DMA's - Hooligans met peperkoeken hartje

, 2 juli 2018

Petjes zijn weer in. Zowel bij The Herfsts als bij DMA’s droegen twee leden een petje. Muzikaal waren ze dan weer geenszins te vergelijken. De ene – van bij ons – sloot bij groepen als Local Natives en Arcade Fire aan, de andere – uit Australië – wordt vergeleken met al wat van ver en dichtbij naar Britpop ruikt. Een interessant avondje.





Met zeven stonden ze op dat kleine podium van Trix Bar, The Herfsts. Namen als Wolf Parade, Local Natives en Arcade Fire schoten ons door het hoofd terwijl we naar de schijnbare nonchalance van deze vrolijke bende stonden te kijken. Eerste single Two Dancers is net uit, maar België is bij voorbaat al te klein, want vorig jaar al gingen de heren in Spanje spelen. Na deze show onthouden we dat The Herfsts de moeite zijn om in de gaten te houden. Niet alleen waren ze veelzijdig (van punk tot synthpop), ook hielden ze er bijzonder inventieve songstructuren op na. Saai werd het dus nooit.

Daarna was het de beurt aan DMA’s en dat was een noemenswaardige stijlbreuk. Zelf noemen DMA’s hun muziek “nostalgic garage pop”. En daar kunnen wij weinig tegenin brengen. De drie Australiërs krijgen vaak vergelijkingen met de klassieke Britpoppers om de oren geslagen en ook dat is niet onlogisch. Vernieuwend was het drietal dus niet, maar vervelend evenmin. Ze hadden een dozijn leuke liedjes meegebracht en dan was het voorbij. En zo was het goed.

We begrijpen de vergelijkingen met Oasis. Net als LIam Gallagher destijds stond frontman Johnny Took schijnbaar ongeïnteresseerd zijn teksten te debiteren waarbij hij bijna de microfoon opat. De bindteksten waren mager, liever stak Took – gehuld in joggingvest – zijn pint in de lucht bij wijze van bedankje, alvorens een slok te nemen.

Nummers als Timeless en Too Soon waren nog pretentieloze rock, maar het was vanaf Straight Dimensions dat we hoorden dat er ook meer in DMA’s schuilde. Het was een poprockliedje van een genadeloze aanstekelijkheid en tijdloosheid; een song met een hart, zoals Liam Gallagher er eentje heeft weten te maken: The Roller.

Het was opvallend dat één van de leden van DMA’s bij élk nummer de akoestische gitaar hanteerde, DMA’s streven dus, naast de muur van rock, ook naar nuance in de songs. En dat was er aan te horen. Ze zagen er dan wel uit als een bende hooligans, maar er schuilen peperkoeken hartjes onder de façade. Voor het duo So We Know en Delete werd de drummer zelfs de coulissen ingestuurd. Het zijn dan ook twee onverhulde liefdesliedjes.

DMA’s rockten, maar beheerst, hadden met singles Laced en Lay Down vrolijke popdeuntjes in huis, maar er moest helemaal tot het gaatje gewacht worden voor de boel helemaal kapot mocht, letterlijk dan. Tijdens de outro van Play It Out, het slotnummer, huppelde gitarist Matt Mason over het podium waarbij hij een microfoonstatief omstootte en die gewoon liet liggen. Want dat is rock-‘n-roll dezer dagen.

Of ze een grote toekomst in zich hebben, is moeilijk te voorspellen. Ze maken – ook al zijn ze dan afkomstig uit Australië – Britpop en moeten dus opboksen tegen grote voorbeelden, waardoor het moeilijk wordt om een gelijkaardige status te bereiken. Tot nu toe is het gewoon plezant voor DMA’s en debuut ‘Hills End’ maakt het ook plezant voor ons. Dat is voorlopig genoeg.

5 mei 2016
Geert Verheyen