Feest in het park
Tuba's en catsuits in de Vlaamse Ardennen
Sanne De Troyer
Donkvijver Oudenaarde, Oudenaarde — 8 november 2008
Plaats van gebeuren was een glooiende vlakte in Oudenaarde aan een uitgestrekte vijver. Het betrof Feest in het Park. Kleurrijke circustenten stonden her en der verspreid over een terrein dat gekendmerkt werd door valse grasmatten en moddersporen, maar ook door gezelligheid en vooral door fijne muziek. Hoewel de affiche niet echt veelbelovend was, waren er zaterdag voldoende bands die de moeite waard waren voor een dagtripje Vlaamse Ardennen.
De week voordien speelde The Black Box Revelation nog voor een tot de nok gevulde tent op Pukkelpop terwijl ze deze keer zaterdagnamiddag op gang mochten trekken in een slechts voor de helft gevulde tent. Dat weerhield hen er echter niet van om de boel voor de zoveelste keer te laten ontploffen. Ze zijn dan misschien maar met twee, in nummers als I Think I Like You en Love Love is on my Mind klonk het alsof ze er met een man of vijf stonden. Daarnaast hebben ze nog eens de meest sexy song van het afgelopen jaar op hun naam staan. Gravity Blues klinkt keer op keer vuiler.
De scheurende gitaarriffs werden onderbroken door drummer Dries Van Dijck die zijn basdrums haast tot moes mepte terwijl Jan Paternosters er met zijn schreeuwerige stem bovenuit kwam. Meer hadden ze niet nodig om ons en de ondertussen volgelopen tent te overtuigen. Alsof dat nog niet voldoende was, mikten ze op het einde nog het moordnummer Kill For Peace recht in onze trommelvliezen, gevolgd door een opmerkelijk sterke en vooral luide versie van Set Your Head on Fire.
Dat zorgde ervoor dat ze zonder moeite de tent in vuur en vlam zetten en veel te snel het podium verlieten. Ligt het aan ons, of hebben deze jonkies er met hun eerste album al een plaat vol hits op zitten? The Black Box Revelation was de eerste band van de dag, maar ondanks de vroege programmatie zorgden ze voor een van de sterkste concerten van de dag. Het andere zou iets later die dag in dezelfde tent plaatsvinden.
De scheurende gitaarriffs werden onderbroken door drummer Dries Van Dijck die zijn basdrums haast tot moes mepte terwijl Jan Paternosters er met zijn schreeuwerige stem bovenuit kwam. Meer hadden ze niet nodig om ons en de ondertussen volgelopen tent te overtuigen. Alsof dat nog niet voldoende was, mikten ze op het einde nog het moordnummer Kill For Peace recht in onze trommelvliezen, gevolgd door een opmerkelijk sterke en vooral luide versie van Set Your Head on Fire.
Dat zorgde ervoor dat ze zonder moeite de tent in vuur en vlam zetten en veel te snel het podium verlieten. Ligt het aan ons, of hebben deze jonkies er met hun eerste album al een plaat vol hits op zitten? The Black Box Revelation was de eerste band van de dag, maar ondanks de vroege programmatie zorgden ze voor een van de sterkste concerten van de dag. Het andere zou iets later die dag in dezelfde tent plaatsvinden.
In een andere tent was Headphone ondertussen begonnen. Het geroezemoes van het publiek overstemde de muziek tot ze Ghostwriter aanhaalden. Vreemd toch hoe stil een publiek wordt bij enkele noten van herkenning. Die ingetogenheid was echter van korte duur. Jammer want tussen al dat achtergrondlawaai deden ze echt moeite om het beste van zichzelf te geven.
Toch konden ze ons boeien met hun mooie synthpop en vreemd aandoende ritmes die zacht door elkaar vloeien. She’s Electric kon opnieuw op de steun van het publiek rekenen en klonk door het ruisende samenspel tussen synthesizers en gitaar ruwer dan anders. De verrassing van de set was een versie van PJ Harvey’s Down By The Water. Mariens stem echode in een zucht door de tent. De zweverige electronicaloops en snijdende gitaar in Lidocaine maakten het geheel af. Zet Headphone op een laat tijdstip ergens in een donker, rokerig zaaltje en iedereen zal er in stilte en met open mond naar kijken.
Toch konden ze ons boeien met hun mooie synthpop en vreemd aandoende ritmes die zacht door elkaar vloeien. She’s Electric kon opnieuw op de steun van het publiek rekenen en klonk door het ruisende samenspel tussen synthesizers en gitaar ruwer dan anders. De verrassing van de set was een versie van PJ Harvey’s Down By The Water. Mariens stem echode in een zucht door de tent. De zweverige electronicaloops en snijdende gitaar in Lidocaine maakten het geheel af. Zet Headphone op een laat tijdstip ergens in een donker, rokerig zaaltje en iedereen zal er in stilte en met open mond naar kijken.
Stilte is iets wat Archie Bronson Outfit allesbehalve nodig heeft. Ze leverden met ‘Derdang Derdang’ een album af waar de rock-‘n- roll vanaf druipt. Toch lijkt het voor hen live steeds een moeilijke opdracht om overtuigend over te komen. Meestal eindigt hun show vrij rommelig. Maar voor Feest in het Park hadden ze duidelijk een hele tijd in een of ander donker repetitiekot gezeten. Ze kwamen er zonder al te veel kleerscheuren vanaf.
Maar dat betekent niet dat ze ons een flauw, afgeborsteld en glad setje serveerden. We hebben het hier niet voor niets over drie ietwat ruw uitziende mannen met baarden. Cherry Lips raasde als een sneltrein door de Vlaamse Ardennen en Disco Dancer explodeerde over zowat het hele feestterrein zonder dat de klanken verloren gingen in een teveel aan distortion. Tijdens Dart For My Sweetheart stond het drietal scherper dan ooit tevoren en de overslaande donkere stem van Sam Windett klonk nooit eerder zo dramatisch.
Maar dat betekent niet dat ze ons een flauw, afgeborsteld en glad setje serveerden. We hebben het hier niet voor niets over drie ietwat ruw uitziende mannen met baarden. Cherry Lips raasde als een sneltrein door de Vlaamse Ardennen en Disco Dancer explodeerde over zowat het hele feestterrein zonder dat de klanken verloren gingen in een teveel aan distortion. Tijdens Dart For My Sweetheart stond het drietal scherper dan ooit tevoren en de overslaande donkere stem van Sam Windett klonk nooit eerder zo dramatisch.
Het was de ene tent uit, de andere in. Motek begon in de kleinere circustent aan zijn show. Dat resulteerde in filmische beelden en donkere post-rock. Terwijl het publiek bij Headphone nog gezellig stond te babbelen, maakte het geroezemoes nu plaats voor stilte. Een uur lang vuurden ze uitgesponnen geluidsmuren op ons af.
Drummer Ken De Cooman sloeg zelfs in al zijn enthousiasme een cimbaal aan diggelen waarop het de beurt was aan all-round gitarist Rodrigo Fuentealba – die we kennen vanbij Gabriel Rios, Barbie Bangkok en duizend andere bands – om voor interactie met het publiek te zorgen wat uitmondde in een grappig stukje smalltalk.
Maybe I’ll go Home overdonderde met gemak en bij de intro van Immer Blei leek het even of ze van plan waren om met een trance-set op de proppen te komen die nadien zonder problemen overvloeide in prachtig en zacht pianogetokkel. Even vreesden we dat de donkere klanken de weergoden op andere gedachten gebracht zouden hebben, maar bij het buitenkomen van de tent prikte het zonlicht opnieuw in onze ogen.[pagebreak]
Drummer Ken De Cooman sloeg zelfs in al zijn enthousiasme een cimbaal aan diggelen waarop het de beurt was aan all-round gitarist Rodrigo Fuentealba – die we kennen vanbij Gabriel Rios, Barbie Bangkok en duizend andere bands – om voor interactie met het publiek te zorgen wat uitmondde in een grappig stukje smalltalk.
Maybe I’ll go Home overdonderde met gemak en bij de intro van Immer Blei leek het even of ze van plan waren om met een trance-set op de proppen te komen die nadien zonder problemen overvloeide in prachtig en zacht pianogetokkel. Even vreesden we dat de donkere klanken de weergoden op andere gedachten gebracht zouden hebben, maar bij het buitenkomen van de tent prikte het zonlicht opnieuw in onze ogen.[pagebreak]
Van donkere klanken was er geen sprake bij WhoMadeWho, een hilarisch trio uit Denemarken dat gehuld in veel te spannende catsuits door het leven gaat. Ze brachten een mengeling van kitscherige dance, funk en rock. De tent vloog pas echt de lucht in tijdens hun pompende cover van de danceklassieker Satisfaction. Ze zorgden voor een leuk tussendoortje en kwamen origineel uit de hoek voor wat een electronicaband moest voorstellen. Wij zagen namelijk enkel een gitaar, drum en bas.
Met de donkerrode avondzon op de achtergrond en onder invloed van een daiquiri met enorm veel aardbeien, hadden we nood aan een portie vette funk. De dag begon met een aanslag op ons gehoororgaan door The Black Box Revelation en het was hoog tijd voor een tweede explosie. The Roots werd door het magazine Rolling Stone opgenomen in de top twintig van beste live-acts en dat zorgde zaterdag voor een bomvolle tent nieuwsgierigen.
Geen idee met hoeveel ze juist op het podium stonden. Het waren er in elk geval een hele hoop. De meest opvallende was ongetwijfeldde dansende tubaspeler die een heel concert lang gevaarlijk met het ding over het podium zwierde. Het van funk doordrenkte You Got Me werd uitgebreid met een aaneenschakeling van retroklassiekers en swingende hiphopdeuntjes om dan ergens te eindigen in een nooit eerder gehoorde hiphopversie van Guns N’ Roses’ Sweet Child o’ Mine.
Het leek wel of ze podiumtijd tekort kwamen, want The Seed werd voor de gelegenheid op z’n minst drie keer sneller dan normaal gespeeld. Dat leverde een verrassende en zeer dansbare versie op die we alleen maar konden toejuichen. Na het concert vonden ze er niets beters op dan gewoon met z’n allen het publiek in te springen om daar nog even voor een walk of fame te zorgen. De leukste aftershow van het weekend stond toen al op naam van The Roots.
Geen idee met hoeveel ze juist op het podium stonden. Het waren er in elk geval een hele hoop. De meest opvallende was ongetwijfeldde dansende tubaspeler die een heel concert lang gevaarlijk met het ding over het podium zwierde. Het van funk doordrenkte You Got Me werd uitgebreid met een aaneenschakeling van retroklassiekers en swingende hiphopdeuntjes om dan ergens te eindigen in een nooit eerder gehoorde hiphopversie van Guns N’ Roses’ Sweet Child o’ Mine.
Het leek wel of ze podiumtijd tekort kwamen, want The Seed werd voor de gelegenheid op z’n minst drie keer sneller dan normaal gespeeld. Dat leverde een verrassende en zeer dansbare versie op die we alleen maar konden toejuichen. Na het concert vonden ze er niets beters op dan gewoon met z’n allen het publiek in te springen om daar nog even voor een walk of fame te zorgen. De leukste aftershow van het weekend stond toen al op naam van The Roots.
Hooverphonic deed weinig festivals aan deze zomer. Ze waren wel zo vriendelijk om naar Oudenaarde af te zakken. Het merendeel van de set mocht dan wel van hun laatste album ‘The President of the LSD Golf Club’ stammen, toch waren het de oudere nummers die op het meeste enthousiasme konden rekenen. Zo trok Club Montepulciano onze mondhoeken naar boven en deed het onze heupen nog even nawiegen na de funk van The Roots.
Magnificent Tree was het nummer waar iedereen stil van werd. Geike Arnaert, die zich door de jaren heen van schuchtere zangeres tot echte podiumdiva heeft opgewerkt, kronkelde – ook al in catsuit – rond haar microfoonstatief, tot groot jolijt van de mannelijke medemens, terwijl de vetkuif van Callier vervaarlijk op en neer dijnde tijdens de zware basdeunen. De collectieve zangstonde werd opgespaard tot Sometimes, hoewel wij toch de voorkeur geven aan Geike’s stem boven die van de doorsnee schreeuwende puber.
Magnificent Tree was het nummer waar iedereen stil van werd. Geike Arnaert, die zich door de jaren heen van schuchtere zangeres tot echte podiumdiva heeft opgewerkt, kronkelde – ook al in catsuit – rond haar microfoonstatief, tot groot jolijt van de mannelijke medemens, terwijl de vetkuif van Callier vervaarlijk op en neer dijnde tijdens de zware basdeunen. De collectieve zangstonde werd opgespaard tot Sometimes, hoewel wij toch de voorkeur geven aan Geike’s stem boven die van de doorsnee schreeuwende puber.
Al bij al geen echte hoogvliegers die dag, maar zowat iedereen deed wat er van hem verwacht werd: er een feestje van maken. Ons hoort u dan ook niet klagen.
