Gent Jazz 2016 - Gentse eigenzinnigheid

, 2 juli 2018

De muziekfan werd die zaterdag overladen met mogelijkheden: Springsteen deed met zijn 'River Tour' TW Classic aan, Grace Jones speelde op Rock Zottegem en op de Gentse Bijlokesite kwam onder meer levende legende John Cale ten dans spelen.





Gent Jazz viert haar vijftiende verjaardag en dan mag het al eens wat meer zijn, met onder meer Ibrahim Maalouf en Kamasi Washington, met "meer klassieke" jazzmuzikanten als Pat Metheny en John Scofield, maar even goed met oog voor vernieuwing (o.a. De Beren Gieren, Beraadgeslagen,..) en muzikale diversiteit (o.a. Jill Scott, Lianne La Havas). Op papier oogde de affiche met John Cale en de speciale performance van neoklassiek componist Max Richter ('The Blue Notebooks' en 'Infra') ook best interessant.

We arriveerden op tijd zodat we de set van Matthew Halsall & The Gondwana Orchestra konden meepikken. De uit Manchester afkomstige trompettist-componist-dj scoorde hoge ogen met het album 'Into Forever' en recent bracht hij  'On The Go' (één van zijn oudere albums) terug uit op zijn eigen label Gondwana Records (zie ook Go Go Penguïn); albums waarmee hij tot één van de meest opzienbare artiesten uit de Britse jazzscène gerekend mag worden. DJ Gilles Peterson draagt Halsall op handen. Op basis van Halsalls set in Gent is dat niet eens overdreven.

Voor een handvol publiek - de meesten genoten liever van de stralende zon of netwerkten met een drankje erbij - speelde Halsall op de Main Stage een sfeervolle set met hoofdzakelijk nummers uit 'On The Go', allen vrijwel gekenmerkt door een retrojazzfeel. Op het podium zagen we onder meer een glansrol voor Rachael Gladwin, de harpiste die op Japanse harp en bansurifluit exotische, oriëntaalse invloeden in het geheel bracht.

Halsall genoot zichtbaar, samplede naar believen trompetgeluiden en manipuleerde die. Zijn muzikanten van het Gondwana Orchestra (piano, saxofoon, harp en drums) gaven elkaar de nodige ruimte. Zo waren er enkele boeiende solospotjes (bas, drums, harp). Dat leidde, in een zonnige sfeer, tot een speelse, zwoele en bovenal aantrekkelijke jazzvibe. Het collectief liet een erg goede indruk na, ook al voelde je aan dat de band (net) niet op de top van haar kunnen speelde.

Tussendoor pikten we een van de drie sets mee die Lyenn aka Frederic Jacques op de Garden Stage speelde. Jacques speelt bas, onder meer bij het Dans Dans trio (van wie er eerstdaags een nieuwe plaat aankomt) en bij Mark Lanegan. Lyenn is zijn soloproject, waarvan recent 'Slow Healer' verscheen. Dat album, waarop hij met celliste Gyda Valtysdottir (Mum) samenwerkt, staat in het teken van het trieste overlijden van zijn ouders.

Gent Jazz bood Jacques de uitgelezen mogelijkheid om het pas verschenen materiaal aan een breder publiek te presenteren. Live liet Lyenn zich onder meer bijstaan door Joachim Badenhorst, een muzikant die net als Frederic Jacques bezig is met een uiteenlopende reeks projecten en ook met een eigen label (Klein) in de weer is.

De set van Lyenn stond in het teken van artistieke puurheid en oprechtheid. Cruciaal element daarin is de muzikale vrijheid, die hij zichzelf hierbij gunt. Dat zorgt ervoor dat zijn concerten deels teren op improvisatie, waarbij hij het publiek met een minimum aan middelen sterk weet te raken, zoals onder meer met huidige single Fading, het prachtige Vaguely Lit of met het erg knappe Lion's Heart (die engelachtige, vocale uithalen!). Gitzwart omrande songs die door merg en been gaan.

De tijd in een dergelijke festivalsetting is beperkt en daardoor voelde je dat er meer in de songs zat dan Lyenn misschien wilde blootgeven. Naar het einde toe mocht het net iets experimenteler en kregen we een laatste, nocturnaal dansje rond het zelf gecreëerde vuur.

We keerden terug naar de Main Stage waar het uitkijken was naar het optreden van Dave Harrington Group. Die maakte tot voor kort deel uit van het erg succesvolle electro noir-project Darkside, althans tot muzikale sparring partner Nicolas Jaar daar de plug uittrok en moedig verder aan een (succesvolle) solocarrière timmerde. Ook Herrington herbronde en komt nu op de proppen met een eigen band en met debuut 'Become Alive', de opvolger van de 'Before This There Was One Heart But A Thousand Thoughts'-ep.

Op het podium manifesteerde zich dit in ijle soundscapes, van dreiging bol staande elektronica en Herrington die, omringd door een stapel effectpedaaltjes, als een bezetene solo's ten beste gaf op zijn elektrische gitaar. Herrington probeerde moedig, maar kreeg het  publiek helaas niet mee in de geluidstrip die hij met zijn groep creëerde. We kregen een geluidsexperiment (o.a. White Heat, Slides, The Prophet) dat echo's van Pink Floyd opriep, een soundtrack bij een film die nog moest uitgevonden worden. Net als op het album was het Herrington & co om moods en geluidstexturen eerder dan om echte songs en melodieën te doen.

Naarmate de set vorderde, kwam er meer vaart en structuur in. Je voelde aan dat dit een groep was die zich wellicht beter thuis voelde in een studio dan op een podium. Het was boeiend, maar vooral lastig om grip te krijgen op de bluesy guitartronica van deze band. Naar het einde toe dropen de bandleden, op de drummer na, af. Die laatste mocht minutenlang soleren en met drumpads spelen, alvorens de groep terug  op het podium keerde voor een enkele bis waarin we dissonante funk meenden te ontwaren. In ons notitieboekje noteerden we: (te?) koppig en eigenzinnig. Of misschien hadden we helaas gewoon de verkeerde drugs genomen; dat kan ook.

En dan was het tijd om een levende legende op het podium te halen. John Cale behoeft geen verdere introductie, hoorden we de presentator vertellen terwijl het zonnekloppende, immer netwerkende publiek zich massaal richting zetel repte. Cale - grijzer wordende haren, kenmerkende geitensikje en dressed in style - maakte van experimenteren zijn handelsmerk. En daar hebben we eerbied en tonnen ontzag voor. Ronduit fascinerend hoe hij ook in het digitale tijdperk met gemak zijn eigen relevantie tentoonspreidde.

Opener Endless Plain Of Fortune diepte hij uit zijn classic 'Paris 1919' op. En die trof rechtstreeks doel. Meteen was ook duidelijk dat Cale bleef schaven aan die songs en het publiek nieuwe, stevig herwerkte versies van zijn klassiekers bood. Zo zagen we onder meer de drummer met één hand het klassieke drumstickje hanteren en met de andere hand een drumpad besturen. Het illustreert Cales spreidstand: hij neemt niet volledig afscheid van zijn voorgeschiedenis, maar zoekt naar manieren en wegen om al die classics fris te houden. Cale was erg goed bij stem (geen sinecure) en van achter zijn piano, omgeven door een Mac en zijn groepsleden dirigeerde hij en niemand anders het groepsgebeuren.

Hemingway, kondigde hij achteloos aan. Die song, zoals wel meerdere songs tijdens zijn set, bouwde hij op rond stevige beats en noise. Stergitarist Dustin Boyle mocht daarbij excelleren, volop soleren en experimenteren en zou zich verderop onder meer met een theremin amuseren.

Cale was er in Gent vooral om zijn recent uitgegeven herwerking van 'Music For A New Society' onder de noemer 'M:Fans' te presenteren. Uit dat album haalde hij onder meer Chinese Envoy, opgetrokken rond een eenvoudige, maar bijzonder effectieve melodie. We moesten daarbij heel even aan David Bowie's China Girl denken, terwijl de soulvolle update van If You Were Still Around direct onder onze huid kroop.  Met een desoriënterende droneversie van Thoughtless Kind nam Cale verder bezit van het publiek, dat uit zijn hand at. Hoe bizar en eigenzinnig Cale zijn songs ook inkleedde, ze blijven zelfs in totaal gestripte versie overeind.

En dan schakelde hij over op een uitgepuurd, emotioneel Sunday Morning. Totaal onverwacht graaide hij even in het Velvet Underground-verleden. Cale verruilde de piano voor een elektrische gitaar, die heerlijke kraakte, en spon Leaving It Up To You lekker lang uit, daarbij het huidige, neofascistische klimaat een stevige schop onder de kont verkopend. Zijn zin voor experiment en avant-garde is Cale al die tijd nooit kwijtgeraakt, zoveel was duidelijk. En hij is altijd in voor some good ol' Dirty Ass Rock 'N' Roll, dat scheelt alvast een slok op de borrel.

Hanky Panky Nohow (inclusief gesamplede operastemmen) speelde hij samen met Boyer, die zijn gitaar al zittend afranselde, in de avant-gardistische vernieling, terwijl hij met Coral Moon - tegen de backdrop van een langzaam ondergaande zon - een bloedmooi, tergend langzaam openbloeiend b-kantje uit de sessies voor 'Helen Of Troy' oppikte. "Yes, it's different now", zo zong hij. Met Ghost Story schroefde hij het tempo dan weer danig op.

En dan werd het stilletjesaan tijd voor Cale om de zaak mooi af te sluiten, eerst nog met een sinistere, modernistische update van de evergreen Close Watch waarin Cale heel even leek te aarzelen of hij zijn fans er niet net iets te veel tegen de haren in werkte en met Waste Land (uit 'Black Acetate' : "We're living / in a wasteland / The soil is cold and damp / ..  You comfort me/ you hold me in the dark"), een vingerwijzing naar TS Eliots fraaie gedicht en - o handigheid - naar Max Richters 'Infra'-album.

Cale bedankte het publiek, dook even de coulissen in en werd door het publiek vrij snel terug op het podium geroepen. De encore werd de Velvet-classic Waiting For My Man; Cale die net zo hard op zijn piano hamerde als destijds; een mooi bedankje voor de "high standards" van het festival.

Het optreden van Cale onderstreepte hoe de Welshman een baken van kwaliteit blijft. Het was haast Dirty Jazz Rock 'N' Roll. Tegen de trits klassiekers die hij speelde viel weinig tot niets in te brengen, terwijl eigenzinnigheid en ambitieuze tegendraadsheid zelden zo goed in de oren klonken. Waarvoor hulde, Mr. Cale. What's Welsh for Zen, alweer?

10 juli 2016
Philippe De Cleen