig plat!

Dat je tegenwoordig niet op de Fyra kan rekenen, wist je al, maar de Noorse Mari Kvien Brunvoll ondervond dat ook vliegtuigen vertraging kunnen oplopen. De Scandinavische schone viel meer dan een half uur te laat het Lakenmetershuis binnen. Aan de hoeveelheid bagage kon het niet gelegen hebben: haar instrumentarium past op een gebedsmatje: belletjes, een duimpiano en wat elektronica waarmee ze zichzelf samplet, waarna ze die geluiden in loops zet en zo laagjes bouwt. Bevreemdend en sprookjesachtig.

Het Hollandse duo dat schuilgaat achter de naam Death Letters had geen zin in compromissen. Hun muziek had wat weg van een posthardcoreversie van Two Gallants of een scheefgetrokken – nog schever getrokken dus – versie van No Age. Af en toe ontbrak het een beetje aan nuance, maar over het algemeen was het een genoegen om frontaal in botsing te komen met dit gezelschap, dat duidelijk tot aan het gaatje wilde gaan in de hen toebedeelde tijd.

De tegenstelling met Thee Attacks die een deur verder speelden kon niet groter zijn. Hun indierock kwam na het geweld van Death Letters eerder flauwtjes over. Animo genoeg nochtans en af en toe kregen wij zelfs flashbacks naar de hoogtijdagen van The Darkness, maar meer dan drie nummers lang kon het Deense combo niet boeien, ook al omdat het hun nummers – er zijn toch betere titels dan Love In The City te bedenken - aan originaliteit ontbrak.

Slaraffenland opteerde duidelijk voor het motto: waarom makkelijk als het moeilijk ook gaat. Ze experimenteerden erop los met klank, ritme en meerstemmige zangpartijen zodat elk song ideeën bevatte voor wel drie nummers. Die nummers waren bovendien zodanig veelzijdig en gelaagd dat we vaak vreesden dat ze totaal de mist in zouden gaan. Toch kwamen ze telkens op hun pootjes terecht. Ze speelden voornamelijk songs van hun begin volgend jaar te verschijnen album en dat klonk alvast veelbelovend.

Wie het voorbije jaar in eigen land al eens over het muurtje keek weet dat er in Wallonië heel wat moois bloeide. Een van die ontdekkingen is Roscoe. Op ‘Cracks’ klonken ze al geweldig, maar live was het nog indrukwekkender. Hun emotievolle songs starten vaak als een opborrelend bronnetje, maar dan ineens stromen ze over en slepen ze je mee. Frontman Pierre Dumolin barst van het charisma en spreekt ook nog eens aardig Nederlands. Topper in wording!

Mary & Me laat zich live bijstaan door een uitstekende band die zorgt voor constante stuwing en dreiging en zangeres Elke Andreas Boon zingt haar teksten met de nodige intensiteit en emotie. Toch slaagde de band er pas in om bij een van hun laatste nummers, de hit We Go Round, het publiek enigszins mee te krijgen op hun trip. De laatste tien minuten bleken dus alsnog een triomftocht, maar de band heeft er verdomd hard voor moeten knokken.

Singer-Songwriter Marius Ziska nam zijn tijd voor de soundcheck waardoor zijn set zowat een kwartier later begon, iets wat je hele timing overhoop kan halen op een dergelijk festival. Maar gelukkig bleek de man en zijn tweekoppige band (elektrische gitaar en bas) het wachten waard. Niet alleen beschikt hij over een machtig mooi steminstrument, ook zijn liedjes hielden het Lakenmetershuis in de ban. Bij elke song werd de nodige – soms al eens overbodige - achtergrond verstrekt waardoor je de liedjes ook kon plaatsen. Voor deze jongeman uit de Faröereilanden is er ongetwijfeld een mooie toekomst weggelegd.

Jammer genoeg misten we een groot deel van Camera (zie Marius Ziska hierboven), maar eens we de Handelsbeurs bereikt hadden, werden we meteen meegesleurd in de wildkolkende bergstroom, die dit Duitse drietal had doen ontspringen. Wierookstokjes moesten de sfeer zetten. Terwijl een fanatiek meppende drummer zijn karige drumstel (een snare, een tom en een cimbaal) aan flarden probeerde te mappen, tekende de toetsenist de veelvuldig meanderende bedding uit en liet de gitarist het wilde water op het publiek los. Niet toevallig werd er nog gesmeekt om een bisnummer, waarop na lang aandringen ook werd ingegaan. Wij bleven verbouwereerd achter met spijt in het hart. Spijt dat we dit niet integraal hadden mogen meemaken.

Terwijl (PVG) meegezogen werd met Camera was onze laatste band op Glimps Flying Horseman. De verwachtingen waren gespannen als de kabels van een evenwichtskunstenaar en werden desondanks moeiteloos ingelost. De groep – voor twee derde identiek aan Blackie & The Oohoos – stond volledig opgesteld rond Frontman Bert Dockx en die leidde ons de nacht in met alles wat hij in huis had: verbetenheid, virtuositeit en intensiteit. Hoogtepunt was America Is Dead uit hun laatste ep ‘Navigate’.  De ingetogenheid en de spanning waren bij momenten ondragelijk, maar af en toe ging het er ook heel stevig aan toe. Op het einde bijvoorbeeld trok de groep nog eens alle registers open en lieten ons zo lichtjes verweesd achter.

Glimps 2012 was een succes. En wij waren blij daarvan getuige geweest te zijn.

Patrick Blomme - Marc Alenus - Patrick Van Gestel

17 december 2012
(Foto's: Fons Van der Vorst)