Dranouter 2016 - Dranouter, c'est fou!

, 2 juli 2018

De eerste twee dagen waren al goed, maar de derde dag kondigde zich aan met bovenaan toppers als Yevgueni, Suzanne Vega, Michael Kiwanuka en Zaz. Dat kon toch niet mislopen, of wel? Nee dus.





Twee violen en een bas... en een bodhran en een gitaar. Dat is het materiaal waarmee Old Salt de Keltische traditie weer tot leven bracht. Al mag je dat ruim zien, want het vijftal heeft ook naast drie Belgische leden en een percussiespeler uit Schotland een Amerikaanse zanger en dus passeerden er ook wel wat americana, bluegrass en zelfs wat oude blues. Denk “The Broken Circle Bluegrassband maar dan wel met wat cowboyboots minder”. En alsof het gezelschap nog niet internationaal genoeg was, kwam er na enkele nummers ook nog een Duitse deerne meespelen op accordeon, en hun album bleek opgenomen in Zweden. Leuk optreden. Zo leuk zelfs dat ons rechterbeen nog steeds aan het meestampen is.



Niet erg zegt u? Probeer dan maar eens stil te zitten in de Kerk bij Naragonia Quartet. Toon Van Mierlo en zijn drie gezellen brachten daar een ingetogen, instrumentale set eigen nummers waarvan sommige aanwezigen met de ogen dicht genoten terwijl anderen aan hetzelfde euvel leden als wij en elke mazurka, wals en scottisch te baat namen om in een hoekje of onder de preekstoel een dansje te placeren. Het mocht vandaag. De pastoor gooide niemand buiten.



Yevgueni speelde de eerste dag ook al op Dranouter en twee vijfde van de band stond hier gisteren ook al met Walrus. De mannen maakten er dan ook een echt mannenweekend van en huurden een huis in Poperinge voor drie dagen. Toch (of net daarom) stonden ze fris en monter op deze slotdag op het grote podium te blinken. Niet slecht voor een Nederlandstalige popband.



Frontman Delrue, zelf in topvorm, genoot met volle teugen en liet het publiek al meteen meezingen. De handen gingen al vlot de lucht in bij Niet Met Mij, het tweede nummer en net als de opener en song drie geplukt uit de laatste plaat 'Van Hierboven'. Ondertussen is die ook al anderhalf jaar oud en de band, die hier in Dranouter in 2005 doorbrak (en zijn publiek), kennen de songs door en door.

De show die verder gespekt was met alle klassiekers die de band ondertussen bijeen zong (Pannenkoeken, Aan De Arbeid, Robbie II, Als Ze Lacht, Man Zijn), verliep dan ook geolied met Delrue als volleerd dirigent, zanger, bandleider en volksmenner.



Absolute hoogtepunt was hun ode aan Suzanne Vega. Ook al was het al heel lang geleden dat ze het nummer nog eens live speelden, toch wilden ze In Deze Stad, hun interpretatie van In Liverpool, zelf “malgré tout” in de set. Als de New Yorkse het gehoord heeft, luisterde ze zeker met open mond. Magisch moment! Net als Als Ze Lacht. Wij kennen geen zangcultuur zoals de Ieren, maar op Dranouter kunnen ze er wat van! Het leverde drie luidkeels geschreeuwde “dank u wels” op en een bis in de vorm van Sara.



Oef. Op de stem van Suzanne Vega zit zelfs zoveel jaar na Marlene On The Wall geen sleet. De Amerikaanse vierde haar vijfde passage (‘91,’97, 2001, 2008) en had daarvoor niet veel meer bij dan twee akoestische gitaren (een met nylon en een met metalen snaren) en een extra gitarist met een elektrisch exemplaar.



Na een duik in haar verleden met de eerste twee songs, vond Vega het tijd voor recenter werk als Fool's Complaint, Crack In The Wall en Jacob And The Angel uit 'Tales from the Realm of the Queen of Pentacles'.  Leuk, maar onze ruggengraat tintelde toch vooral bij oudjes als Small Blue Thing en The Queen And The Soldier uit dat onverslijtbare debuut.

In oktober komt de New Yorkse terug naar ons land (De Roma) en daar zal ze wellicht ook materiaal spelen uit haar nieuw te verschijnen album, een soundtrack bij een toneelstuk dat ze schreef. Wij kregen al We Of Me te horen over een twaalfjarig meisje dat bij haar pasgehuwde broer en zijn bruid wil blijven. Onnodig te zeggen dat het niet goed afliep, maar de song stond er wel.



Left of Center was de eerste keer dat haar gitarist op de voorgrond trad en hij eiste steeds meer een deel van de aandachtskoek op. Zo schitterde hij ook in I Never Wear White en droeg hij Tom’s Diner bijna helemaal. Maar Vega bleef toch de grote ster van de avond en bewees waarom ze hier al zo vaak mocht komen met een versie van Gypsy die niemand onberoerd liet.



Michael Kiwanuka werd door Jan De Smet aangekondigd op de toon van Wij zijn samen onderweg waarbij de tent Kiwanuka schreeuwde in plaats van” Alleluja”. Het kon niet ongepaster zijn met wat volgde: een ingetogen minutenlange instrumentale intro van Cold Little Heart.

Met de set van Kiwanuka werd niet de ambiance-, maar wel de meerwaardezoeker op zijn wenken bediend. Jammer voor de meerderheid die zat te wachten op Home Again dat inderdaad aan het eind zorgde voor een hartverwarmend kampvuurmoment, maar daarvoor trok Kiwanuka vooral de kaart van de ingetogenheid. Iets wat hij ook vooraf al had aangekondigd.

Helaas zat zijn set niet helemaal goed. Telkens we bijna in trance waren door de lange, instrumentale uitlopers van zijn zacht kabbelende songs, gooide hij er een potiger nummer tussen en die waren niet allemaal van hetzelfde gehalte als Black Man In A White World. Ook de feedback in het middenstuk van de set stak stokken in de wielen van de totale begeestering.

Die kwam er dus pas helemaal aan het eind. Uiteraard met Home Again, maar vooral ook met het lange uitgesponnen Love & Hate van zijn recente, gelijknamige album. Alleen al met die song verdiende Kiwanuka een extra ster.

Zeiden we dat wij in Vlaanderen geen zangcultuur kennen? Niets van gemerkt bij Guido Belcanto waar de hele Clubtent de nummers van deze sympathieke zanger met veel vuur meezongen. Zoals steeds balancerend op de smalle grens tussen kunst en kitsch wist de Antwerpenaar met de zwoele stem voor een enorme glimlach op onze lippen te zorgen. En met topmuzikanten als Nicolas Rombauts en Lieven De Maesschalck werden toch ook onze oren verwend.

Ook fris om te horen én te zien was Little Kim (van Little Kim & the Alley Apple 3) die vanaf Toverdrank mee op het podium mocht om daar de partij van An Pierlé (nochtans ook aanwezig om haar nieuwe plaat voor te stellen in de Kerk) te zingen. Heeft Belcanto nu eigenlijk al gekregen wat hij sinds 1989 vraagt: zijn portret op het zeildoek van de botsauto’s? Anders wordt het tijd. Hij verdient het.

Echte afsluiter van het festival, was de Franse spring-in-‘t-veld Zaz. En het dient gezegd: zij maakte er een knappe, afwisselende show van, compleet met oogverblindende visuals.

De Française toonde al meteen hoe je de aandacht opeist van een volle tent taterende feestvierders. Ze haalde een keer vocaal fors uit en gaf zo de aftrap van een stevige set vol doorleefde songs die door het nog steeds massaal aanwezige publiek op enthousiasme werden onthaald.

Zaz speelde dan ook met genres die hier allemaal goed in het oor liggen: van jazz tot country en van chanson tot rock. En ze heeft ook dat onschuldige, dat jeugdige, dat speelse dat ze niet alleen etaleerde door haar manier van zingen en bewegen, maar ook in haar instrumentarium waar al eens een draaiorgel, een banjo, een blikken wasbord of een trekfluitje opduiken.

“Perrier, c’est fou” was een slogan uit onze jeugd. Wedden dat Zaz er ook mee grootgebracht is?

8 augustus 2016
Marc Alenus (Foto's: Lieve De Pesseroey)