Eurosonic 2018 - dag 2: Hollands zendingswerk voor Vlaanderen

Diverse locaties, 17 januari 2018 - 20 januari 2018

En we zijn vertrokken. En we zijn gearriveerd. In het hoge noorden van Groningen, welteverstaan. Eurosonic Noorderslag, het omvangrijkste, gecombineerde showcasefestival voor muzikaal talent in en uit Europa, vindt dezer dagen plaats in de charmante Martinistad. Verdeeld over zo'n dertig locaties geven in totaal meer dan driehonderd beloftevolle bands acte de présence. Op de tweede avond zagen we geweldige gitaarbands niet dood zijn en werden we bewogen tot een lofzang op het platenlabel Subroutine.

Er is iets aparts aan Hater, de Zweedse indiepopband die vorig jaar, ogenschijnlijk vanuit het niets eerst een fijn debuutalbum (‘You Tried’) en daarna een geweldige ep (‘Red Blinders’) uitbracht. Beide platen zijn niet echt gemakkelijk te verkrijgen en de promotiemachine bleef vooralsnog beperkt tot mond-tot-mondreclame en het trotse delen van jubelrecensies in en uit de blogosfeer. Donderdag bleek andermaal waar die positieve kritiek vandaan komt, achtereenvolgens tijdens een instore in Plato en een reguliere show in Huis de Beurs.

 

Wat Hater live voor elkaar kreeg, was geen trucje. Het recept is tamelijk simpel: glorieuze songs die het beste van jarenzestiggitaarpop en alternatieve rock uit de jaren negentig in zich verenigen. Het zijn geen spectaculaire liedjes, maar ze ontwapenen, krijgen je haren onmiddellijk overeind en zetten de tijd stil. In muziekhandel Plato fungeerde zangeres Caroline Landahl op het verhoogde podium een kwartier als sirene. Bijgestaan door kraakheldere gitaarpartijen, rollende drums, en stuwende baslijnen speelde ze er het mooiste nummer van haar band: het melancholische Rest, een song met een refrein van kristal en een brug van satijn.

 

Het was jammer dat de band vier uur later, op de nog wat gejaagde, vroege donderdagavond, voor een iets rustelozer publiek aantrad. Maar het gegeven dat de zaal aan het eind van het optreden leeg was gelopen, leek de sympathieke band niet te deren. Eerdaags nog te zien in Rotterdam en Amsterdam, in mei op Les Nuits Botanique. Ga die band checken voor ze zelf door krijgt hoe goed ze wel niet is.

 

Wat podiumpresentatie betreft, zou er hierna geen groter verschil kunnen bestaan dan tussen het aimabele Hater en het grillige Friese trio The Homesick. Laatstgenoemde had woensdag evenwel al een ramvol Vrijdag platgespeeld en deed dat in News Cafe dunnetjes over. Op geheel vanzelfsprekende stoïcijnse wijze, zoals ze dat de afgelopen twee jaar nu eenmaal gewend zijn geraakt.

 

Dus hoorden we vaste opener, het stoere Half Aryan, de uitwerking weer niet missen; de bak aan geluid werkt je op de zenuwen en doet de oren spitsen - “But I don’t know what is coming next”. De heen en weer slingerende outro van het live opgerekte Near The Water voelde als een duiveluitdrijving. Met ernstige precisie geselde Erik Woudwijk zijn drumstel.

 

Ook de twee nieuwe nummers die inmiddels de setlist gehaald hebben klonken veelbelovend voor het Nederlandse zendelingenwerk op SXSW, later dit jaar in Texas. Ze neigden meer naar robuuste genres als mathrock en metal dan de postpunk van het magisch realistische ‘Youth Hunt’. The Homesick bewees maar weer eens dat ze al twee jaar consequent met de wisseling van elk seizoen een nog hogere top van kunnen beklimmen.

 

Traditiegetrouw is de Ierse pub O'Ceallaigh het toneel van de gratis showcase die georganiseerd wordt door Lepel Concerts en Subroutine Records: The Sound Of Young Holland. Toen wij er binnen geraakten, bleek dat “jong” een rekbaar begrip. HWRH (spreek uit: haora, naar de West-Bengaalse industriestad), is immers een gezelschap met muzikanten, die al eerder gediend hebben in bands als Zoppo, Space Siren, en Slow Worries.

 

Wat gaf het? We konden net zo goed constateren hier met een zogenaamde allstarformatie uit de Bollenstreek te maken te hebben. Een sterrenensemble waarin drummer Ineke van Duivenvoorde de lakens uitdeelde met accurate en delicate slagen. Het viertal speelde een soort easy noisepop die deed denken aan Sonic Youth ten tijde van ‘Washing Machine’ met prettig hoorbare vocalen van Cees van Appeldoorn, type bedeesde Thurston Moore. We werden door dit half uurtje benieuwd naar de debuutplaat, die in het voorjaar op Subroutine Records verschijnt.

 

Afsluiten deden we daarna een blokje om, beneden in bistrobar Kult. Daar zou het onbekende Golfbad de avond afsluiten. Binnen enkele minuten werd duidelijk dat dit een publicitair stuntje van de organisatie was, erop gericht de massale drukte bij een normaal aangekondigde show van Korfbal voor te zijn. Een handige zet; want Korfbal is in de tussentijd al opgepikt door radio- en televiestations en hoeft op Eurosonic niet langer alles op alles te zetten om aandacht te krijgen.

 

Eerder op de avond haalden Hospital Bombers op een ander podium overigens al een soortgelijk grapje uit. Zij verklaarden last-minute gortdroog de vervangende act van The Killers te zullen zijn – een verwijzing naar de herkomst van de aan Mountain Goats ontleende bandnaam. Golfbad maakte dankbaar gebruik van het kortstondige alter ego om nieuw materiaal te debuteren, waarbij het eerste nummer een fijne invloed van The Strokes liet horen. Wat volgde was een hitparade waarbij het trouwe publiek gretig at uit de hoorn des overvloeds die de jonge band binnen anderhalf jaar al heeft weten neer te pennen.

 

The Sound Of Young Holland vierde op deze eerste van twee avonden het tienjarig jubileum. Subroutine Records drukte met drie dynamische, Nederlandse gitaarbands haar stempel op de tweede Eurosonicavond. De Nederlandse, alternatieve scene zou een stuk slechter af zijn zonder beide. Hou dat label in de gaten; goede raad van een Hollander.

 

Check alle andere foto's hier.

19 januari 2018
Max Majorana