Destroyer Sneeuw doen smelten

Botanique, 10 december 2017
Destroyer

Sneeuw en storm hadden de Belgen er niet van weerhouden om naar de Botanique te komen. Want daar stond Destroyer op het programma. En Dan Bejar heeft opnieuw iets te bewijzen, nu hij weer een plaat in de rekken heeft liggen.

Na het eerste nummer haalde Nicholas Krgovich, voorprogramma van dienst, bijna verlegen de schouders op; als om zich te verontschuldigen voor zijn onhandigheid en het lef om de gesprekken van de aanwezigen te verstoren. Eenzelfde ongemakkelijkheid ging uit van zijn melancholische liedjes, die hij solo met keyboards bracht. Muzikaal leek het een combinatie van de toetsen van Richard Carpenter en de zang/intonatie van een Bill Callahan. Maar Krgovich beperkte zich niet tot de lage regionen van zijn stem, hij durfde ook hoog te gaan, als om zijn eigenheid te bewijzen. En voor de afsluiter, “the big number”, zoals hij het zelf omschreef, Somebody Already Broke My Heart, kreeg hij versterking van bas, drums en sax om nog even de puntjes op de i te zetten vooraleer hij van het podium verdween. Merkwaardige, maar aangename opener voor wat altijd belooft om een even opmerkelijke hoofdact te zijn.

Het was een goedgeluimde Dan Bejar die wij voorgeschoteld kregen in de Botanique. Dat had misschien te maken met het feit dat in Brussel het laatste concert van de tournee werd afgewerkt en dat Destroyer dus terug huiswaarts zou keren, maar er leek ook meer aan de hand te zijn. Je zag de frontman zelfs glimlachen toen hij een jongedame een selfie zag nemen van haarzelf met de artiest in kwestie; iets wat we Bejar, de onverschilligheid – zeg maar norsheid - zelve, nooit zouden hebben toegedicht.

En dan was er nog de inzet van de band, die leek te spelen alsof de dag nadien de wereld zou vergaan. Nu is Destroyer stilaan een groep, die op elkaar ingespeeld raakt. Want Bejar heeft nu al een tijdje min of meer dezelfde mensen achter zich staan, hetgeen duidelijk vruchten afwerpt. En hijzelf zat ook beduidend minder vaak op zijn knieën om zijn netjes gerangschikte drankjes – iets dat hij steevast doet voor hij aan de show begint – geleidelijk aan te ledigen. Wel draaide hij zoals steeds rond de met opzet kort gehouden microfoonstandaard, die hij als een soort van wandelstok gebruikte, of stond hij met de rug naar het publiek tamboerijn te spelen.

Enige (minuscule) minpuntje dat wij kunnen bedenken, is het feit dat er geen vrouwelijke backing vocals voorzien waren en dat gitarist David Carswell en drummer Josh Wells dan maar de occasionele tweede stemmen voor hun rekening namen. Maar zoals dat hoort met schoonheidsfoutjes, moet er vooreerst schoonheid aanwezig zijn. En die was er vanaf de opener Sky’s Grey tot het moment dat de laatste trompetstoten van JP Carter uitstierven in bisnummer Rubies.

Daartussen zat, op enkele nummers na, heel ‘Ken’ met in de aanzwellende en steeds verder openbloeiende aanvang het eerder genoemde Sky’s Grey, het ruigere In The Morning en het op een Peter Hook-baslijn zwevende Tinseltown Swimming in Blood, in het (soms iets te) rustige middenstuk Saw You At The Hospital en A Light Travels Down The Catwalk, dat met Rome dan opnieuw doorbroken werd, en naar het einde toe nog Cover From The Sun en Stay Lost.

En dat alles werd dan nog verder opgestookt met klassiekers als Kaputt en toppunt tussen hoogtepunten vol dramatiek en willekeurige opflakkeringen, Hell. Uit het oudere werk werd enkel het door explosies van enthousiasme gekenmerkte bisnummer Rubies geplukt, maar daar waren verder weinig bezwaren tegen in te brengen. Het publiek wiegde graag mee op de deiningen die Destroyer door de zaal stuurde met de nummers uit ‘Kaputt’ en ‘Poison Season’.

Wie de band eerder al aan het werk had gezien, zag, de nieuwe songs even niet meegerekend, eigenlijk niet echt veel nieuws op het podium van de rotonde, maar wat deze band wel toonde, werd gebracht met vuur en inleving, waardoor Dan Bejar en de zijnen zich opnieuw in ons hart hebben genesteld. Het was dan ook geen wonder dat de wind was gaan liggen en de sneeuw was gesmolten toen wij huiswaarts keerden.


11 december 2017
Patrick Van Gestel