Down the Rabbit Hole 2018
Dag 3: Meesterlijke Cave
Stefaan Van Slycken
Groene Heuvels — 28 juni 2018
Op de laatste dag van deze editie telden we eigenlijk maar één onbetwiste headliner, en dat was Nick Cave. Om een muzikale indigestie te voorkomen beperkten we onze inname tot een rantsoentje indiepop, een keyboardtovenaar en uiteraard de apotheose bij zonsondergang. De zandstormpjes die bij momenten de kop opstaken bleken slechts een voorbode van de storm die Nick Cave heet.

Denk nu niet dat we iets hebben tegen The Breeders, die hun rammelende melodieuze rock breed glimlachend brachten, of tegen St.Vincent, die er wel een show van weet te maken maar naar onze smaak nog altijd veel te veel noten speelt om weinig te vertellen. Voor Franz Ferdinand hebben we het dan weer heel wat minder. Ze krijgen het publiek live wel mee maar het is toch het rock-'n-roll-equivalent van een Oberbayern-hoempapa-orkestje.
Dan liever Portugal.The Man. Die lieten zich, hopelijk niet zonder ironie, door Beavis en Butt-head aankondigen als de beste band ter wereld. Zo ver zouden wij niet durven gaan, maar voor zomerse feestjes zijn er momenteel weinig betere soundtracks te vinden. Ze zijn niet vies van wat recyclage, dus pasten ze na opener Another Brick in the Wall verder ook nog flarden Gimme Shelter en I Want You (She's So Heavy) in respectievelijk Atomic Man en All Your Light (Times Like These). Beatles of Stones? Niet meer over discussiëren. Uit het Beatlesnummer wisten ze eigenlijk zelfs meer te halen dan de originele uitvoerders, en dan moet je wel al iets kunnen.
De straffe liveband verveelde nooit, en weerom was de tent eigenlijk te klein om het meedeinende publiek te bevatten. De soms lange instrumentale stukken bleven interessant en de handen van het publiek gingen meermaals spontaan op elkaar. Een song als Hip Hop Kids, met die volle gitaarsound, vinden we beter dan de grote hit en setafsluiter Feel It Still. Of de band een blijver is valt moeilijk te zeggen, dus ga ze nu bekijken op één van hun talrijke passages in uw buurt.
In diezelfde Teddy Widder vonden we Nils Frahm terug achter zijn podium vol piano's, keyboards en elektronica. De Duitse minimalistische pianist groette het publiek met een brede glimlach maar bracht het merendeel van zijn set door met de rug naar het publiek of met de ogen gesloten. Van lichtshow of visuals was ook weinig werk gemaakt, dus bleef eigenlijk enkel de muziek over.
De talrijke fans bleven geboeid kijken, maar achteraan de tent weergalmde toch weer te veel geroezemoes van mensen die gewoon schaduw kwamen zoeken. Frahm zocht het vooral in de elektrische pianoklanken en trok vaak een gezicht alsof het heel moeilijk was om aan de juiste knopjes te draaien. Wij besloten dat het zeer mooi en rustgevend was, maar vroegen ons af of dit eigenlijk wel tot zijn recht kwam op een festival.
Je zou je hetzelfde kunnen afvragen over Nick Cave. "I wish the sun would go down" zei hij halfweg zijn set. Een donkere zaal ware misschien beter, maar de zonsondergang die halfweg zijn set de hemel boven het meer rood kleurde mocht er toch ook zijn. Er was een promenade gebouwd tot vlak bij het publiek, en van daarop zong Cave "with my voice, I call you" (Jesus Alone). Het publiek leek tot heel ver op het zanderige veld in de ban van zijn roep. Na Magneto, met z'n typisch uitgepuurd Warren Ellis-arrangement, werd Cave voor de eerste keer gevaarlijk met Do You Love Me en From Her to Eternity. Ellis martelde zijn overstuurde viool, Cave haalde zijn meest demonische kop boven. Waar we de fans op de eerste rijen eerst nog benijdden omdat Cave wel erg veel tijd op die verlaagde catwalk doorbracht, vermoeden wij nu dat ze wel eens een onrustige nacht zouden kunnen overhouden aan zijn intensiteit.

