Gary Numan - My name is Numan

Het Depot, 19 oktober 2017

De new wave-generatie had verzamelen geblazen in Leuven. De Brit Gary Numan, één van de meest invloedrijke pioniers in het genre, kwam namelijk zijn meest recente album ‘Savage: Songs From A Broken World’ presenteren aan de Belgische fans. Al dient daarbij meteen opgemerkt dat er ook flink wat buitenlanders afgezakt waren naar de gemakkelijkst bereikbare concertzaal van het land (althans voor wie nog met de trein naar huis raakt na afloop).

Het Depot was nog eens uitverkocht; het zag er letterlijk zwart van het volk. Het merendeel van de aanwezigen waren dan ook trouwe fans die Gary Numan al jarenlang volgen. Want zeg nu zelf: op welke nationale radiozender hebt u zijn muziek - de grote hits uit de beginperiode niet meegerekend - de laatste jaren nog gehoord? Toch wel jammer, want zijn nieuwe cd is een pareltje dat bewijst dat deze levende legende nog lang niet uitgezongen is. Voor ons alvast een extra reden om dit concert onder geen beding te missen.

En we werden op de wenken bediend, want algauw bleek dat Numan ook live nog altijd de moeite waard is. Vanzelfsprekend kregen we flink wat nummers uit ‘Savage’ te horen, te beginnen met het sfeervolle, ietwat dreigende Ghost Nation. Verder in de set zouden onder andere nog een mooi, donker Bed Of Thorns, het meeslepende The End Of Things, het uptempo en erg krachtige Pray For The Pain You Serve en de onvervalste meezinger When The World Comes Apart volgen.

Tijdens My Name Is Ruin, één van de singles uit Numans nieuwste werkstuk, mocht dochterlief Persia (ook te zien in de videoclip van het nummer, die tegelijkertijd werd geprojecteerd op de achtergrond) komen meezingen op het podium. De dikke knuffel, die Gary haar na afloop gaf, bevestigde wat we reeds vermoedden: deze man is niet alleen een getalenteerd artiest, in staat om geweldige liveshows neer te zetten, maar draagt het hart bovendien op de juiste plaats. Een mooi moment.

Jammer dat het optreden niet meer van dergelijke verrassingen bevatte. We zagen een klassebak aan het werk, die genoeg had aan zijn excentrieke uitstraling en lijzig, uit de duizend te herkennen stemgeluid om het publiek over de streep te trekken. De knappe lichtshow en projecties en de enthousiaste dans- en andere bewegingen vervolledigden het duistere plaatje. Maar van enige interactie met de vier muzikanten, nochtans verantwoordelijk voor een imposante geluidsmuur van synths, drums en gitaren, was helaas geen sprake.

Daar stond gelukkig de intrinsieke kwaliteit van de songs tegenover, waarvan ook nog enkele uit voorganger ‘Splinter: Songs From A Broken Mind’ (2013): het epische Everything Comes Down To This of Here In The Black en het aanstekelijke Love Hurt Bleed. En natuurlijk ontbraken ook de nodige klassiekers niet; of wat had je gedacht? Een prachtig Down In The Park (nog daterend uit het Tubeway Army-tijdperk) bezorgde ons rillingen (faut le faire in een bloedhete zaal!), leuk om het poppy Remind Me To Smile (uit ‘Telekon’) nog eens te horen en hetzelfde gold voor Metal en Cars (beiden uit solodebuut ‘The Pleasure Principle’).

Voeg daar bij wijze van bis nog een heerlijk We Are Glass en meezingmoment par excellence Are ‘Friends’ Electric? (zijn eerste wereldhit in 1979, op naam van Tubeway Army) aan toe, en onze conclusie ligt voor de hand: een oerdegelijk concert, niets meer maar ook niets minder. Gesneden koek voor een festival als W-Fest in feite. Laat die aankondiging al maar komen!

20 oktober 2017
Jan Vael