Desertfest - Afsluiten met een feestje

, 2 juli 2018

Desertfest sloot deze editie af met een feestje, eentje waarbij voodoo, psychedelica en Afrikaans getinte danspassen de plak voerden. Maar ook daarvoor gebeurde er nog van alles

Ondanks het vroege uur was de Canyon Stage al aardig volgelopen voor Dorre. Deze uit Leuven afkomstige doom-/stoner-/sludgeband ontstond in 2008 en was, naar verluidt, tot op heden al tevreden met één optreden per jaar. Begin november brengen ze een split-ep uit met het Deense Bethmoora. Tijd dus om de lat wat hoger te leggen.

Op Desertfest was alvast een groep getalenteerde muzikanten te zien, die de ene riff na het andere knetterende pareltje uit de instrumenten haalde. Dorre brengt het soort instrumentale muziek dat je eraan herinnert waarom je fan bent geworden van postrock. Het werken naar een hoogtepunt was met andere woorden schering en inslag. Maar naast de technische hoogstandjes, was er ook de nodige interactie met het publiek. Dorre was een ontdekking die je doet watertanden naar de volgende doortocht en/of plaat.

De Brusselse band Moaning Cities mocht de Desert Stage openen. Een combinatie van fuzzy gitaarlijnen, blueselementen en psychedelica zorgde al meteen voor een bedwelmend sfeertje. De meeslepende, instrumentale aankleding en de hypnotiserende zang deden een gelukzalige rust over ons neerdalen. Let wel: we werden hier niet in slaap gewiegd. Binnen de set zat genoeg variatie, die ons wegvoerde van de harde realiteit. De zachte, bedwelmende stemmen van Valerian Meunier en zijn zus Juliette vormden daarbij de ankerpunten, maar het was het geheel dat borg stond voor een deugddoende, rustgevende en psychedelische trip.

De uit Eindhoven afkomstige band Komatsu wordt omschreven als een sludge- en stoner band. Weinig tegen in te brengen, al meenden wij toch ook grunge-invloeden te herkennen in het geheel. De groep dreef het tempo steevast op naar een hoogtepunt en legde de lat daarbij bijzonder hoog. Technisch was dit uitgekiend en het behoorde meteen ook tot het betere stonerwerk dat we dit weekend voorgeschoteld kregen. Vroege grungebands als Soundgarden waren nooit ver weg, hetgeen bewijst dat deze Nederlandse band niet wil vastroesten in het stonergenre.

Het Duitse gezelschap Earth Ship ging voor doom. Met een eenvoudige aankleding van gitaar, zang en drums werd gezorgd voor een golf van kippenvelmomenten. De rauwe, vaak schreeuwende stem van frontman Jan Ober deed elk haartje op de armen rechtop staan. De atmosferische omkadering en de onstopbare riffs volstonden om je uit het lood te slaan. Zo vaak voorgedaan en dus wellicht niet echt origineel, maar wel eerlijk en oprecht, vanuit het hart gebracht en rauw.

Postrock mag niet ontbreken op dit soort van festival. My Sleeping Karma kon bovendien op heel wat bijval rekenen. Vernieuwend of uniek zijn deze heren niet, maar de eerlijke aanpak en de intensiteit zorgden wel voor een hoogtepunt, dat werd aangevuld met vakkundige, visuele effecten. De muziek van My Sleeping Karma dien je vooral te beluisteren met open geest en het verstand op nul. Dit is muziek, die je moet voelen om ze echt te begrijpen. Hier bewezen ze alvast dat ze hun plaats op deze affiche vol stoner meer dan verdiend hebben.

Black Swarm is één van die typische live bands, wiens knallende muziek pas op het podium echt tot leven lijkt te komen. Eerder waren we al onder de indruk van dit combo, waarbij de verschijning van sympathieke reus Sam De Roeck, die charisma en humor (in zijn bindteksten) weet te versmelten. De band speelde een thuismatch en zorgde dan ook voor een allesverterend rockfeestje. Sologitarist Michael Steenhoudt straalde jarenlange ervaring en toch jeugdige spontaniteit uit, terwijl Niels Larsen je oren geselde. De drumkunsten van Karel Coppieters zorgden voor de basis. De Roeck schrok er niet voor terug om zich in de moshpit te gooien en bewees een klasseperformer te zijn, een meerwaarde binnen het geheel. Het slagveld, dat na dit concert achterbleef, zei genoeg over de beleving van fans en band.

Onbegrijpelijk dat La Muerte er niet in slaagt om een zaal vol te laten lopen. Nochtans durven ze, net als een band als Birthday Party dat ooit deed, rauw, vuil en meedogenloos hard uit de hoek te komen. De hierbij horende visuals, opgediept uit B-films, pasten bovendien perfect bij datzelfde donkere geheel. Deze band deed niet aan interactie, maar liet de muziek voor zich spreken. De muziek is moeilijk te doorgronden, maar deze duistere wervelwind sleurde je desondanks mee naar de diepste en meest donkere afgronden. 

Ook bij Lonely Kamel, alweer een typische stoner- en/of bluesband in de brede zin van het woord, stond de zaal opnieuw vol. De heren halen inspiratie bij acts uit de jaren zestig tot zeventig binnen de bluesrock en leverden een lekker catchy knallende set af, boordevol energieke uithalen.

Langgerekte gitaarriffs, die geest en lichaam verdoven, zijn de ingrediënten, die Uncle Acid and the Deadbeats al jaren aanbieden. De kruising van bedwelmende doom en knallende stonerrock deed de afgeladen volle zaal met volle teugen genieten. Nochtans is dit geen hapklare brok. Hun muziek heeft altijd de nodige tijd gevraagd om echt tot ons door te dringen. De band valt nooit terug op een wall of sound. Muren afbreken is er hier niet bij. Eerder dompelen ze de luisteraar onder in een bad van psychedelisch aanvoelende warmte, waarbij je je laat meedrijven op de golven. Geen verloop naar de andere zalen deze keer. Deze psychedelische trip werd duidelijk op prijs gesteld.

De Texaanse band Scorpion Child wordt door sommigen gezien als de nieuwe Led Zeppelin. Wat ons betreft, misschien net iets te ver gezocht, al kan je niet onderuit aan de jarenzeventigsfeer, die deze groep uitstraalt. Ook op Desertfest werd het nodige respect betoond voor het verleden zonder het heden uit het oog te verliezen. Het lange weekend had duidelijk al veel gevraagd van het publiek, maar de band liet dat niet aan het hart komen.

Ook op Desertfest kon worden afgesloten met een feestje. Goat mag dan al een vreemde eend in de bijt lijken, de zaal liep desondanks aardig vol. De maskerade en de voodoo-gerelateerde klanken met psychedelische ondertoon waren meer dan voldoende om de vermoeide voeten aan het werk te zetten.

Hier was, ondanks de verkleedpartijen, geen sprake van dreigende ondertoon of donkere gevoelens. Hoewel er zowel op plaat als op het podium toch enige dreiging van deze band uitgaat, krijg je ook een positief gevoel over je heen gestort. Regendansen en de bezwerende sfeer zogen ons nog één keer mee naar een andere wereld, een wereld waar het goed vertoeven was. Een betere manier om dit wonderbaarlijk mooie festival in stijl af te sluiten kunnen wij alvast niet bedenken.

Na drie dagen wandelen door de woestijn langs landschappen van riffs en andere doom, viel op dat telkens een typische stoner- of doomband van jetje gaf, de betreffende zaal overvol stond. Maar ook de buitenbeentjes konden op de nodige bijval rekenen, zij het betrekkelijk minder. Desondanks was ook deze editie van Desertfest opnieuw een voorbeeld van hoe muziek gelijkgestemde zielen verenigt en dus een genot voor de liefhebber.

18 oktober 2016
Erik Vandamme (Snoozecontrol) – Foto: Bert Gysemans