Down The Rabbit Hole 2016 Wat het niet is

Groene Heuvels, Beuningen
Down The Rabbit Hole 2016

Dankzij de talrijke douchecontainers zagen heel wat bewoners van het modderslagveld, dat de camping geworden was, er toch proper en min of meer fris uit. Terwijl we ons tussen de festivalkunst en de Turkse, Aziatische en cajun-eetkramen midden een onweersbui naar de Teddy Widder begaven, bedachten we ons dat er binnenkort maar eens een retrofestival georganiseerd moest worden: één podium, oorverdovend geluid, alleen bier, frieten en hamburgers, stagedivers en steengoede groepen. Kortom: we hadden zin in een portie nostalgie met Suede en waren nieuwsgierig naar Anohni.



Eerst viel er - naast de nodige handenvol cultureel verantwoord voer - nog heel wat muziek te verteren. Wij togen naar Kovacs, "de Nederlandse Grace Jones" volgens de presentatrice. Dat vond deze Vlaamse Greil Marcus toch ietwat overtrokken. Live klonk het allemaal heel afgelikt - de bezetting met twee strijkers erbij leent zich wellicht niet tot veel avontuur. Vaak, zoals bij Fool Like You, dachten we aan Hooverphonic, maar dan met een iets snediger zangeres. Helaas, dit was zeker geen Massive Attack.

Op zoek naar de Fuzzy Lop pikten we nog wat Frightened Rabbit mee, maar aangezien we zo al darmklachten krijgen van Mumford and Sons, riskeerden we liever niet de oud-Hollandse stoofpot met grote snelheid terug te zien bij dit doorslagje. Kerewerom Vlaamse Reuske, om het in konijnentermen te houden, terug naar de Teddy Widder, voor knuffelkonijn Alex Vargas.

Deze Deen is helaas geen Jeff Buckley, maar wanneer hij de gitaar ter hand neemt, blijkt hij daar wel overduidelijk de mosterd gehaald te hebben. De stemacrobatieën passeerden foutloos tijdens Lasting Song en bij Cohere mocht daar dan een stampende beat onder. Vargas en zijn compaan Tommy Sheen stonden hard te headbangen terwijl het publiek het bij een bezadigd meeknikken hield. Het duo kreeg de handen op elkaar, maar na nog een paar bonkers en een ballad hadden we genoeg gehoord van die falsetstem. Was dat daar de zon?

Als rechtgeaard muziekrecensent kon je natuurlijk Car Seat Headrest niet links laten liggen. Hoe enthousiast de collega's ook mogen zijn over dit bandje, vonden wij hen nauwelijks het niveau van een Rock Rally-finalist overstijgen. Het kan natuurlijk aan het vroege, zondagmiddagse uur gelegen hebben, maar een band die nauwelijks beweegt, muzikanten die binnen het onzichtbaar afgelijnde hokje blijven op het podium en een zanger, die nauwelijks geestdrift aan de dag legt, moet dan wel met stevige songs komen. Op de volgende redactievergadering zal er wel een boompje over opgezet worden tot in de vroege ochtend, maar hier vonden wij niks aan. En met teksten als "You have the right to be depressed", hebben wij nog minder voeling dan met dikke rappers, die het hebben over hun zevenendertig ho's op een jacht in Miami. Dit was geen... nee, dit was gewoon niks, eigenlijk.

Dan beviel de radiovriendelijke pseudo-stadionrock van Nothing But Thieves eigenlijk stukken beter, terwijl we ze op voorhand al verticaal geklasseerd hadden als een soort would-be Muse. Ze slaagden er in Where Is My Mind van The Pixies in de set te steken zonder dat het al te hard afstak tegen de rest. En ze deden hun naam eer aan: bij heel wat riffs en flarden tekst had je het idee dat ze het ergens gejat hadden, maar het lag er net niet dik genoeg op om een spelletje "Name that tune" te spelen. Trip Switch  werd door een harde kern uit volle borst meegezongen. If I Get High deed ons met nogal wat goede wil zelfs denken aan de ballads op 'The Bends' van Radiohead. Live klonken ze eigenlijk veel leuker dan op plaat, dus noteerden we: cd kopen, nee. Aanraden aan festivalbezoekers, die een leuke deun zoeken: ja!

Toen we recent het boek van Def P over tien jaar Osdorp Posse en Nederhop in een kringwinkel vonden, vroegen we ons af hoe het met de nederhop gesteld was. Wie het lauwe gemurmel van Tourist LeMC of Slongs Dievanongs hiphop of rap durft noemen, krijgt van ons een kopstoot. Zelfs als we nuchter zijn, willen we Vette Beats! Hoewel Opgezwolle het aan onze kant van de grens nooit tot grote bekendheid schopten, blijkt er in Nederland toch nog een trouw publiek te bestaan voor Rico & Sticks, de MC's van dat collectief uit het schilderachtige Zwolle.

Het woord "energie" viel erg vaak; toch zou één en ander een tandje sneller mogen. Het weze ons vergeven dat we hits als Gekke Gerrit, Gekkenhuis of Strik Je Veter niet uit volle borst meezongen, wegens onvoldoende bekend. Rondom Beuningen bleek dit dan weer parate kennis te zijn. Er werd nogal eens ge-ho-ho--ho't en ge-ja-ja-ja't, en een al-wie-da-ni-springt-moment mocht evenmin ontbreken. Ongevaarlijke fun dus, zeker geen match voor de Osdorp Posse of De Onderhonden. Geen disrespect intended, yo.

Van de volgende hype, Daughter, noteren we vooral dat Oscar and the Wolf een vrouwelijke tegenhanger heeft, al denken we misschien meer aan Max Colombie omdat we in de wisselende weerstomstandigheden verschillende jongelui zagen dansen in hun peignoir.  Een heldere stem, sprankelende gitaren, rustige ballads... Dit keer stoorden we er ons minder aan dat het in de tent zo aardedonker was terwijl buiten de zon af en toe even door het wolkenpak brak. Toch werd dit, wat ons betreft, niks om binnen vijf jaar nog over te spreken.

Suede betrad het podium op de tonen van Bodies van The Sex Pistols. En dan moet je natuurlijk sterk openen. De etherische klanken van Europe Is Our Playground en vooral de kracht van Animal Nitrate bewezen dat Suede nog steeds een imponerende klank had en met Brett Anderson beschikte over de meest charismatische frontman van heel het festival. Van de nieuwe plaat hoorden we enkel What I'm Trying To Tell You en dat was echt een meerwaarde in de setlist.

Het akoestische She's In Fashion zonk misschien wat weg in de festivalsetting, maar daarna bleef het tempo en het niveau consequent hoog. Anderson bespeelde het publiek, de camera en zijn microfoon, en toen Beautiful Ones werd ingezet, beseften we twee dingen: dit concert was voorbijgevlogen, maar toch misten we één of twee kippenvelmomenten. We begrepen weer waarom Suede ons, zelfs op het toppunt van het succes, nooit de meest essentiële britpopband heeft geleken.

We bleven hangen op de eerste rij van de Hotot, want voor Anohni waren we eigenlijk naar Beuningen afgezakt. Ondertussen bedachten we ons dat de programmering eerder een lichtjes willekeurig verspreide staalkaart was dan een logisch opgebouwde line-up.

Tien minuten voor aanvang van het optreden werd er op het scherm - dat de rest van het weekend nauwelijks gebruikt was - een film vertoond met een in lingerie dansende Naomi Campbell. Voor de rest blonk het schuin aflopende podium uit in kaalheid. Eén en ander werd duidelijk toen twee laptoptovenaars hun plaats innamen en de grommende en bonkende bassen aanzwengelden.

Hopelessness werd door een bebloed gezicht op het scherm gezongen, waarna Anohni in een zwarte pij met een ondoorzichtige zwarte kap het podium betrad. De enige expressie die we konden waarnemen waren de handen en bewegingen van Anohni; voor de rest gebeurde alles op het scherm. Close-ups van transgenders van verschillende rassen en leeftijden lipten de teksten mee, die live gezongen werden.

De basdrone zinderde in de maag, de beats bonkten hard en gevarieerd en we stonden met open mond te kijken terwijl Anohni heel 'Hopelesssness' en een paar extra songs bracht op deze manier. Het werd snel duidelijk dat ouder werk niet tot de mogelijkheden behoorde, maar dat stoorde helemaal niet. Dit was eerder een performance dan een rockconcert en met die vlijmscherpe teksten en die unieke stem bleef dit concert bij het nekvel grijpen van begin tot eind.

Hopelijk hebben die zeikerige fakers van Car Seat Headrest dit gezien. Een mooiere verklanking van de psychische ballast, die komt kijken bij in een verkeerd lichaam geboren worden, vindt men node. Onwillekeurig dachten we aan John Cale, toen ze die bijna in een dwangbuis moesten steken. Hier geloofden we wel de pijn in een song als Why Did You Separate Me From The Earth. Na Drone Bomb Me waren we dan ook niet meer in de stemming om nog naar het - laattijdig aangevangen - feestje van de Fun Lovin' Criminals te gaan kijken. Als we er soms nog aan twijfelen of de liefde voor muziek stilaan uit ons wegsijpelt, dan beseffen we na een optreden als dat van Anohni dat we alleen maar kritischer worden, maar dat we toch nog steeds emotioneel geraakt kunnen worden door de juiste artiest.

Met dat besef zochten we onze konijnenpijp op, terwijl het feest bovengronds nog tot in de vroege uurtjes doorging. Daar zaten zwart-geel-rood geschminkte landgenoten vermoedelijk voor vier-nul tussen.


June 28, 2016
Stefaan Van Slycken