Down The Rabbit Hole 2016 Feestjes en intensiteit

Groene Heuvels, Beuningen
Down The Rabbit Hole 2016

Met man en macht werd er gewerkt om Down The Rabbit Hole in dit verzopen festivalvoorjaar toch plaats te kunnen laten vinden. Verhuurders van oprijplaten deden gouden zaken; de busfirma's, die de inderhaast ingelegde pendelbussen verzwaard zagen met liters festivalmodder, zullen zich stevig in het haar gekrabd hebben. Tussen de regen en de drop vulden de tenten zich met een gevarieerd publiek voor heel wat muzikale afwisseling.



Onder het geritsel van honderden plastic hesjes nestelden we ons even in de Teddy Widder-tent voor Eefje De Visser, die haar nieuwe plaat kwam voorstellen. Hoewel de bas lekker pompte, kon dit Nederlandstalig popmeisje de aandacht niet vasthouden, noch muzikaal, noch tekstueel. Dat kan er natuurlijk aan liggen dat wij een ander idee hebben van hoe Nederlandstalige muziek moet klinken dan onze met Ramses Shaffy en Robert Long opgevoede noorderburen.

Op naar Charles Bradley dan. De voormalige James Brown-imitator wist enthousiaste reacties los te maken met zijn uithalen in onder meer You Think I Don't Know. De gimmicks en gestes zaten goed, maar toch hadden we eerder het gevoel naar een acteur dan naar een soulzanger te kijken. Een beetje 'Blues Brothers', inderdaad. Van Changes geloven we meer als Ozzy het zelf zingt, laat het ons daarop houden.

De eerste opklaringen van de dag leidden tot een bevolkingsexplosie op de weiden en de beslijkte wegjes. Zo glibberden we weer de Teddy Widder binnen voor de gemakkelijk verteerbare jazz-fusion light van Cinematic Orchestra. Onze stelregel is dat we naar zittende gitaristen ook zittend kijken, en als achtergrond voor een rustmomentje is deze muziek zeer geschikt, maar het is zeker geen Weather Report. Bij afsluiter All That You Give stond de tent maar half gevuld; de zon leek aanlokkelijker.

Dat was dan meteen ook het enige wat we jammer vonden aan het feestje van De Staat: dat dit niet in openlucht kon plaatsvinden. Een moddermoshpitje ware passend geweest bij pakweg Witch Doctor. Het publiek liet zich qua dansen en springen niet onbetuigd bij deze onversneden fun. Savages breide hier nog een vervolg aan met hun discopop. Verstand op nul, funmeter maxed out.

De strijkers en blazers verraadden dat Glen Hansard het over een heel andere boeg ging gooien en dat we ons beste luisteroor best moddervrij maakten. Met Didn't He Ramble had hij ons meteen bij het nek- en kippenvel. De publieksparticipatie beperkte zich niet tot meezingen; Hansard  vroeg een biertje en prompt werd hij op een Heineken-douche getrakteerd. Als wedertraktatie volgde een erg intense versie van My Little Ruin. En wie het nog niet wist, kon daar zien hoe die gaten in de klankborden van zijn gitaren kwamen. Willy Nelsons Trigger heeft er een paar waardige opvolgers bij.

De tenten hielden het publiek droog, maar zorgden ook voor een weergalmend geroezemoes op stillere momenten zoals bij het begin van When Your Mind's Made Up. Hansard overstemde gelukkig erg vaak - dikwijls met rode kop - schreeuwend het gebabbel. Die gemeende intensiteit - waarbij Hansards stem nooit aan muzikaliteit inboet - verheft hem boven het gemiddelde van de folkrocknavelstaarders. Na The Gift nam de man nog een bierdouche - je bent Ier of je bent het niet - en vroegen wij ons af of we hierna wel nog naar The National moesten gaan kijken.

Nee dus. Na een gezwollen start ging het openingsnummer Find A Way de mist in. Moeten we op de ironie wijzen terwijl hulpeloze blikken tussen de muzikanten geen uitweg boden? Als er al een intensiteit in dit optreden had kunnen zitten, werd dat hiermee wellicht doodgeslagen. Na de geluidspap van Don't Swallow The Cap, Sea Of Love en Bloodbuzz Ohio, hadden we genoeg van het gebrek aan intensiteit en begeestering en besloten we de laatste pendelbus op te zoeken, die helaas om middernacht al vertrok. Dit was ons geen taxi waard.


June 28, 2016
Stefaan Van Slycken