Daniel Norgren - Een trap onder de staart

Koninklijk Circus, 3 februari 2020

Daniel Norgren</b> - Een trap onder de staart

Net geen jaar na de passage in Antwerpen was Daniel Norgren alweer in het land. Dit keer zonder nieuw materiaal onder de arm. En dat zouden we geweten hebben.

Naar verluidt was het niet Columbus die Amerika ontdekte, maar waren het de vikingen. Jake Xerxes Fussell kwam die stelling kracht bijzetten. De man zag er alvast een beetje vervaarlijk uit, alsof hij vikingbloed door de aderen had stromen, maar wellicht treedt hij gewoon vaak op in rokerige bars langs de US Highway 280 die door geboortestad Columbus, Georgia loopt en wordt hij betaald met lillende T-bone steaks en pinten van een liter. Hij werd door de Zweed Daniel Norgren meegenomen op tour en het was vanaf de openingssong duidelijk dat de man aan dezelfde tepel zoog als de hoofdact: die van de folky blues. Hij brengt vergeten Amerikaanse folkparels met een stemgeluid waarvoor menigeen een orgaan zou afstaan. Met die parels vulde hij al drie albums waarvan de laatste, 'Out Of Sight' vorig jaar verscheen. Heb je hem nog niet ontdekt? Doe het dan nu en waan je bij Jump For Joy middenin de katoenvelden, duw mee met de Push Boat of struin de door een verwilderde boomgaard op Have You Ever Seen Peaches Growing on a Sweet Potato Vine?

Daniel Norgren kwam op met hetzelfde, vaalgrijze petje op de warrige haardos als Fussell en plantte zich neer op dezelfde stoel als de voorgift. Maar daarmee zette hij ons op het verkeerde been, want de koe, waaraan hij en Fussel zich laafden, zou niet veel later een stevige trap onder de staart krijgen.

Maar dat was later dus. Norgren stopte zich aanvankelijk – tot wanhoop van de fotografen – weg achter de barpiano, speelde een paar noten van Happy Birthday en liet dat overgaan in The Day That’s Just Begun uit laatste wapenfeit ‘Wooh Dang’ om dan ook al meteen een uitstapje te maken naar succesalbum ‘Alasbury’ met As Long As We Last dat uitliep in Ode An Die Freude.

Hij speelde ook nog een nieuwe song aan de piano. Helping Hand droeg hij op aan alle kinderen en het leek dus alsof we vertrokken waren voor een erg ingetogen avond, daar in het Koninklijk Circus. Maar dan zette de boomlange Zweed zich recht, nam de gitaar ter hand en speelde heel toepasselijk Why May I Not Come Out And Climb The Trees. Want dat deed de Zweed ook in het uur dat volgde: hij klom steeds hoger. En wij duizelden. Niet van hoogtevrees, maar van het geluid dat Norgren en band tevoorschijn toverden.

“We take requests...”, sprak Norgren, maar toen het publiek songtitels begon te scanderen, volgde er een droog: “...after the show.” En het werd duidelijk dat Norgren dit keer geen plaat moest promoten. Hij deed zijn eigenzinnige ding en daarbij werd de sound steeds steviger tot hij werkelijk explodeerde bij Black Vultures uit 'Buck' en drummer Erik Berntsson zijn gear aan gort mepte.

Via een psychedelische outro zweefden we naar publiekslieveling Moonshine Got Me en amper daarvan bekomen, spijkerde Berntsson ons aan de vloer met een stevige vier vierde-beat terwijl Norgren ons alle hoeken van de rotonde liet zien met dat onaardse gitaarspel. Alsof hij de wind zelf was uit Howling Around My Happy Home.

Pas aan het eind van de set liet Norgren nog eens zijn gevoelige gelaat zien in People Are Good, maar hij verliet ons niet vooraleer nog eens lekker te jammen in Music Tape ,dat voor de gelegenheid een ellenlange gitaarsolo meekreeg. We zagen dus een band die niet gekomen was om reclame te maken voor een plaat, maar ons desalniettemin in de hoogste sferen bracht. Die bis (Let Love Run The Game) had niet eens meer gehoeven.

Daniel Norgren @ Koninklijk Circus 3/2/2020

4 februari 2020
Marc Alenus