Flying Horseman Thuismatch

Het Bos, Antwerpen
Flying Horseman

Op het nippertje mocht Het Bos alsnog het bordje uitverkocht plaatsen voor de eerste van twee optredens van Flying Horseman. De bende rond songschrijver Bert Dockx kwam er het meest recente album ‘Night Is Long’ presenteren, een broeierig album waarmee de band trouw blijft aan de eigen sound maar toch behoorlijk innovatief voor de dag komt.



Maar eerst kregen we voorprogramma Kaboom Karavan voor de kiezen, een trio met Kwinten Mordyck (die onlangs met Kiss The Anus Of A Black Cat een fantastisch album maakte), Liesbet Marit en songschrijver/soundwizard Bram Bosteels in de rangen. Op het podium zagen we hen onder meer bezig met zelfgebouwde instrumenten, akoestische snaarinstrumenten, loops en prikkelende elektronica in de weer.

Het trio verbaasde danig door een erg atmosferische, maar vooral eigenzinnige set af te leveren. De band laveerde tussen verschillende genres zoals folk en jazz, maar liet vooral een eigen muzikale wereld ontstaan waarin veel ruimte was voor experiment. Het was geen voor de hand liggende rit, maar wie echt luisterde kon er heerlijke ontdekkingen doen. Kaboom Karavan was door zijn experimentele aanpak en focus op geluidsmanipulatie dan ook vrijwel de ideale voorbode.

Na een korte pauze voelden we het talrijk opgekomen publiek heel even ongeduldig worden. Algauw trad het Flying Horseman-sextet eindelijk aan en bracht het meteen traag maar gestaag het bedwelmende Faithfully Yours in stelling. Dat klonk erg donker en atmosferisch en nam het publiek meteen in een houdgreep. Een greep, die pas tegen het einde van de set werd gelost. Fantastisch ook om te zien hoe de zichtbaar gelukkige band zich op dat podium gewoonweg amuseerde met de nieuwe nummers. “The nighttime is the right time”, zo stelden we vast.

Iets later vuurde de band Wild Colours af. Een bijzondere cocktail waarin je door de repetitieve, hypnotiserende gitaarlijntjes de vintage Horseman-sound, maar evenzeer een wat dansbaarder, dubbier rockgeluid hoorde. Tussen al dat rockgeweld hoorde je ook een prachtige uitvoering van een uiterst fragiel nummer als Little Boy. Wondermooi, ook al werd de live uitvoering wat geplaagd door kleine, technische mankementjes. Desalniettemin een nummer dat het publiek probleemloos in vervoering bracht en de band boven zichzelf deed uitstijgen.

En wat te zeggen van een manische track als Brother, die klonk als een doldwaze, macabere rit; een nummer ook waaruit bleek dat Dockx en co schatplichtig zijn aan het oeuvre van Joy Division. Zo deelt Dockx met Curtis eenzelfde soort maniakale bezetenheid.

De band blikte ook even terug op de eigen geschiedenis: een hypnotiserend Memorial (“Did you pass it on to others”) om vervolgens nog iets dieper te graven met een onwaarschijnlijk straf Wild Eyes (uit het debuut), waarin Dockx als vanouds op zijn gitaar kon beuken. Die nummers bleken nog even straf als ooit tevoren.

Vervolgens liet de band nog wat nieuwe nummers op het publiek los. Zoals het bijzonder sfeervolle Sunsets met zijn “Hearts on fire”, dat even nostalgisch als romantisch klonk. Of het heerlijk beukende Spider, waarin Afrikaanse percussie en Eno-achtige ambient elkaar wonderwel vonden. Een nummer ook waarin je ervoer hoe Flying Horseman live meer dan ooit echt een zeskoppige band was waarin elk groepslid zijn aandeel had.

En dan was het stilaan tijd om richting climax te werken. Op het album beslaat het titelnummer net geen twaalf minuten, maar de naar Dans Dans neigende compositie bleek live nog zoveel beter te werken dan de albumversie. Een van de meest geslaagde werkstukken die de band tot hiertoe afleverde. Later kregen we een stevige pandoering in de vorm van het frenetieke Money, dat met recht en reden nu al een Horseman-classic mag genoemd worden.

De eerste avond in Het Bos was een geweldige thuismatch. Dat voelde je ook aan de manier waarop de band niet enkel een bisronde afdwong, maar die ook nog eens erg aardig verzilverde. Zo kregen we T.M.L. (uit “Twist”) met het kenmerkende belsignaal hetgeen uitmondde in We Care (uit “City/No City”). Als ultiem nekschot - “nog eentje” - kregen we Bitter Storm toegediend, een bij uitstek maatschappijkritische song. In het licht van de actualiteit (de gebeurtenissen in Parijs, het klimaatdossier met zijn fossielawards, Uplace,..) een bijzonder relevant nummer. Een song ook waarin de band al zijn demonen kwijt kon (“My soul’s what I like to give”). Nog een laatste keer huilden de gitaren alvorens we werden overgeleverd aan een lange nacht. Gelukkig was er ‘Night Is Long’ om ons van een passende soundtrack te voorzien.


December 4, 2015
Philippe De Cleen