Couleur Café 2018 - Dag 3: Met een knal de nacht in

Atomiumsquare, 28 juni 2018 - 30 juni 2018

Met zware benen keerden we voor een laatste keer terug naar het Ossegempark voor de slotdag van Couleur Café. Het einde van een geslaagde editie.

Vorig jaar vonden we Queen Coely nog op een volgelopen Green Stage, nu kreeg ze al de hele Red Stage voor zich alleen. Logisch, want ze scoort momenteel de ene hit achter de andere. Of wilt u beweren dat u Don't Care, Celebrate en My Tomorrow niet luidkeels meebrult in de auto? Afijn, Coely deed vandaag weer gewoon wat er van haar verwacht werd: haar mannetje staan op het podium. Hiphop is een mannenwereld? Een stereotype dat ze kundig met de grond gelijk maakte met een explosieve performance vol keurig uitgestippelde hits.

En die kracht der vrouwen werd nog verder doorgetrokken. Zo deed ook de intussen achtenzeventigjarige Calypso Rose haar intrede. Zij mag zich gerust tot één van de meest invloedrijke krachten van de muziekindustrie kronen: zij maakte destijds een van de allereerste nummers over ongelijkheid en wist daarmee een wetswijziging op het Caraïbische eilandje Tobago uit te lokken. Sindsdien overwon de dame al drie keer kanker en staat ze terug springlevend op het podium. Dansend in haar blote buik en schuddend met de kont (twerken, heet dat) toonde ze dat het voor haar nog lang niet over en uit is. Humor, seks en liefde werden niet geschuwd. Zo droeg ze Leave Me Alone op aan Donald Trump, maakte ze een praatje over salt fish (zich ter verduidelijking naar het kruis grijpend) en danste nog behoorlijk kwiek voor iemand van die leeftijd.

Milky Chance, intussen op de main stage, zouden we dan weer leuk kunnen noemen, maar niet meer dan dat. Nergens in de set was het echt bijster interessant. Wat hadden we dan verwacht van dit onehitwonder? De opleving kwam er - natuurlijk - bij Stolen Dance, maar dat werd dan gewoon net iets té hard uitgemolken.

En waar we gisteren nog genoten van Niveau4, konden we vandaag ons hart ophalen bij Stikstof, de oerklassieker binnen de Brusselse rap. Hoewel de heren op de socials aankondigden dat ze "alles zouden slopen", draaide het uiteindelijk meer uit op een preekmoment dan op een slooppartij. Van de bedachtzame nummers Def en 2010 gingen ze gestaag over naar politieke bedenkingen op Overlast en thuisbasisliefde op Brussel Bruisend. De stem van de Brusselse jeugd, die kon je hier het beste horen.

Voor de afsluiter was het moeilijk; Tarrus Riley versmolt soul en reggae op fenomenale wijze aan de Green Stage, terwijl er op de Blue Stage door L'Or Du Commun een vervolg werd gebreid aan de hiphop van Stikstof. En dan was er nog Chinese Man op de Red Stage. What the f*ck was dat! Drie dj's/turntablists brachten werkelijk alles. Van vuile dubstep naar oldschool hiphop en stampende drum&bass. Ook de nummers waarmee ze bekendheid vergaarden, zoals I've Got That Tune, werden in een agressief jasje gepropt. En zo werden alle festivalgangers met een knal de nacht in gestuurd.

2 juli 2018
Jeroen Poelmans