De Nieuwe Snaar
Onsterfelijke helden
Tom Weyn
Capitole, Gent — 8 november 2008
Ondertussen is De Nieuwe Snaar al meer dan een jaar ononderbroken doorheen de Lage Landen aan het toeren met ‘Helden’ en dat is er aan te zien. Het is een goed geoliede machine geworden waarin elk minutieus stukje perfect op zijn plaats zit. Dat de spontaniteit dan af en toe eens verdwijnt, nemen we er graag bij.

Die laatste is zowat de grootste attractie bij De Nieuwe Snaar. Hij is het die met een tafel op zijn rug een paal op klimt om er dan weer van te donderen. Hij is het die vastgemaakt in een enorme constructie over het podium zweeft. Hij is het die in een betonmolen kruipt en die dan doet ontploffen. Dit impliceert natuurlijk niet dat de andere drie leden op de achtergrond verdwijnen. De hoofdrol is meermaals weggelegd voor creatieve duizendpoot Jan De Smet die ook de vocale partijen van het merendeel van de nummers voor zich neemt. Al liet zijn stem het in de Capitole al eens afweten.
Ook broer Kris De Smet weet zich bij momenten als een meesterlijke performer te ontplooien, bijvoorbeeld tijdens zijn sublieme tapdansact. Walter Popeliers, tenslotte, heeft een niet te onderschatten rol, ook al blijft hij dikwijls ietwat op de achtergrond. Het is echter enkel en alleen de samenwerking van deze vier unieke personen die de geschifte producties van De Nieuwe Snaar mogelijk maakt.
‘Helden’ gaat over helden in al hun aspecten. Van Dylan tot de vader, aan wie overigens een pakkende ode werd gebracht door de broers De Smet. Nostalgie is wel meer de leidraad doorheen het optreden, maar daar kan uiteraard speels mee omgegaan worden. Dat is ook waar De Nieuwe Snaar zo sterk in is: het ene moment zit je te gieren van het lachen, dan krijg je weer een krop in de keel. De Nieuwe Snaar moet je minstens één keer in je leven aan het werk gezien hebben: taferelen als ‘De verkiezing van de preselectie van de held van de dag’, dat overigens een hoog Jos Bosmans-gehalte had, zijn taferelen die je geheugen niet gauw verlaten.
