Föllakzoid - Frankenstein terug begraven

Botanique, 8 september 2019

Föllakzoid</b> - Frankenstein terug begraven

Toen PostMalone een paar jaar geleden een gitaar stuksloeg op het podium van Rock Werchter (of was het Pukkelpop – who cares?), schreef De Morgen dat hiermee de rock dood verklaard werd. Föllakzoid heeft op de meest recente plaat het lijk terug opgegraven. Op dat album leek Frankenstein alvast te leven. Het was afwachten of dat op het podium ook zou lukken.

Je zou denken dat we het toch stilaan gehad hebben met die eeuwige duo’s met gitaar en drums. Maar dan is er weer die energie die ervoor zorgt dat die ene danser vlak voor het podium zijn persoonlijke dansvloer steeds meer moet delen met een groeiende meute volgelingen. En plotseling lijkt de hele zaal mee te gaan in de vibe die van dat tweetal uitgaat. Gitaar en drums worden opgeleukt met loops, occasionele bas en in reverb ondergedompelde zang. De Botanique zat even in de zone die La Jungle voor zichzelf en de fans had gecreëerd. Zij tevreden, zaal content. En de muzakversie van Whams Wake Me Up Before You Gogo maakte het feestje af.

Met 'I' gooiden de Chilenen van Föllakzoid het roer volledig om. Weg de eindeloze psychedelische trips, in de plaats kwamen flarden. Flarden van de instrumenten, door een producer duchtig door elkaar gegooid en weer samengesteld. Een beetje zoals – daar heb je hem weer – Frankenstein dus. Nogal logisch dat wij bijzonder benieuwd waren naar wat dat zou geven in de Botanique. Want, zoals een collega al aanstipte: ook Low was op plaat anders, maar op het podium toch eerder traditioneel.

Niet zo bij Föllakzoid. Al van bij het moment dat Domingæ Garcia-Huidobro het volledig verduisterde podium op kwam met enkel een brandende kaars was duidelijk dat er zou afgeweken worden van de traditionele paden. Enkele gitaaraanslagen werden door effectpedalen eindeloos herhaald, opnieuw en opnieuw, terwijl de man, sigaret bungelend in de mondhoek, zichzelf al wiegend in trance bracht.

Geleidelijk aan druppelden de andere bandleden de zaal binnen tegen een achtergrond van blauwe spots. Drummer Diego Lorca Hurtado zou zich het hele concert lang beperken tot het onderhouden van de – ongetwijfeld synthetische – beat met tussendoor enig geritsel op cimbalen en de twee synthspelers zouden zich bezig houden met de loodzware bassen die de rotonde tot de rand vulden.

Intussen ging Garcia lustig door met zijn satanische rituelen, beperkte hij zich tot enkele strums over de snaren of vroeg hij zowaar een fan om het instrument vast te houden, terwijl hij de snaren geselde met de stroomdraad. Een kunstje, dat er wel voor zorgde dat er plotseling geen gitaar meer te horen was. Maar geen nood: er was nog de beat.

Het leek allemaal nogal geïmproviseerd “in the moment”. En op zich is dat geen probleem. Improvisatie kan ook tot resultaten en tot schoonheid leiden. Alleen was dat hier niet het geval. Was de beat er niet geweest, dan waren de toeschouwers waarschijnlijk in slaap gevallen. Garcia mocht dan al rondkronkelen op het podium, zich halvelings verhangen met de gitaarriem of de demonus ex machina oproepen uit zijn effectpedalen, dan nog was het geheel eerder slaapverwekkend. Je geraakt tenslotte uitgekeken op die androgyne slungel die daar ronddwarrelt en ook in de muziek – en dat was misschien nog het meest storend – zat niet al te veel variatie.

Uiteindelijk zou het concert eindigen zoals het begonnen was: met de kaars van Garcia. Die geeuw, die wij voelden opkomen, kan geen toeval geweest zijn. Laten we Frankenstein dus maar terug begraven. Hij bleek niet levensvatbaar. Ongetwijfeld zijn er anderen, die wel kunnen zorgen voor de wederopstanding van de rock.

Als je niet aan de verleiding kan weerstaan, kan je Föllakzoid ook nog zien op Sonic City op 8 november.

16 september 2019
Patrick Van Gestel