Couleur Café 2016 - Hoogtepunt in een uithoek

, 2 juli 2018

Dag twee van Couleur Café beloofde koude en regen. Daarenboven moest er een kater verwerkt worden van één of andere voetbalmatch. Geen ideale ingrediënten voor het zomerse, uitbundige feestje dat het festival hoorde te zijn.





En toch! De regen liet zich niet zien, de zon daarentegen veelvuldig. Alleen de ijzige wind, die over het terrein van Tour & Taxis waaide, maakte het er niet altijd even aangenaam op. Het zou de laatste keer geweest zijn dat het festival in de door werfkranen en hoogbouw omringde site kon plaatsvinden. Einde van een tijdperk en een andere locatie zal noodgedwongen ook de sfeer van het festival veranderen.

Die sfeer is er nog steeds één waarbij de boodschap van “peace & love” overheerst. Diversiteit en openheid zijn daarbij de kernwoorden. Het festival is het uithangbord van wat wél goed is aan globalisering. De eetstandjes zijn daarvan misschien nog het beste voorbeeld: geen hippe foodtrucks, maar wel eerlijke gerechten uit letterlijk elke uithoek van de wereld.

Het publiek van Couleur Café durft al eens vergeten dat het uiteindelijk om de muziek draait. Dit werd pijnlijk duidelijk toen we de Univers-tent binnenwandelden en voornamelijk getetter hoorden met op de achtergrond Jamie Woon, die ons zachtjesaan opwarmde. De man heeft niet bepaald een denderende live-reputatie en we herinnerden ons nog een concert op Pukkelpop enkele jaren geleden waar hij ons zelfs de tent heeft uitgejaagd, maar tussen nu en toen staan er een berg extra concerten en het knappe ‘Making Time’.



First things first, als tweede nummer kwam Night Air voorbij zodat iedereen die daarvoor gekomen was, rustig terug couscous met gebakken kip of gesauteerde noedels naar binnen kon gaan werken. Nochtans smaakten Blue Truth en Celebration bijvoorbeeld een pak beter. Dat laatste nummer was overigens één van de vele waarbij we ons afvroegen waarom het niet The Jamie Woon Band was. Zijn twee achtergrondzangers stalen de show meer dan de bedeesde Woon zelf, zowel wat beweging aangaat als op vocaal vlak.

Al bij al kabbelde de set misschien iets te veel om ons helemaal wakker te schudden, al zorgde het knap aan elkaar gebreide Thunder en Lady Luck wel voor een knappe finale.

Kabbelen; iets waar je Arno nooit van kan verdenken. Om een thuismatch te spelen was de opkomst aan het enige openluchtpodium echter bedroevend. Het kon hem godverdomme geen moer schelen en de band schopte het festival alsnog wakker in het veel te korte uur dat hen was toebedeeld. Aanvankelijk leek het erop dat ‘Human Incognito’ centraal zou gaan staan, maar dat vermoeden werd met een knap Elle Adore Le Noir snel de kop ingedrukt. Dat zachte pianoballads hier niet gingen werken had de zevenenzestigjarige Oostendse Brusselaar ook begrepen en het waren verder droge gitaren en loeiharde drums die over de betonnen vlakte rolden.

Je Veux Nager, Meet The Freaks (wat blijft dat een beest van een nummer), Oh La La La, Putain Putain (met een vette knipoog naar de Brexit), Vive Ma Liberté; één voor één klopten ze op deze plaats en op dit tijdstip meer dan ooit tevoren. Niets nieuws onder de zon; vijftien jaar geleden deed hij ons al dezelfde dingen meebrullen, maar nog steeds klinkt het allemaal oerdegelijk. Les Filles Du Bord De Mer deed ons nog één keer collectief wiegen als de golven van de zee en hup, klaar, gedaan, fini. Zo simpel ging dat.

De werkelijke headliner van de dag stond in de Univers geprogrammeerd: Goran Bregović deed de tent uit zijn voegen barsten en gaf het enige optreden van de dag waar we het publiek hysterisch zagen worden. Praktisch even oud als Arno, zij het nog iets vitaler knalde hij met zijn Wedding & Funeral Orchestra (en effectief: aan de gezichten van de achtkoppige band met voornamelijk blazers viel moeilijk af te leiden of ze de soundtrack bij een trouwfeest dan wel een begrafenis aan het verzorgen waren) er meteen Gas Gas in. De eerste ontploffing was een feit.

Daarna zouden er nog een pak volgen. Want zo is de balkantrip van Bregović nu eenmaal opgebouwd. Geen lichtshow, geen decor en voornamelijk zittende muzikanten. Geen gitaren, geen synths, geen hele drumstellen, werkelijk niets spectaculairs. Enkel en alleen puurheid en vakmanschap.

Hoe hartverwarmend het ook allemaal was, na een aantal nummers heb je het wel gehad. Daarenboven stond in de Move misschien wel de meest opwindende act van het festival geprogrammeerd: Young Fathers. Het Schotse drietal, live uitgebreid tot kwartet, wordt niet voor niets al maandenlang op sleeptouw genomen door Massive Attack. Dit is misschien wel het spannendste wat er met hiphop en pop is gebeurd in de laatste jaren. En toch ook hier schandalig weinig volk.

Een concert van dit agressief ogende collectief was een hypnotiserende trip. Na verloop van tijd geraakte lichaam en geest in een soort van trance waar Kayus Bankole, ‘G’ Hastings en Alloysious Massaquoi voortdurend mee speelden. Op één of andere manier kregen ze er controle over, deden ze je jezelf verliezen om je dan weer wakker te schudden en dat talloze keren opnieuw. Ondertussen geen opgeblazen egotripperij, maar de attitude van een boyband. Het hoogtepunt van deze zaterdag stond weggedrumd in een hoekje van het festival.

Na het traditionele vuurwerk moest de nacht op gang getrapt, de feestjes in gang geschoten worden. Hudson Mohawke probeerde dat, maar zijn set verzonk in het niets in vergelijking met de knappe, live show die we vorig jaar op Pukkelpop zagen en daarenboven koos hij voor een tergend trage en slappe opbouw, waardoor we de reeds erg lege Move snel verlieten en gingen kijken hoe De La Soul met een grotere live band dan Goran Bregović probeerde de betonnen jungle de toen bougeren. Maar ook hier leek het publiek uitgeblust, onderkoeld, klaar voor de dag. Enkel toen de band de coulissen ingestuurd werd en de dj en mc’s de hiphopclichés mochten bovenhalen, gingen ook de bouncende handen de lucht in, maar tegen die tijd had die ijzige wind ons al huiswaarts gedreven.

4 juli 2016
Tom Weyn (Foto's: Kmeron)