EL VY De speeltuin van Matt Berninger

Ancienne Belgique, Brussel
EL VY

In een sneeuwwit pak kwam Matt Berninger het podium op, deze keer niet met The National, maar als onderdeel van EL VY, zijn project met muzikale vriend Brent Knopf van Menomena, een groep waar we, voor EL VY, trouwens nog nooit van gehoord hadden. De AB was uitverkocht, maar dat was natuurlijk vooral om het fenomeen Matt Berninger nog eens aan het werk te kunnen zien.



De plaat van EL VY heet ‘Return To The Moon’ en mag er best wezen, maar een meesterwerk is het niet. Los van elkaar zijn nummers als Return To The Moon, Need A Friend, Paul Is Alive en I’m The Man To Be aardig, maar samen vormen ze geen geheel. En dat was ook pijnlijk te voelen tijdens het optreden: EL VY gaat gebukt onder een mengelmoes van stijlen zonder eigen smoel; met als enige bindmiddel de stem en teksten van Berninger.

Die bijzondere stem en manier van zingen zorgt ervoor dat je hier en daar toch geraakt wordt, want de muzikale inkleuring waarvoor Knopf gekozen heeft, lijkt ons niet altijd de beste. Een beetje kitscherig. Of nog anders: er werd in de AB – waar de volledige plaat werd gespeeld, plus één cover – nergens een slécht nummer gespeeld, maar het werd ook maar zelden echt goed.

Met Careless en It’s A Game werd er duidelijk gekozen om nog even bij de sfeer van The National te blijven hangen in het begin van het optreden. En als vanouds werd Berninger losser en meer beweeglijk naarmate hij meer drank geconsumeerd had om zijn sociale fobie te overwinnen. Na afsluiter Need A Friend keilde hij dan ook zijn microfoonstatief tegen de grond, gooide zijn drank in het publiek en weg was hij.

Daartussen was Sleeping Light argeloos voorbij gedobberd, maakte Sad Case pas indruk vanaf het moment dat het overging in vaste aanhangsel Happiness, Missouri en was Silent Ivy Hotel een iets te nadrukkelijke verleidingsoefening, die voornamelijk door dat enerverend orgel niet werkte.

En toen kwam Return To The Moon, stationeerde Berninger ostentatief het microfoonstatief voor de PA zodat de afstand tot het publiek zo klein mogelijk werd en ontwaakten de toeschouwers ook meteen. Het was het begin van een sterkere, tweede concerthelft met Paul Is Alive, de stevige rocker I’m The Man To Be, die doet uitschijnen dat Millionaire er nooit mee gestopt is, en de schitterende pianoballad No Time To Crank The Sun.

Daartussen nog een op het eerste gezicht ietwat vreemde cover. She Drives Me Crazy van Fine Young Cannibals, een oorwurm uit de jaren tachtig, werd vanonder het stof gehaald. In eerste instantie leek het een grap, maar dat was buiten Matt Berninger gerekend, die met zijn inleving en stemgeluid het nummer een andere lading gaf.

Plots was het geen dolle liefdeskreet meer, maar een hulpkreet, bol staand van verlangen en eenzaamheid. En voor het eerst luisterden we ook echt naar de tekst, voor het eerst hoorden we de zinnetjes als: “I won't make it on my own / No one likes to be alone”, en voor het eerst beseften we dat dit nummer als meer bedoeld was dan gewoon een leuke meezinger; of dat Berninger leuke oorwurmen uit de jaren tachtig kan doen klinken alsof er meer bedoeld was.

Het is zaak om niet te gaan vergelijken tussen EL VY en The National. EL VY weegt duidelijk een categorie lichter, maar misschien wilde Berninger wel net even van de zwaarte van The National achter zich laten. Laat The National dan The National zijn en laat EL VY de speeltuin van Matt Berninger en Brent Knopf blijven.


December 8, 2015
Geert Verheyen