Emmylou Harris Over songs en mandolines

Paleis voor Schone Kunsten, Brussel
Emmylou Harris
We geven het toe: we zijn stiekem een beetje verliefd op Emmylou Harris. Ze is een van de weinige dames die eigenzinnigheid en zelfredzaamheid weet te combineren met vrouwelijkheid. Komt daarbij dat ze op haar eenenzestigste zeker nog gezien en gehoord mag worden en dat ze zich niet te zeer vast laat binden door ongeschreven regels over hoe countrymuziek wel of niet mag klinken. Een goed gevulde en enthousiaste Sal Lebuf in de Bozar keek reikhalzend uit naar deze grote dame.

Om acht uur stipt doofden de lichten, zodat Kimmie Rhodes het publiek warm kon maken. Veel opwarmen was echter niet nodig. Wij zagen zelden een voorprogramma dat zo enthousiast onthaald werd. Het mag evenwel gezegd: Rhodes kweet zich voortreffelijk van haar taak. Met enkel haar man (op bas) en haar zoon (op gitaar) als begeleiding klonk ze erg overtuigend. Ze kwam ook niet onbeslagen op het ijs. Ze is een goeie vriendin van Emmylou en speelde onder andere ook al met Willie Nelson. Dat zijn mooie referenties. Haar heldere volle stem en haar pretentieloze countrydeuntjes konden op algemene goedkeuring rekenen.

Na een korte pauze betrad Emmylou Harris het podium. Zonder veel poeha opende ze met Here I Am - zeker niet onverdienstelijk als statement en als inspeelnummer. We monsterden de band en telden een stevige ritmesectie, een gitarist die vermoedelijk met een cowboyhoed op zijn hoofd geboren werd, een keyboardspeler die helaas ook een accordeon bij zich bleek te hebben, en een mandolinespeler die helaas niet van plan was om over te schakelen op een ander instrument. Misschien zijn wij dan ook niet echt gemaakt voor de typische nashvillecountry. Naar onze mening krijg je de mooiste klank uit een mandoline als je ze in een vuilniscontainer gooit en je raakt daarbij een banjo.

Orphan Girl kon ons nog erg bekoren. Het is tekstueel dan ook een erg sterke song. Daarna was het tijd om de nieuwe plaat, 'All I Intended To Be' te promoten. Helemaal niet slecht, maar de band bracht het toch net allemaal iets te clichématig. België mag dan misschien een "nondedjuuts patattenland" zijn, de compact disc is ook hier al tot in de verste negorijen doorgedrongen en wij weten onderhand wel hoe een typische countrygitaarsolo klinkt, of hoe wonderlijk het samenspel tussen mandoline en accordeon kan zijn. Wij hadden graag eens iets anders gehoord. Het publiek zou het echter allemaal worst wezen: niks dan enthousiaste gezichten te zien.

Als de mandolinespeler (mandolinist, mandolist, mandoliner?) even zijn instrument opzij zette was het om een viool ter hand te nemen. We hadden het kunnen weten. Er werd kundig en enthousiast gespeeld, dat wel, maar iets nieuws of verrassends zat er niet in. Een handvol nummers van de nieuwe plaat passeerden de revue en Kimmie Rhodes mocht de gelederen nog even versterken voor Love And Happiness en Shores Of White Sand. Hoe spaarzamer de arrangementen, hoe beter wij het vonden. Toppunt was een a capella Bright Morning Stars.

Tijdens Pancho And Lefty wisten we het zeker: Emmylou had beter haar band thuisgelaten of toch duchtig uitgedund. Sterk songmateriaal zoals dat van Townes Van Zandt of van haarzelf is niet gediend met die standaardvulling. Het grote publiek dacht daar schijnbaar anders over, maar wellicht waren zij gekomen om "country" te horen terwil wij daar waren om songs te horen.


November 8, 2008
Stefaan Van Slycken