Frank Turner & The Sleeping Souls - De facetten van de punk

Zappa, 19 oktober 2018

Show nummer 2.253 voor Frank Turner & The Sleeping Souls in Kavka/Zappa. En de zaal zat goed vol. De protagonist bewees dat hij dat absoluut waard was, maar het echte feestje was toch het half uurtje dat daaraan vooraf ging.

Twee dames met roots in zowel Papoea-Nieuw-Guinea als in Londen; twee zusters ook met mooi op elkaar afgestemde vocalen en een eigen repertoire dat door de eigenzinnige manier van zingen best krachtig overkwam. En de cover van Red Hot Chili Peppers' Under The Bridge zette Xylaroo geheel naar eigen hand, terwijl er buiten de akoestische en een occasionele elektrische, zeg maar alt-country-gitaar niks was om zich achter te verstoppen. Dan ben je goed bezig!

Achteraf gezien bleek het een overbodige bemerking, maar toen PUP eraan begon, leek het er toch even op dat dit publiek hiervoor gekomen was. Want tijdens de show van de vier Canadezen was er niets dat erop wees dat dit niet het hoofdprogramma was. Elke song werd woord voor woord meegebruld (tenzij dan misschien oudje Reservoir) en vanaf de eerste noot van het typisch depressieve, maar tegelijk zo levenslustige My Life Is Over And I Couldn't Be Happier ontstond er al een moshpit centraal voor het podium. Om maar te zeggen: dit bandje heeft zo zijn fans.

Nochtans kon het contrast met het voorprogramma niet groter zijn. De punkcore smeekte er gewoon om door het publiek in de armen gesloten te worden. Dan was het kinderachtige stemmetje van frontman Stefan Babcock, ooit nog bijna gedwongen tot het stoppen met muziek maken, geen enkel bezwaar.

Tijdens Dark Days diende bassist Nestor Chumak zich even af te zonderen om een snaar te vervangen, maar de beperkte tijd, die Pup had toegewezen gekregen, noopte de band om dat nummer dan maar een strofe lang basloos te brengen. Het was in geen geval een breekpunt en al helemaal niet toen de band met Sleep In The Heat en If This Tour Doesn't Kill You, I Will een fantastisch orgelpunt plaatste achter een extreem gebalde show, die je in een half uur compleet op je kop zette. Punk is dood? Vergeet het maar!

Maar wie dacht dat Frank Turner dan zomaar de handdoek in de ring zou gooien, had het duidelijk mis. Hij kon dan ook rekenen op een hondstrouwe fanbase, die al begon mee te klappen toen de eerste geluiden uit de boxen kwam. Dan ben je vooraf al gewonnen. Hij mocht luidop verklaren dat dit in se een punkrockshow was, daar had het niet altijd van weg. Het duurde ook tot Try This At Home - toch al het twaalfde nummer - voor de eerste crowdsurfer de lucht werd in gestuwd.

Terwijl de PUP-fans in de achtergrond de wonden likten en de gebroken botten spalkten, was de show vooraan zo gevarieerd als het werk van de sympathieke Brit, die met 'Be More Kind' wel degelijk nog eens een goed album heeft in elkaar geknutseld. Maar de punk heeft daarop grotendeels moeten plaats ruimen voor pop, zelfs al waarschuwde hij de luid meezingende fans in 1933 met enig animo voor de gevaren van wat er momenteel allemaal in de wereld gebeurt. Het blijft slechts muziek met goede bedoelingen en de vraag van Turner om één van de regeltjes, die hier golden (“Wees lief voor je medemens”), ook buiten de zaal uit te dragen, is, cynisch als we zijn, daags nadien waarschijnlijk al vergeten.

Desondanks was het moeilijk om niet gecharmeerd te worden door de flegmatieke Engelsman, die, net als Billy Bragg, zij het met iets minder sterke songs, de liefde voor de medemens propageert. Het was aandoenlijk hoe je zijn fans – naar goede gewoonte waren er hier heel wat Britten die de eerste show van deze tournee niet wilden missen – zichzelf zag verliezen in de liedjes, waarvan ze steevast elke lijn kenden.

En dan is er nog de verhalenverteller Frank Turner, die tussen de nummers niet alleen opriep tot liefde voor elkaar, maar je ook deed glimlachen bij het op 'Titanic' gestoelde verhaal (niet toevallig net voor Lifeboat) van hoe hij Stefan Babcock had leren kennen of dat van de zakenman die hem deed walgen net voor 21st Century Survival Blues. Het was duidelijk dat ook dat aspect van Turner heeft bijgedragen tot zijn wijdse fanbase.

Hoe dan ook waren het vooral de meer stevige passages die ons konden bekoren; de reeks rond The Queen Is Dead bijvoorbeeld of die paar nummers aan het einde van de reguliere show met onder meer Out Of Breath. 's Mans repertoire noopte hem er nochtans toe om tussendoor ook de nodige, meer intieme songs te brengen, waaronder Little Aphrodite, een verzoekje waarvan hij naar eigen zeggen zelfs de tekst had moeten googlen.

Het ultieme meebrulmoment moest dan nog komen. Aan het einde van de bisronde, die met het bewijs dat hij nu wist hoe Antwerpen aan haar naam kwam en Don't Worry was opgestart, werd de liefde voor de medemens nog eenmaal rondgestrooid met Polaroid Picture en een eindeloos herhaald refrein van Photosynthesis.

Frank Turner weet hoe je een show boeiend houdt, beseft dat je het publiek moet geven wat het vraagt; niet alleen nieuwe, maar ook een selectie oudere nummers. Dat was precies waar deze eerste show van deze tour voor stond. Ook al zal het tweede deel van dit drieluik ons vooral bijblijven, dan nog zijn we tevreden om Turner nog eens aan het werk te hebben gezien.

20 oktober 2018
Patrick Van Gestel