Dranouter 2016 De echte headliner achteraan

Dranouter
Dranouter 2016

Op dag één werden we al meteen royaal bedeeld. Dag twee sloot ook af met een koninklijk koppel, met name Trixie Whitley en Balthazar, maar ook daarvoor viel er heel wat te beleven op Dranouter. Een greep.



We startten de dag in nachtelijke sferen om één uur in de namiddag. Dat kon zomaar met Flying Horseman in de Club. En “The night time” mocht dan wel de juiste zijn volgens opener Faithfully Yours, ook op dit onzalig vroege uur overtuigden Dockx en de zijnen moeiteloos en lieten ze ons alle wilde kleuren van de nacht zien. Wij lieten ons maar wat graag meevoeren door de nachtmerries die soms uitzinnig draafden en dan weer uit je hand kwamen eten, verleidelijk met de lange wimpers knipperend.

De band leek wel een spin die, zachtjes wiebelend in haar web, de prooi verleidt om dan bliksemsnel toe te slaan en haar slachtoffer willoos binnen te halen. Too Much Love met Loesje Maieu op gong en bassist Mattias Cré, die zijn instrument streelde met een strijkstok, was zo’n moment van verleiding. Afsluiter Money zoog het laatste restje kracht uit het publiek dat de band smeekte om genade en finaal afgemaakt werd met bis America Is Dead .

Na zoveel duivels genoegen vroegen we om vergeving in de Kerk bij Tiny Legs Tim, die momenteel wel in Gent resideert, maar hier een homecoming concert speelde. De man schaafde zijn bluesskills immers bij op luie dagen in het landelijke Westouter waar de modder blijkbaar net hetzelfde ruikt als in de Mississippidelta.

Tiny Legs Tim putte vooral uit zijn laatste en beste album ‘Stepping Up’ en deelde zijn set in afwisselend kabbelende en dan weer meer uptempo delen, daarbij prima bijgestaan door Steven Troch op mondharmonica, Karel Algoed op bas en Frederik Van den Berghe op vellen. Na een zalige coverversie van Death Letter Blues van Son House schakelde het viertal een versnelling lager, maar wij waren toch vooral mee in de stevigere songs waarin Tim de Graeve zijn gitaarkunsten vertoonde en Troch de boel opzweepte met zijn mondijzer. Daarvan kregen we er nog een paar aan het eind en dankzij Walk With The Devil verlieten we de kerk toch weer zoals we ze betraden: bezeten.

Dat Dranouter nog altijd geen mainstream rockfestival is zoals zovele, bewees o.a. Lynched. We hadden het gevoel dat we deze band al eens aan het werk hadden gezien, maar zij beweerden dat het de eerste keer was dat ze het Kanaal overstaken naar onze contreien. En toch: de broertjes Ian en Daragh Lynch hebben tronies die je niet snel vergeet. De band noemt zichzelf “onverlaten uit Dublin” en zo zien ze er zeker uit met die tattoos en piercings. Alleen de enige vrouw in de band, Radie Peat, zag er wat alledaags uit.

Lynched bracht met veel trots en in de beste Ierse zangtraditie traditionals, anti-oorlogs- en anti-fascistensongs en eigen composities. Ze kruidden de set met veel humor, zonder in onderbroekenlol te vervallen en ook het virtuoze samenspel en de feilloze harmoniezang tilde deze set ver boven het gemiddelde uit. Cd’s hadden ze niet bij zich wegens verkocht op een vorig festival, maar we bestelden 'Cold Old Fire' op de site en Radie beloofde hem te kussen vooraleer hem op te sturen. Of we dat wel willen is ons na het gitzwarte The Old Man From Over The Sea niet meer helemaal duidelijk, maar dat we hier de kracht van muziek ondervonden, dat staat als een paal boven water.  

Veel power ook bij Walrus in de Voute, die nog maar eens bewezen dat hun Vlaamse pop niets te maken heeft met de Tien Om Te Ziens van deze wereld. De Waaslanders brachten een eigen berg mee naar het Heuvelland: op hun backdrop prijkte de Beverse Singelberg, waarop zanger Geert Noppe naar eigen zeggen "belangrijke dingen meemaakte". Of hij daarover zong in zijn nummers was niet helemaal zeker, maar in zijn nummers steken wel heel wat persoonlijke ervaringen en indrukken over zijn gezin, zijn leven als muzikant, zijn ervaringen met moeilijk opvoedbare jongeren (Benjamin) en nog veel meer.

Vanaf Op De Valreep en Maat Van De Vaat stoomde Walrus lekker door tot Wat Een Mooie Ochtend (Slaap Zacht) wat een eerste, mooie rustpunt vormde. Brakke Grond stak het vuur weer moeiteloos aan de lont om uit te branden in een gitaarpartij van Pieter Peirsman. En wanneer de sfeer toch even inzakte, stak frontman Noppe slim een tandje bij tot afsluiter Kijk! de set in schoonheid afsloot. Noppe had wel wat te kampen met een weerbarstige microfoon, maar hij en zijn gezellen amuseerden zich geweldig en straalden dat uit naar de tent, die de band dan ook nog eens terugriep en getrakteerd werd op wat Bevers dialect in Honingraat.

Van een nog hoger niveau was Dez Mona. Frontman Gregory Frateur maakte wel een doodsmak toen hij op het eind van de set terugkeerde van een reisje in het publiek, maar hij loste dat professioneel op, al zong hij wel Get Out Of Here en volgde daarna enkel nog toegift Lack Of Love.

Van gebrek aan liefde had Dez Mona met een redelijk ingetogen set nochtans geen klagen. Frateur mocht er dan wel erg vreemd uitzien in dat zelfgemaakte, asymmetrische pak uit tule met franjes aan de enige epaulette, Dranouter drukte de grootse zanger graag aan het gilet en wiegde in trance mee op toppers als Suspicion, You Are Here en The Storm dat in deze woelige tijden van verhoogde veiligheidsmaatregelen (zelfs hier in Heuvelland) een extra dimensie kreeg.

Close To You van Carpenters kreeg enkel begeleiding op akoestische gitaar van Tijs Delbeke mee en was het hoogtepunt van verstilling in de set. Eigenlijk zat alleen in The Back Door meer vuur, maar mooi was het wel.  

Ondertussen betrad queen Trixie Whitley de Kayam. Ze zag er dan wel uit als een ijskoningin, maar ze strooide gul met warmte door haar publiek in het West-Vlaams aan te spreken en natuurlijk ook met haar soulvolle stem.

Na wat opwarmen met drie nummers uit de debuutplaat, waagde ze zich met Gradual Return en New Frontiers ook aan ‘Porta Bohemica’ om daarna helemaal in haar eentje het grote podium te vullen met Oh The Joy. Altijd een risico om zo’n intieme song - solo dan nog - te brengen op een festival, maar Dranouter was tegen dan al volledig in de ban van de zangeres die daarvoor bedankte met een striemend vervolg.

Van het vooralsnog onuitgegeven, compleet over the top gaande The Shack, ging het naar een smachtend Need Your Love en dat ging dan weer bijna naadloos over naar een wild rockend Hotel No Name met de fenomenale lijn “Silence touches the root of speech”. Wij werden er alvast stil van.

Groot was dan ook onze verrassing toen de onbereikbaar lijkende Whitley tijdens Breathe You In My Dreams de front indook en het publiek opzocht, ondertussen spelend met de stem en lonkend naar de band. Toen ze gracieus weer het podium bestegen had en het applaus bleef aanhouden, werden we nog getrakteerd op een supertrage versie van Elisa’s Smile. Dient het nog gezegd dat ook op onze tronie een glimlach was gekleefd?

En toen moest Balthazar nog komen. De band uit het nabijgelegen Kortrijk had duidelijk connecties met het festival want Maarten Devoldere en Jinte Deprez beweerden hier samen eenentwintig keer The Levellers gezien te hebben en bovendien hier op het festival ontmaagd te zijn; door dezelfde vrouw dan nog. The Oldest Of Sisters kreeg zowaar een nieuwe betekenis. Wat er ook van zij: Balthazar voelde zich op het gemak en zegezeker.

Toch liep niet alles van een leien dakje. Het ophangen van de bandnaam als backdrop lukte niet en tot in de intro van het openingsnummer moest er aan de drumkit gesleuteld worden. Ook het meezingmoment bij Blood Like Wine was niet overtuigend, maar dat liet Maarten Devoldere niet aan het hart komen. Hij gniffelde eens en lachte zijn publiek een beetje uit met een droog “goed geprobeerd”. Dat hetzelfde publiek net daarvoor Bunker op hartverwarmende en magische wijze had overgenomen was hem blijkbaar ontgaan.

Voor andere hoogtepunten zorgde de band zelf. Wait Any Longer, dat startte met enkel vocale steun van violiste Patricia Vanneste en langzaam, maar trefzeker openvouwde, was er zo één en uiteraard ook Fifteen Floors en de bisronde Sinking Ship en Do Not Claim Them Anymore. In tegenstelling tot de eerste dag zat de echte headliner vandaag dus wel helemaal achteraan in de line-up. Laat ons daar het glas op heffen.


August 7, 2016
Marc Alenus