Leffingeleuren
Duyster komt naar je toe deze zomer
Christophe Demunter
De Zwerver — 9 september 2022
Wij sluiten de zomer graag af in het polderdorpje Leffinge, en we waren niet de enigen die er ook dit jaar zo over dachten. Op de tweede dag van Leffingeleuren mochten de organisatoren het bordje ‘uitverkocht’ bovenhalen. Op zich een prestatie voor een affiche zonder echt grote namen.

Wij begonnen onze ontdekkingstocht om halfdrie in de grote zaal met Mayorga. Het viertal rond Helena Mayorga Paredes is momenteel “Belofte van de maand” op Radio Willy dus vulden nieuwsgierigen met mondjesmaat de zaal om het snoepje te wikken en te wegen. Dit optreden in Leffinge was nog maar het vierde optreden in het bestaan van Mayorga. We kregen een set te horen waar de arbeidsvreugde en inzet van af droop maar die vooral was opgebouwd uit songs waaraan nog wat kan geschaafd worden. Dat ze ‘het’ in zich hebben, bleek uit een eigenzinnige cover van Love Song (The Cure), eindigend in een streepje melodica. Of we nu vrolijke songs als Weekend Lover of Girl Crush (in Leffinge aangekondigd als de nieuwe single) kregen, dan wel trieste nummers als High High, de meiden op het podium hadden lol met een knipoog naar de kapriolen van Weg Leg. Enkel de drummer sloeg het allemaal nogal stoicijns gade, een mooie balans. Het was misschien vooral het aanstekelijke enthousiasme van de songs dat ons bij de les hield, maar we zien Mayorga graag binnenkort terug. Dat kan later deze week in Trix (support voor Pip Blom) of volgende week in Gent aan de gloednieuwe Arsenaal-site.
Voor beloftevolle artiesten heeft Leffingeleuren een eigen podium, de Buskerstage. We passeerden er vooral al pendelend tussen de podia van het festival. Zo bleven we onderweg van Opus Kink naar Famous even hangen bij de intrigerende Telefreak. De freak in kwestie heet Stijn Cottenie en hij deed iets dat zowel lo-fi ademde als de B52’s wou eren. Als eenmansorkest produceerde hij lawijt voor een vierkoppige band. “Is ’t luid genoeg?”, vroeg hij aan het publiek. Ja, het was luid genoeg. Erg onderhoudende stop in de schaduw van de kerk. Le freak, c’est chic!
Na de ontwapenend schijtezatte levensliederen van Famous en de bluesy grunge van The Mysterines, hadden we wel nood aan een moment van bezinning. Perfecte timing om ons in de kerk van Leffinge te nestelen voor een rondje Duyster Live. Het is intussen een traditie geworden dat Ayco Duyster en Eppo Janssen een handvol troetelkindjes uitnodigen om in de kerk een korte akoestische set te spelen. Loverman mocht dit jaar de spits afbijten. En bijten, dat deed James de Graef wel. Als Loverman beet hij subtiel, later op de avond zou hij als frontman/brulboei van Shht ook nog gemeen bijten. De man etaleerde een stem waarvan we net niet achterover vielen (dat enkel dankzij aan de kerkstoelen). Duisterdonker maar toch ook zacht, rauw maar toch ook gepolijst. Hij speelde overigens zodanig stil dat je zelfs in de muisstille kerk de oren moest spitsen om de muziek smachtend te ontvangen. De tweede song zette Loverman in zonder microfoon, enkel drijvend op de akoestiek van de kerk. Groots minimalisme. Tijdens afsluiter Into The Night stond dan weer plots een zangeres op in de middenbeuk. Of dat spontaan of voorbereid was, daar hadden we het raden naar, maar dat past in het mysterie van ons geloof in Loverman.
Niet alleen James de Graef mocht twee keer acte de presence geven op zaterdag, ook de portables draaiden een dubbel shift. Bij Duyster kwamen ze op visite met een bloemlezing uit hun vijfentwintigjarige carriere. “Je weet dat jullie maar twintig minuten hebben voor deze sessie”, merkte Ayco Duyster op. “We zullen zien”, was het laconieke antwoord van Wio. De portables hielden woord en brachten een medley waarin we heen en weer geflitst werden tussen hun vroegste dagen met songs uit zelf-gereleaste gammele cassettes en recentere flarden uit songs als Undercurrent of Uuflakki Space Station. Tweeenhalve decennia werden zo majestueus samengebald in deze sessie. Een verdiend eerbetoon aan hun eigen oeuvre, eindigend met een Vegetarian Barbecue. Het signaal voor ons om buiten toch eens een garnaalkroket te gaan proeven.
Daarna mocht het weer iets intiemer met Sohnarr. Patricia Vanneste bracht uitgebeende songs uit haar solo-debuut 'Coral Dusk', die Tom Soetaert heerlijk deed aanzwellen met toetsen en elektronica. Een erg mooie sfeeropbouw die perfect in het Duyster-plaatje paste. Maar toch waren het de spaarzame songs enkel leunend op stem, piano en viool die ons het meest intens deden genieten.
We ontsnapten niet enkel voor garnaalkroketjes uit onze Duyster-capsule maar probeerden in de korte pauzes ook nog wat andere podia mee te pikken. Zo zagen we een kort stukje van Tess Parks (met schurende stem a la Kirstin Hersh, die naar meer deed verlangen), Shht (met dolgedraaide loverman die vooral nieuw werk afschoot maar ook James Blunt niet onaangeraakt liet) en Tucan (beetje jazz, beetje kraut, beetje postrock). Die laatste klonken dan wel interessant, toch keerden we terug voor de hoofdmoot van Duyster Live. Het Australische Mess Esque beperkte zich niet tot een sessie maar mocht een volwaardige show brengen. Daar knelde misschien wel het schoentje want na een aantal songs zagen we meer en meer mensen de kerk verlaten. Frontvrouw Helen Franzman zelf was vol lof over de locatie. “Dit is zo mooi, we speelden nog nooit in een kerk”. Na de regenbui die over Leffinge trok, voelde Mess Esque dan ook als een warm dekentje, bestaand uit een ongemakkelijke prikkend stofje. Melodieen haperden in onderhuidse, tegendraadse uithalen. Misschien ironisch, maar net die continue spanning en zoektocht, zorgde er een beetje voor dat de spanning verdween en dat we ophielden met zoeken. Ook de zang van Helen Franzman had iets intrigerends, maar we slaagden er niet in ons eraan vast te haken. Nochtans was Mess Esque een gepast huisorkest voor dit side event van Leffingeleuren want gitarist Mick Turner is tevens lid van Dirty Three, en die band zat al in de tweede maand van het radio-programma in het jaar 2000 in de playlist. Toch nog steeds iets minder impressionant dan de portables, want zij mochten al in week 6 van Duyster op de radio (en zouden daar nog met dertig andere songs passeren in de loop der jaren), terwijl Köhn – het soloproject van zanger/toetsenist/weirdtronica Jürgen Deblonde – al in de allereerste Duyster zat. Kortom, voldoende voer om ons na Mess Esque stande pede naar de tweede passage van de portables te reppen.
De portables switchten van het verleden naar het heden en de toekomst met een set opgebouwd rond hun nieuwe plaat. Nieuwer kon haast niet, want de eerste exemplaren van hun dubbelelpee rolden net voor het optreden van de persen, net op tijd om in Leffinge aan de man te brengen. Die plaat bestaat uit vier songs die elk rond het kwartier aftikken, en zo geschiedde ook in de Kapel op Leffingeleuren. Collective Disguise en Uuflakki Space Station waren langgerekte jams die ons alle hoeken van het universum lieten horen, voelen en zien. Dat laatste haalden we vooral uit onze verbeelding, want met enkel sterke spots als tegenlicht, konden we de bandleden amper ontwaren. Een beetje jammer, want wij houden wel van de visuals van de portables. Het laatste halfuur van de set was zo mogelijk nog meer bevreemdend. De vijf bandleden musiceerden alsof ze op weg naar een ver sterrenstelsel op zoek waren naar een tankstation in de ruimte. Wij reisden mee en genoten van elke seconde. Een publiek een uur lang boeien met een eindeloze nu eens kosmische dan weer komisch groove, faut le faire! Ze doen het truukje op donderdag 15 september nog eens over in Gent.
Na deze tijdloze futuristische trip met de portables, konden we ons met Whispering Sons en Lebanon Hangover respectievelijk fris en dogmatisch laven aan de jaren tachtig. Dat leest u elders op deze site, dus trokken wij tussenin even naar Cafe De Zwerver voor het Amerikaanse trio Triptides. Slechts een paar dozijn mensen hadden de weg gevonden naar het cafe, maar de jongens uit LA gaven de aanwezigen overschot van gelijk met hun frisse kijk op (h)eerlijke rock’n’roll in de traditie van Tom Petty, The Byrds of The Posies. We kwamen aanvankelijk gewoon even piepen, maar de songs van Triptides grepen ons bij het nekvel en hielden ons aan hun podium (de nootjes en zoute stokjes op toog speelden mogelijks ook een rol in onze keuze). De band zit blijkbaar al aan het zevende album, voor ons was het een late ontdekking.
In de Kapel hadden we het grootste stuk van surprise-act Willy “I like the smell of napalm in het morning” Organ gemist (keuzestress, meneer), maar we konden aan het eind van de avond wel nog een groot stuk meepikken van het feestje dat Lander & Adriaan aldaar ophitsten. Met hun toetsenarsenaal en drumkit opgesteld in het midden van de zaal, voltrok zich een feestje dat iets weghad van een kermis aan floorfillers. Het concept van Adriaan Van de Velde en Lander Gyselinck is even simpel als geniaal. Eerstgenoemde tovert een onweerstaanbare groove tevoorschijn, laatstgenoemde mept erover heen en zorgt ervoor dat geen enkele gegijzelde ontsnapt. Coole afsluiter van een geslaagde festivaldag!
