Gent Jazz 2017 Dag 6: Getroubleerde troubadours (14 juli / Gent Jazz)

Bijloke, 6 juli 2017 - 15 juli 2017
Gent Jazz 2017

Op het programma van dag zes stond opnieuw veel binnenlands talent, een getroubleerde, Britse troubadour, die de Brexit-blues van zich afschudde, en een Gentse schone die het ook in het buitenland bijzonder goed doet.

Voor slechts een handvol mensen opende Stadt de festivaldag met een experimentele set met vele, prikkelende laagjes. Op Gent Jazz bracht de groep veel nieuw werk. Als alles in de plooi viel, hoorde je hemelse harmoniëen en warmbloedige rock, die popgevoeligheid en dwarsheid aan elkaar koppelden. De tegendraadse krautgrooves en fuzzy psychedelica met poptoets (met veel invloeden van The Beatles) sloeg erg aan. Net als de manier waarop frontman Fulco Ottervanger het gemis aan publiek opving met een guitige kwinkslag: "Het wordt stilaan donker in de zaal".

Dat de band zo vroeg geprogrammeerd stond, was jammer, omdat je aanvoelde dat er veel meer uit te halen viel dan dat ze hier konden laten horen. Maar de passage leverde meer dan genoeg prikkeling om ons benieuwd te maken naar het nieuw album en naar concerten in een wat meer nachtelijke clubsfeer, waar ze die mix van song en improv nog beter kunnen uitspelen.

Goed opgewarmd trokken we naar Ivy Falls, de groep waarvoor frontvrouw Fien Deman I Will, I Swear achter zich liet. Binnenkort verschijnt debuut-ep 'Mean Girls' en Deman liet verstaan dat het een lange zoektocht was geweest die zich nu eindelijk concretiseert.

De fragiele droompop van deze zo goed als volledig in maagdelijk en hoopvol wit gestoken Ivy Falls lag in het verlengde van Cocteau Twins en Mazzy Star; een verleidelijke soundtrack bij zwoele, zomerse nachten met echo's van de tachtiger jaren en gitaarwerk dat naar The Cure verwees. Songs als Twelve en Silver waren oorwurmpjes over nachtelijke verlangens en existentiële keuzes, maar waren net iets te (v)luchtig om indruk te maken. Sommige songs waren door het gebruik van ijle synths en beats net iets te veel uit dezelfde geluidswereld afkomstig, maar misschien weet Deman ons in de toekomst nog te verleiden.

Jenny Hval is misschien wel één van de meest intrigerende en provocerende artiesten op de affiche van dit Gent Jazz.. Beschouw haar als het contactgestoorde nichtje van Björk en Aphex Twin. Haar passage op het Gent Jazz festival was compromisloos. Op geen enkel vlak deed ze toegevingen en deze bijzondere performance sloot misschien eerder aan bij meer conceptuele kunstvormen dan een regulier concert. De bijzondere gewaden en pruikwissels waren daarvan bijvoorbeeld een afspiegeling.

Het was moeilijk om vat te krijgen op de manier waarop ze haar artistieke muze bedwong en ze besefte dat de achilleshiel de afstandelijke houding was. Maar dat werd goed gemaakt door openhartig haar unieke gedachtenwereld te tonen.

Hier werden nieuwe dimensies in de podiumkunsten gecreëerd met spoken word, ijle beats en weirde songstructuren. Origieneel en vernieuwend, maar voor het gros van het publiek een moeilijk verteerbare brok conceptual performance art. Memorabel was bijvoorbeeld het stuk waarin ze minutenlang met een smartphone het aanwezige publiek filmde.

Hval beschikt over een bijzondere stem, maar ook haar (soms erg bizar) songmateriaal mocht er zijn. Verrassend sterk en verslavend goed. En net als bij een relatie ligt het ingewikkeld.

Op het zijpodium speelde het in Amsterdam opgerichte Brain // Child ten dans. Het vijftal met tenorsaxofonist Steven Dellanoye en gitarist Artan Buleskaj in de rangen had voor dit optreden special guest Bo Van Der Werf op saxofoon bij zich, met wie de groep eerder al tourde. 

Bij aanvang van de set werd de groep nog geplaagd door technische issues, maar al gauw werd de drive gevonden. Een set, waarin verschillende texturen, sferen en moods aan bod kwamen, was het resultaat. Brain // Child citeerde vooral uit het fijne debuut (Casco en Indian Take Away), maar liet vooral wellustige improvisatiedrang horen, zoals onder meer uit de uitwaaierende afsluiter Wetty Sprinter bleek.

Peter Doherty leeft nog en dat wil wat zeggen. Vooral de stijl en de enorme flair en charme van de rebelse dark poet bekoorde in Gent. Nog steeds weet hij zijn junkieverdriet te vertalen naar opvallende poprocksongs. Contrasten werden bijvoorbeeld goed uitgespeeld in het aanstekelijke I Don't Love Anyone (But You're Not Just Anyone), waarmee hij zijn set voor een goed volgelopen Main Stage opende. En Last Of The English Roses mocht uiteraard ook niet ontbreken.

Doherty putte vooral uit zijn solowerk en verpakte dat in een rommelige set. Zijn looks geven de indruk dat hij recht uit de goot komt, maar op dat podium werkte die charme perfect. Hij amuseerde zich volop en dolde met zijn muzikanten met wie hij soms een onderonsje leek te houden. Het publiek zong de teksten mee en moedigde aan. En af en toe lengde Doherty zijn junkieblues aan met streepjes mondharmonica.

Het beeld dat zich opdrong was dat van Doherty die zich als een onderschat en totaal misbegrepen kunstenaar aan het massaal opgekomen publiek toonde. Hij maakte het zijn publiek ook niet altijd even gemakkelijk en smeet meermaals zijn elektrische gitaar achteloos richting roadie, die handig het vervaarlijk zwevende instrument opving. Het is en blijft rock-'n-roll natuurlijk, maar het kenmerkte de manier waarop Doherty tewerk ging.

Heel even zocht hij de voorste rijen op om een uitzinnige fan te omhelzen. Iets later kreeg hij een drankje (gin & tonic) en een sigaret uit het publiek aangeboden, die hij in dank aanvaardde. De liefde tussen Doherty en publiek was groot. Toen hij vroeg om wat oh-oh-oohs mee te zingen, werd daarop met het nodige enthousiasme ingegaan.

Doherty zorgde voor entertainment en spektakel en hij straalde geluk uit op dat podium. Hij is en blijft een rastalent, dat misschien iets te gulzig het leven opslorpte ten dienste en meerdere glorie van de kunst.

Ook Mount Soon schopte het tot op het podium van Gent Jazz. De rootsy indierock en Americana (Awe And Wonder, Highway) werd gesmaakt. Dat de sound geurde naar Radiohead of Bon Iver, namen we er dan graag bij. Al van bij het begin was de band op dreef onder leiding van frontman Nick Fransen. Knap ook hoe de groep ook ruimte maakte voor intieme, akoestische pracht en diepte. Het uiterst sfeervolle I've Been Dreaming deed dagdromen, waarna de groep de rocksound verder kon uitspelen. Dit was een aangename kennismaking en de ideale voorbode van de duistere rock van Trixie Whitley.

En dan was het de beurt aan de Gents-Amerikaanse Trixie Whitley. Verrassend genoeg trad ze hier aan in duobezetting met drummer Chris Balladero, die weliswaar polyvalent genoeg was om ook op bas en piano indruk te maken. Voor haar was dit een thuismatch. Je voelde dat het publiek veel liefde en warmte over had voor de zangeres, die zich laat beïnvloeden door Afrikaanse blues (Tinariwen, Ali Farka Touré) maar ook haar familiale leven in haar werk steekt.

Gehuld in schimmige rook trok Whitley de set traag en bluesy op gang. Rauwe, bluesy aanslagen op haar gitaar maakten sierlijke krasjes in de ziel van het publiek. A Thousand Thieves in de nacht. Drummer Balladero maakte vaart en Trixie hield dat tempo aan. Begeleid door knappe visuals, zag je hoe dit duo van de nood een deugd maakte.

De fraaie, lang uitgewerkte versie van I Can't Stand The Rain en een handvol Soft Spoken Words maakten duidelijk dat dit duo er zin in had. Tekenend was de manier waarop ze nieuwe dingen uitprobeerde, nieuwe muzikale horizonten opzocht. Grote moeilijkheid was om die vaak fragiele songs (een op piano gespeeld Closer) overeind te houden tegen de kwetterende massa. Het vergde veel moed, net als haar keuze om in duo te spelen.

Need Your Love begeleidde het duo naar de finale. I'd Rather Go Blind maakte ruimte voor een korte bisronde met i The Visitor, een song over het geluk voelen en vinden in het schrijfproces. Nog een verstillend mooi Breathe You In My Dreams en dan zat het er helemaal op. Missie geslaagd, al werd het je nergens gemakkelijk gemaakt.

De nacht ingaan deden we met Blow, een bende streetwise gasten die, zoals op hun debuut-ep te horen is, de coolste jazzsounds in huis hadden. Met slechts twee saxofoons en een drumstel zijn ze zo flexibel dat ze werkelijk overal kunnen optreden. Niets in de handen, niets in de mouwen en spelen maar. De groep leverde een geweldig jazzfeestje af, dat speels plezier bevatte, maar ook liet horen dat je eigenlijk niet veel nodig hebt om grote sier te maken. Inspiratie en talent zetten je al een heel eind op weg.


17 juli 2017
Philippe De Cleen