Gent Jazz 2018: The Roots - Jukebox van hoog niveau

Bijloke, 7 juli 2018

The Roots was de onbetwiste hoofdattractie van Gent Jazz. Wie in lijn met de programmatie en geschiedenis van de band een hiphopshow verwachtte, kwam bedrogen uit. De band resideert al even bij Jimmy Fallon en besloot prompt die ervaring ook live in te zetten. The Roots zijn heden ten dage een bigband met rapper. Doorgaans zouden wij daar jeuk op onnoembare plekken van krijgen, niet zo in dit geval.

Gent Jazz werd zondag even (bijna) Gent hiphop. De podia kleurden, net als onze gevels dezer dagen, opvallend tricolore. De Garden Stage werd uitsluitend bevolkt door landgenoten van het urban soort en ook op het hoofdpodium waren de dappersten aller Galliërs goed vertegenwoordigd.

Wij waren vooraf erg benieuwd naar hoe Blackwave. het er live vanaf zou brengen. De band bouwt met een arsenaal aan instrumenten een warm, funky en gelaagd geluid, ideaal voor de zweterige zondag die het was, maar moeilijk te repliceren. De Antwerpenaren brachten het er desondanks schitterend vanaf. Daags na de doortocht op Werchter was de focus gebleven. Begeleid door een blazerssectie, drums, toetsen, bas en gitaar klonk de zwarte golf als een erg volwassen band.

Mc's Will Ardui en Jaywalker betraden het podium als geboren entertainers, waren perfect op elkaar ingespeeld en luisterden de show op met amusante one-ups. De schijnbaar piepjonge band vervlocht oldschool hiphop met heupwiegende funk, jazzy intermezzo's en stomende soul. Ritmewisselingen, plotse pauzes, ... het was geen probleem. Er was duidelijk nagedacht over de set. Elk nummer kreeg een energie-injectie.

Zo veranderde Hands Up van lome r&b track in een energieke hiphopkraker. Big Dreams tilde het begrip "spelplezier" naar een nieuw niveau en was een testament van de lyrische kunde van Jaywalker. Ondanks een kostuumwissel werd de lijn tussen funk en kitsch nooit overschreden. Blackwave. is de hype waard en meer dan klaar voor eender welk podium. Iets meer compositionele inventiviteit en iets minder navolging en dit zou wel eens heel groot kunnen worden.

Darrell Cole mocht op de Main Stage de knuppel in het hiphop-hoenderhok gooien. Op Gent Jazz mengde hij zijn soulvolle tracks met occasionele trapbeat. De flow was in al haar veelzijdigheid erg degelijk, al klonken de beats af en toe wat slordig. Cole is een goede entertainer en wist het publiek te bespelen. De Antwerpenaar hield het verder braafjes bij de hiphopclichés en het geïjkte made-it-from-the-bottom-to-the-top-verhaaltje. Er was zelfs crowdcontrol voorzien; alsof de brave Gent Jazz-bezoekers het op een onbedaard badderen zouden zetten. Wij rolden even met de ogen, toen Darrell het mannelijke publiek aanspoorde enkel met meisjes te dansen. Wij dansen met wie wij willen en daar heeft Darrell zich niet mee te bemoeien.

Sint-Niklazenaar K1d bracht een trap-set. De beats klonken rommelig en weinig afgewerkt en de flow bleef hangen in dezelfde staccato trapsequentie, die K1d dan weer wel volledig onder de knie had. Ook hij raakte lyrisch niet verder dan de genreclichés. Nummers werden zelden afgewerkt en eindigden meer dan nodig was in kinderlijk agressief gedreun. Gelukkig wist K1d, net als collega Cole, het publiek goed te mennen. Hij bouwde een feestje, zij het niet het meest verfijnde.

Een heel ander verhaal bij Dvtch Norris, die er wel in slaagde de productie van de nummers naar buiten te laten komen, zowel in soulvolle als meer opzwepende delen. Zonder trucjes en franjes flowde Norris rustig door zijn catalogus met Toothpick als hoogtepunt.

Het optreden van The Roots was één lange medley van songs, langgerekte solo's en covers van eender wat. Ook van medleys krijgen wij stenen kloten, maar Questlove, en de zijnen zijn nu eenmaal buitenbeentjes. Op Sun Ra Arkestra na zagen we nooit zoveel muzikale vaardigheid op één podium verzameld. Met allerlei stijlen werd rondgegoocheld; genres vlogen voorbij. The Roots namen geen moment adempauze. Tuba Gooding, jr. liep met zijn bombardon weg met alle aandacht in het eerste deel van de show.

In den beginne werd vooral eigen materiaal ten berde gebracht; niet na elkaar, maar door elkaar weliswaar. Game Theory, The Seed en Clones waren er maar enkele die we denken gehoord te hebben, maar pak er ons niet op; het ging allemaal bijzonder snel.

Solo's waren er bij de vleet, vooral die van drummachinemeester Jeremy Ellis stak erbovenuit. Beats, eclectischer dan de set zelf, vlogen je vijf minuten lang om de oren. Ook bassist Mike Kelly en het percussieteam mochten even tonen wat virtuositeit betekent.

En dan die medleys. Het begon met Sweet Child 'o Mine, Whole Lotta Rosie, Immigrant Song en kwam uit bij Jamrock, Move On Up en Men At Work. Het was niet diepgaand, niet geestesverruimend, het was niet eens een meerwaarde voor de set, maar het kon, het mocht en het was onnavolgbaar funky. Meteen een samenvatting van de hele set. The Roots lieten de slimme hiphop achterwege voor een groots opgezette kruising van Soultrain, Sun Ra en een twenties-swingband.

De rol van hiphopiconen Black Thought en Questlove was volledig ondergeschikt. Questlove werd de hipste metronoom op aarde, Black Thought een kameleon die croonde, schreeuwde, zong en rapte, afhankelijk van wat de song vroeg. Het publiek was één en al dansende benen, maar het was bovenal de band die zich leek te amuseren. Misschien is dat net de enige reden waarom de jongens, ondanks de, ongetwijfeld goed betaalde, vaste job, nog op tour zouden vertrekken: zich amuseren. En dat maakt van The Roots 2.0: een jukebox van de hoogste kwaliteit.

TheColorGrey sloot het festival af met een gladde r&b set, afgewerkt en gepolijst. De man weet duidelijk waarmee hij bezig is. De bescheiden liveband was bovendien een goed gerodeerde meerwaarde. Maar er waren te weinig scherpe kanten en hoeken om de aandacht vast te houden. Al had dat waarschijnlijk meer te maken met de rootstrein die net over ons hoofd gereden was, dan met het optreden zelf.

10 juli 2018
Koerian Verbesselt