Dunk! 2016 Innoverend als geen ander

Letterkouter, Zottegem
Dunk! 2016

In de zachtglooiende velden rond Zottegem vindt sinds 2005 elk jaar één van de grootste postrockfestivals ter wereld plaats: Dunk!festival. Van benefiet voor de lokale basketbalvereniging tot wereldvermaard nichefestival; het verhaal van Dunk leest een beetje als een sprookje. Het gebeuren heeft de naam een gezellig festival te zijn voor muziekfanaten en heeft in die zin ook een naam hoog te houden.



Dunk: een concept

Met dertig shows op drie dagen tijd op de teller zonder één moment verveling, zijn onze verwachtingen alvast ingelost. Dunk slaagde erin een affiche samen te stellen die muzieknerds en postrockfans kon samenbrengen. Met een uitverkocht gebeuren en een erg internationaal publiek kerft Dunk haar plaatsje in de festivalwereld stevig in de muziekboom. De mooie setting en goede sfeer deed er veel aan. Ondanks de absurd hoge cateringprijzen (door de weggevallen subsidies) bleef het team vrijwilligers en de Chiro-achtige locatie übersympathiek, met speciale vermelding voor het friet-/dj-team. Zij slaagden er, ondanks hun permakater, in ons de laatste avond de meest scheve en absurde afterparty voor te schotelen. Los daarvan heeft het wel iets om een mengeling van Japanners, Chinezen, Duitsers en Zweden te zien aanschuiven voor koffie en boterhammen met choco.

De namen die dit jaar op de affiche stonden vielen grosso modo in te delen in twee categorieën: ambient/drone en de meer klassieke postrock. De eerste categorie was terug te vinden in de kleinere stargazertent, de tweede bevolkte het hoofdpodium. Bands die op het eerste gezicht niet in dat kader pasten, zoals Eleanora of Thank U For Smoking, bleken telkens toch een 'post-rand' te hebben. Door vele kanten van het postspectrum een plaats te geven, bood Dunk inkijk in een stuk van wat leeft in de wereld van de trage muziek. De gemeenschappelijke deler van alle bands was opbouw. Quasi elke band op Dunk was bezig met laagjes leggen, het construeren en deconstrueren van klanken om op te bouwen naar die grote muzikale catharsis; het is iets dat in deze recensie nog vaak zal weerkeren. Dynamiek, en de tocht van dreunend, stampend luid naar ingetogen stil en weer terug stonden centraal. Vaak subtiel als bij Herbstlaub, even vaak keiharde-trap-in-de-kloten-gewijs als bij Russian Circles.

De meest progressieve en vernieuwende elementen lagen ontegensprekelijk aan de dronekant (of post-ambient zoals de organisatoren het zelf plegen te noemen) van het spectrum. Artiesten als Barst, Yodok III of Dirk Serries experimenteerden er in de stargazertent op los met repetitieve loops, dreunende bassen en ingetogen gitaren. De tent vormde voor heel wat festivalgangers een rustpunt, maar het was ook de plek waar de meest interessante dingen te zien waren.

Post-Ambient

Zo bouwde Environments grootse soundscapes, die draaiden rond de volledige uitwerking van bepaalde ideeën. Oneothrix Point Never in bandvorm is misschien geen slechte vergelijking. De Roemenen hebben immens veel potentieel. Maar de afwerking was vaak hoekig, met de overgang tussen verschillende thema's die te abrupt verliepen en de opbouw van de set stoorden. Ook de drummer vormde niet echt een meerwaarde: hij creëerde vaak een soort artificiële drive, die de sfeer wat onderuit haalde.

Yodok III, dat is een drummer, een tubaspeler en gitarist Dirk Serries. Via effectpedalen bracht de tuba metaalachtige, ijle tonen uit. Deze werden bovenop weidse en gekluwde lagen gitaar gestapeld en aangevuld met excellente jazzdrumpatronen. Toen de PA het halverwege de set begaf, besloot Yodok III op eigen kracht door te spelen om, toen het geluid uiteindelijk wederkeerde, in overdrive te gaan naar één van de meest krachtige en intelligente climaxen van het festival. De ietwat abrupte tweedeling onderbrak echter de flow en opbouw van de set. Het enthousiasme na het terugwinnen van de PA leidde er bovendien toe dat de climax te lang werd aangehouden.

Een wat hoekige en abrupte stijl was dan weer één van de handelsmerken van violist Gröndahl. Met een pletora aan effect pedalen creëerde hij muren van noise, dronefolk-intermezzo's en groovy rocknummers. Hij leek nu eens Current 93, dan weer Sunn O))) uit de kast te toveren. Hij liet zich daarbij niet beperken door zijn instrumenten. Technische of muzikale begrenzingen leek het Under Byen-lid niet te kennen. De Deen legde hart en ziel in de set; tot en met het manisch schreeuwend over de grond rollen aan het einde daarvan. Als een volleerd kunstenaar stapelde Gröndahl interessante melodieën en noise op elkaar tot een indrukwekkende wervelwind. Verschillende delen van de set sloten niet altijd perfect aan, overgangen waren vaak plots en ruw, maar dat paste bij het punkrandje dat aan de show kleefde. Deze energiebom was één van de hoogtepunten van het festival.

Dirk Serries bracht op dag drie zijn magnum opus 'Microphonics'. In tegenstelling tot de meeste bands startte hij zijn set in medias res. Met gitaar en effectenverzameling blies hij een onontwarbaar kluwen akkoorden en melodieën de zaal in. Het was veruit het meest ontoegankelijke optreden van het festival, maar allerminst het slechtste. De subtiele dynamiek en lichte veranderingen, die Serries aanbracht in zijn alomvattende geluid, zorgden voor een diepe en meeslepende set, eenmaal je je een weg had gebaand door de dikke laag noise.

ConSouling Sounds

De tweede dag was het aan ConSouling Sounds om het kleine podium te vullen. Dit excellente, Belgische label heeft heel wat talent in de stallen en dat bleek ook op Dunk. Illumine mocht aftrappen, en bracht, versterkt door strijkers, een heel ingetogen concert. De muziek kabbelde rustig verder, zonder veel hoogte- of dieptepunten, een ideaal ontbijtoptreden. Monnik kreeg jammer genoeg amper een half uur, maar benutte dat wel om met traag overlappende melodieën tot een erg lage, dreunende climax te komen. Barst construeerde zijn lagen heel traag en had een lichter en meer atmosferisch geluid dan Monnik. De mix met tribaal aandoende beats werkte wonderwel en zorgde voor een muzikale trance, die zowel dansbaar was als voer voor een meditatiesessie kon zijn. Een groep om zeker in de gaten te houden.

IIVII maakte heel klinische, koude soundscapes. Gecombineerd met vaak enge visuals over een astronaut die verloren zweeft in de ruimte, gaf het een geheel dat eerder was bedoeld om je op te slokken en in een existentiële, metafysische crisis achter te laten dan om je een aangename middag te bezorgen. Een unieke set, we hadden echter heel wat tijd nodig om het geheel te vatten en meegesleurd te worden in iets dat intentioneel emotieloos was. Colin Van Eeckhout van Amenra bracht met 'Rasa' een ingetogen set. Nu ja set, eerder een veertig minuten durend nummer. Met enkel draailier (met effectpedalen en loopstation uiteraard) maakte hij een trage, golvende show. Op Dirk Serries na leek hij de enige die niet echt wilde opbouwen, maar eerder mensen wilde meeslepen in een emotionele trip. Het geheel was erg zwaar, maar CHVE leek moeite te hebben met in de zone te komen. Desalniettemin een zeer geslaagde bad trip.

Eleanora scheurde er dan weer op los als een vroege hardcoreversie van Amenra. De energie droop er vanaf; scheurende en splijtende trage riffs, een frontman die zich als een beer in de bronsttijd over het podium bewoog en de longen uit zijn lijf schreeuwde. Dat alles zonder aan diepgang en emotie in te boeten, één van de meest getalenteerde, Belgische live bands en postcorebands tout court.

Een trend op Dunk leek het gebruik van beeldmateriaal. We hadden het al over de ruimtefilm van IIVII, maar ook bijvoorbeeld Syndrome had traag en zwart-wit materiaal bij om een goede set kracht bij te zetten. Nordic Giants ging hierin het verst: zij speelden hele kortfilms af op het scherm achter zich, wat leidde tot een soort dubbelervaring, jammer genoeg moest het een erg matige set maskeren.

Vreemde eenden

Van alle vreemde eenden in de bijt was Inwolves de meest genietbare. Ongelooflijke drummer Karen Willems en haar twee synthmannen brachten compleet gestoorde, jazzy avant-garde-post-synthpop-krautnoise. Het spelplezier spatte ervan af terwijl naïeve loops en deuntjes uit de toetsen schoten, ritmeveranderingen je om de oren vlogen en je oren er met de nodige noise vrolijk werden afgescheurd. Een dansbare wervelwind die eigenlijk in een gekkenhuis thuis hoorde.

Een andere vreemde eend was The Hirsh Effekt. De snelste band op het festival bestond uit drie technisch ongeëvenaarde muzikanten die post-emo-mathcore ontbonden; erg gecompliceerde en intelligente stukken mathcore met toonladderwisselingen die het bpm evenaarden, werd afgewisseld met tiener-emocore. Die laatste delen werkten soms op de lachspieren, al was The Hirsh Effekt wel de enige band die erin slaagde het voornoemde genre gecompliceerd te doen klinken. Al bij al een interessante set, niettegenstaande die iets te ingestudeerd aandeed en af en toe in pastiche verviel.

Dat laatste deed ook Obscure Sphinx. Het optreden begon erg veelbelovend met snoeiharde en gelaagde postcore, die tegelijk de nekspieren en hersenen pijnigde, en een frontvrouw wiens grunts, screams en showwomanship eender welke mannelijke tegenhanger met het schaamrood op de wangen huiswaarts stuurde. Als volleerd duivelaanbidster kronkelde ze over het podium, onderwijl de mooiste keelklanken producerend. Maar de muziek verloor geleidelijk aan complexiteit, de frontvrouw waagde zich aan regulier zingen en het optreden verwerd tot een soort Within Temptation met erg toononvaste zangeres.

Thank U For Smoking was afgezakt uit Italië om een erg krachtige postnoiseshow neer te zetten. Gelaagde muren van geluid werden de Stargazer-tent ingeslingerd om menig opgedaagde postrockfan verbijsterd achter te laten. Met Arms and Sleepers was ook triphop vertegenwoordigd. Hun tiende verjaardag vierden ze met een dansbare, ingetogen en oerdegelijke set.

Postrock en -metal

Beste band in het genre was ongetwijfeld Yndi Halda. Twee gitaren, bas, drums en viool hadden de Canterburians mee. Ze slaagden erin de muziek heel atmosferisch en luchtig te doen klinken, maar toch ook erg krachtig en meeslepend uit te halen. Waar de meeste bands tijdens build-ups en breakdowns een muur van geluid optrokken, behield Yndi Halda de scherpte en definitie van elk instrument. Bijgevolg klonk wat ze deden opener, meer atmosferisch en meeslepender. Eerder dan een continu doordravend geheel bleef ook de ritmiek aanwezig in de apotheosen. Yndi Halda speelde heel mooi met subtiel aanzwellen en wegebben, zoals op Dunk enkel This Will Destroy You dat ook kon.

Er werd heel secuur en nauwgezet gespeeld, de perfectie benaderend. Af en toe deed de muziek ons denken aan Arcade Fire in hun gloriedagen. Ook zij slaagden erin weidse, maar luchtige, muzikale catharsissen op te bouwen. Het publiek werd overigens helemaal gek tijdens de show. Er werd spontaan meegklapt, gezongen en steevast geroepen om meer en de geïmproviseerde Q&A, die de band ergens midden de set hield, werd heel erg gesmaakt. Afsluiten deed de band als menselijk glockenspiel in een heerlijk intiem slotstuk. Waarschijnlijk hét hoogtepunt van Dunk.

This Will Destroy You trad aan zonder belichting. Er was enkel een rookmachine op overdrive en lampen op de hoofden. De focus moest volledig op muziek en sfeer komen te liggen. Nu had de groep gelukkig geen indrukwekkende lichtshow nodig om ons weg te blazen. We hadden het al over het spelen met muzikaal eb en vloed, iets wat TWDY erg goed deed. Het maakte dat de show niet de klassieke stil-luid-lineariteit had, die vele postrockoptredens kenmerkt, maar golfde en kabbelde, nu en dan ontplofte en rustig aan weer afbouwde. Elektronica en beats werden ingezet om de sfeerschepping te ondersteunen, eerder dan om een dreunend feestje te bouwen, zoals 65daysofstatic dat doet. Muzikaal inventief was TWDY niet echt. De innovatie zat hem in de volledige en onverdeelde aandacht voor meeslependheid. Mission accomplished met een wegdromend publiek tot gevolg.

We hadden het er al eerder over: ook het stamp-dreun-contingent van de postrock en -metalscene was aanwezig; met Pelican en Russian Circles aan kop. De eersten waren loodzwaar. Er werd bijna aan één stuk door met moddervette bassen en drumrolls gegooid. Het optreden was één vertraagde postmetalwaas. Zwaar zijn was echter het enige waar Pelican in excelleerde. Op muzikaal vlak was het heel wat minder, met enkel en alleen ouderwetse postmetalprogressies in de aanbieding. Waar voorgaande band gromde, scheurde Russian Circles meer. Zij speelden sneller en scherper dan Pelican. Eén verwoestende wervelstorm was het, die zelfs de beleefde postrockgarde aan het moshen en crowdsurfen kreeg. Muzikaal ook niet inventief, maar die nodige tikkel harder en gebalder dan de collega's.

Met My Sleeping Karma was ook de post-stoner vertegenwoordigd: zware riffs en sferische woestijngitaren, maar met meer reverb en climactischer dan hun pre-collega's; een leuke show zonder meer. De mannen van Baikonur waren dan weer helemaal van Chili naar het lieflijke Zottegem gekomen. Ze surften heel lineair van sferische momenten naar de obligatoire build-ups, heel gelijkaardig aan wat Kokomo deed, al schakelde die een versnelling hoger en strakker. De verrassingsshow in het bos was echter een pak beter dan wat ze op het podium deden. Voor Collapse Under the Empire was het dan weer het eerste optreden ooit, maar eens de initiële overdondering door de bombastische overmaat was weggeëbd, viel het optreden wat tegen.

Innoverend

Dunk!festival mag in het rijtje LeGuessWho?, Roadburn en Incubate als lage-landen-festival dat innoverend muziektalent verzamelt. Het is het enige Belgische festival dat erin slaagt zevenendertig shows aan te bieden, die integraal kunnen gezien worden, zonder je één moment te vervelen. Het is ook het enige dat erin slaagt een dergelijke dwarsdoorsnede te bieden van de trends die leven en zullen leven in het muzieklandschap. Met recht en rede mag je dit één van de grote post-festivals ter wereld noemen. Dat de Vlaamse Regering hen de subsidies afpakt, is hemeltergend en getuigt van gigantisch wanbeleid. Anderzijds: als Dunk!festival dit overleeft en kan groeien, is dat een grote verwezenlijking en hoeft het zich als onafhankelijk festival van niks meer iets aan te trekken.


May 9, 2016
Koerian Verbesselt