Destroyer - Kort maar zoet en onweerstaanbaar

, 2 juli 2018

Wat doe je als je je huis niet wil verkopen en toch een goed concert wil neerzetten? Je past je set aan. Maar geen mens die daarover kloeg bij het optreden van Destroyer in de Botanique.





Voor Dan Bejar en zijn kornuiten zich mochten uitleven op het podium van de rotonde, was Jennifer Castle aan de beurt. Met een fijnzinnige stem, die deed denken aan de vrouwelijke versie van  Antony Hegarty’s vibrato, kreeg deze jonge Canadese de rotonde zowaar muisstil. In die mate zelfs dat bij het a capella gezongen Sailor’s Blessing het zachtmoedige geronk uit de speakers het publiek overstemde. En toch had ze daarvoor niet meer nodig dan die stem en een elektrische gitaar. Maar hoe groot ons respect hiervoor ook is, de songs bleven nogal vaak op hetzelfde, wat eentonige en depressieve niveau steken. Enige uitzondering – en dat dit een cover is, zegt misschien veel – was Bob Dylans Walking Down The Line.

Dan toch liever de achtkoppige (!) band, die Destroyer was. De Canadees had waarschijnlijk met opzet gevraagd om in de (hopeloos uitverkochte) rotonde te mogen spelen, hoewel hij ongetwijfeld ook de orangerie moeiteloos had kunnen vullen. Maar tegendraads is nu eenmaal zijn middle name en dus was het dringen geblazen. Niet dat je iemand daarover hoorde klagen. En al helemaal niet toen het optreden werd ingezet met trompet en dwarsfluit; de zachte aanzet naar een concert dat zou eindigen op rockniveau.

De band, die Dan Bejar momenteel rond zich heeft verzameld, leek op zijn minst gedeeltelijk nog te bestaan uit dezelfde muzikanten waarmee hij de uitputtende tournee rond het onverhoopt succesvolle ‘Kaputt’ had gedaan. Enkel de drums – een echte rockdrummer volgens Bejar – waren veel prominenter aanwezig in deze line-up, net zoals dat op ‘Poison Season’ het geval is.

Aanvankelijk werd de energie dus nog ingetoomd, maar naarmate de set vorderde, bleek die steeds meer vrij te komen. In opener Bangkok was er tot zolang nog de rustige aanloop - even dachten we aan George Bensons On Broadway - die evolueerde tot het (atmo)sferische geluid, dat je met acht muzikanten nu eenmaal kan neerzetten. En die specifieke, volle sound werd dan aangevuld met Bejars unieke zang.

Het feest voor de oren werd verdergezet met Forces From Above, waarin de band er al een eerste keer met een nummer vandoor ging terwijl Bejar zich, naar goede gewoonte, op de knie zette om te nippen aan zijn ongetwijfeld spiritueel drankje. Nog zo’n punt waaraan je deze band steevast kan herkennen. Met het “saxueel geladen” Times Square en Midnight Meet The Rain inclusief Stax-soul gitaarriffje, bleek dat de nummers van de laatste plaat uiterst geschikt zijn voor een live show.

Uit ‘Kaputt’ werd er drie keer geciteerd. Naast het zwevende titelnummer kwamen ook een van een krachtige gitaarsolo voorzien Savage Night At The Opera en een behoorlijk potig Chinatown aan bod. Dat laatste nummer was, geheel volgens het geplande verloop van de set, naar het rockende einde van de show ingepland.

Dat einde kwam er dan in de vorm van Rubies, dat de zaal deed schudden op zijn grondvesten en de voeten onwillekeurig de maat deed meestampen op de houten vloer van de rotonde. Toen daar na een korte pauze ook nog eens een dampend Dream Lover werd aan toegevoegd, droop het publiek ongetwijfeld met een tikkeltje spijt in het hart af. Maar eigenlijk is dit net hoe Bejar een rockshow ziet: kort, maar zo verdomd zoet en onweerstaanbaar.

5 november 2015
Patrick Van Gestel