Destroyer Versluierd

DOK, Gent
Destroyer

Onvrijwillige doodslag: op zestien juni stierf een minimalist omstreeks 21u30 onder de betonnen hemel van DOK. Acht mannen weigerden ostentatief gehoor te geven aan de doodskreten van de gevoelige ziel, die uiteindelijk onder de lasagne van geluid bezweken is.



Eerst was er nog voorgerecht Ryley Walker, een jongen met een uitstekende hand-hoofdcoördinatie die zich manifesteerde in fijnzinnig fingerpick-gitaarspel. Walkers zang kon zelden de aandacht afleiden van wat hij uit zijn gitaar kreeg, maar zijn meanderende folk-jazzhybrides van songs mochten er voorts wezen. Kruist hij ons pad toevallig nog eens mèt band op een festival, dan gaan we nieuwsgierig kijken.

Meesterbrein Dan Bejar bleef er rustig en cynisch onder toen Destroyer nummer negen, 'Kaputt' uit 2011, de band een hip imago en een verdubbelde fanbase bezorgde. Donderdag bleef hij dat ook, hoewel onmiskenbaar geërgerd toen een monitor het niet bleek te doen. De charmante semi-DIY-sfeer van DOK is een band als Destroyer niet op het lijf geschreven.

Dat kan je op 'Poison Season', de tiende, al horen: elke strijker, blazer, gitaar, bongo en conga vinden op miraculeuze wijze een plaats in het klankbeeld om tot zijn recht te komen. En al konden de strijkers en conga’s er helaas niet zijn, er was genoeg instrumentarium over om elkaar kopje onder te duwen. De wall of sound was er en kon bij momenten aankomen als een vuist (Dream Lover), maar wie niet bekend was met de songs kon het wel eens benauwd krijgen tussen de echoënde muren van gitaren, blazers, keys en drukke grooves van pakweg Midnight Meet the Rain.

De momenten dat het seventiesrockmonster even bedaarde en Bejar kon snijden met woorden waren dus welkome verademingen. Opener Bangkok bijvoorbeeld, een valse ballad die uiteindelijk toch nog openbarst: ‘Hey, what’s got into Sunny?”. En de teksten zijn wat Destroyer mèèr maakt. Bejar praat in beelden en metaforen die elk potentieel inzicht versluieren, maar zo prachtig zijn dat niemand dat echt kan schelen. 

Vaak is de muziek, die onder die gedichten komt, voorzien van een ironisch randje. Toch hield de band zelfs bij hun meest duidelijke Springsteen-imitaties de verfijning hoog genoeg om gimmicks te vermijden. Stuk voor stuk uitstekende muzikanten, en de herwerkingen van ouder materiaal als Song For America naar de taal van 'Poison Season' klonken vanzelfsprekend.

Uiteindelijk leken zowel de band als het publiek een licht gevoel van ontevredenheid over te houden aan de show. Destroyer is als live act waar voor zijn geld, dat staat als een paal boven water, maar het was moeilijk om echte voeling met de geöliede band en zijn rockpoëet te krijgen, en dat is jammer op een intieme locatie als die van DOK.


June 19, 2016
Kasper Cornelus