Cross-Linx 2016 - Pieken en minder hoge pieken

, 2 juli 2018

Een festival waar alles mogelijk is. Het lijkt een utopie, maar bij Cross-Linx blijven ze er toch naar streven.





De combinatie van een aantal grote zalen met enkele geïmproviseerde ruimtes bood in Eindhoven plaats aan enkele grote namen, maar ook aan een paar bands, die het ontdekken waard waren. Wij kozen deze keer – zij het een beetje met pijn in het hart – voor het hoofdparcours.

Voor dat parcours diste The Notwist hun pièce de résistance ‘Neon Golden’ zo goed als integraal op, zij het in licht gewijzigde volgorde want onder meer Pilot stond niet op de plaats waar hij verwacht werd. Misschien niet zo onlogisch dat ze dit en Pick Up The Phone, de twee populairste songs (en ook singles) van de plaat, wat hadden verspreid over de set. Kwestie van de aandacht vast te blijven houden.

Al was dat laatste niet echt een probleem. De band stond als vanouds op elkaar gepakt op het grote podium van de (al even) Grote Zaal en liet zich volledig gaan. Het was een genoegen om de vernieuwde versie van zanger-gitarist-scratcher Markus Acher (want heel wat kilo’s lichter) uit zijn dak te zien gaan op de tonen van This Room. Ook wij hadden toen trouwens alle moeite van de wereld om in die klapstoeltjes te blijven zitten. Vanaf het moment dat de basriff van broer Micha de song inzet over de roestige schommelgeluiden, die uit de marimba werden geschuifeld tot de spielereien, die Markus uit de draaitafel toverde, het was tot de laatste seconde boeiend.

Zoals steeds werden weer dance-accenten gelegd in het tussenstuk dat Pilot doormidden klieft, hoorde je de rapper uit Last Night A DJ Saved My Life voorbijkomen en klonk Markus’ gitaar als kwam hij uit een blikje bij de start van Neon Golden. En als toemaatje kregen we dan ook nog Kong, het als een nummer van Philip Glass beginnende Another Tune en slaapliedje (in de goede zin van het woord) Gone Gone Gone. Away goes trouble down the drain? ’t Zal wel zijn!

Heel andere koek werd er geserveerde in de Kleine Zaal waar Glenn Kotche & Third Coast Percussion hun kunnen mochten demonstreren. Kotche heeft immers nog een leven naast Wilco en demonstreerde dat hier aan de hand van een percussiekwartet, dat zich mocht uitleven in stukken van onder meer Steve Reich en van Kotche zelf.

Centrale instrumenten waren in dit geval de marimba’s (het instrument leek wel de rode draad van de avond), die in verschillende maten op het podium stonden, respectievelijk zorgden voor de grondlaag en de afwerking om zo een fraai percussief schilderijtje tevoorschijn te toveren. In dat schilderijtje zag je dan verschillende thema’s terugkeren en zag je de heuvel der tempowisselingen. Dat kan misschien saai lijken, maar dat was het uiteindelijk niet omdat er steeds weer verandering in het landschap werd gebracht.

Kotche zelf bracht zijn eigen ode aan de Afrobeat van Tony Allen op een drumkit, maar leefde zich ook uit in combinatie met een andere drummer in iets wat Latijns-Amerikaanse roots leek te hebben. Dit was geen alledaagse kost, maar op ons kookboek prijkt in grote letters: “Verandering van spijs doet eten”.

De samenwerking van Neil Finn met het Unlimited Orchestra (onder leiding van Glenn Kotche) was voorbestemd om de annalen in te gaan, maar het geluid zat bij aanvang toch niet altijd goed. Op het zijbalkon bleek Finns stem immers niet altijd duidelijk verstaanbaar. Maar we gaan hier geen spijkers op laag water zoeken. Er was nog genoeg om van te genieten.

Finn maakte een korte reis door zijn behoorlijk indrukwekkende catalogus en diepte daaruit (vaak minder bekende) songs op van Crowded House (opener Either Side Of The World), Split Enz (One Step Ahead) en solowerk als Orange And Blue. Dat laatste nummer was voorzien van een magistraal middenstuk, waarin Andrew Bird zijn zigeunerviool doorheen een storm van geluid deed fladderen.

Diezelfde Bird mocht ook Puma, een nummer uit zijn binnenkort te verschijnen nieuwe plaat, brengen en toonde meteen aan dat hij houdt van verscheidenheid en graag laveert tussen verschillende muziekstijlen.

Ook Ryan Lott mocht met zijn Son Lux twee van zijn nummers inpassen in het uitgebreide instrumentarium van het Unlimited Orchestra en maakte daarmee misschien nog het meeste indruk. Kotche had daarbij zelfs niet genoeg aan twee drumsticks en gebruikte een extra exemplaar zoals dat voor de marimba wordt gedaan om nog meer diepgang te creëren.

Uiteindelijk waren er dan nog de onvermijdelijke hits, waarop – toegegeven - ook wij vrolijk meezongen, maar de meerwaarde van het orkest toch wat in het niet viel. Message To My Girl, Don’t Dream It’s Over en Distant Sun blijven desondanks wel prachtige popsongs.

En er was zelfs nog ruimte voor enkele bisnummers met Bowie’s Space Oddity als point final. Finn en Stott namen daarbij respectievelijk de stemmen van Ground Control en Major Tom voor hun rekening.

Al bij al was dit een mooie avond, waarbij wij vermaakt werden door het middenstuk, achterover leunden bij het eindstuk, maar op het tipje van onze stoel zaten bij de opener. Misschien hadden de mogelijkheden nog verder verkend kunnen worden, maar een kniesoor, die daarom maalt.

29 februari 2016
Patrick Van Gestel