Cosmic Psychos

I really really really like beer

Johan Giglot19 april 2026
De Casino16 april 2026

Factcheck. De drie Aussies van Cosmic Psychos hebben in het veertigjarige bestaan allicht meer bier gedronken dan u, ik en al onze vrienden samen. We vermoeden zelfs dat de heren "from the outback" niet één studioplaat uitbrachten waar geen ode aan het heilig gerstenat in verwerkt zit. Het is niet voor niets dat het album van vorig jaar ‘I Really Like Beer’ titelt met een vette, ontblote bierbuik als afbeelding.

Cosmic Psychos
Foto: De Casino

Los daarvan gaat het trio ook lekker recht door zee met eenvoudige, snelle punky garagerocksongs, fuzzed baslijnen en wah-wah-gitaarsolo’s. En dat mocht een uitverkochte Casino ten volle smaken. Cheers mate!

Maar beginnen bij het begin. Om de tourbus niet te groot te laten uitvallen, mocht het duo Good Sniff openen. Doorgaans zijn we niet zo wild van een tweekoppige garagerockband, maar dat was even naast zanger en drummer Lachie Brown gerekend. Want de manier waarop die vol roffels en hooks aan een razend en mechanisch strak tempo het Ludwig-drumstel in stukken probeerde te meppen en tegelijkertijd met vaste stem zong, was indrukwekkend. Al was het maar omdat het drumwerk grotendeels blindelings was! De als gitaar aangeslagen bas van "fella" Elias Hodson, die soms backings deed, maar vooral enthousiast als een lampenkapje met het blonde kapsel schudde, bleek de geschikte aanvulling. “We almost have had enough of beer now. That happens when you’re touring with Cosmic Psychos. They could be our dads”, aldus Good Sniff.

Over naar de "beer daddies" (of "grannies', aangezien zanger-bassist Rossie Knight en gitaarjengelaar John ‘Mad Macka’ McKeering al dik op tram zes zitten). “Welcome to our soundcheck”, en dan meteen richting Pub en opvolger Nice Day To Go To The Pub, die eerste als rammende oldskool classic en de tweede als lekkere voor- en nazinger. En daarmee hadden de koningen van de Australische kroegrock de toon meteen gezet: iets met jeugd(huis)nostalgie, enthousiast meedoen en - jawel - bier.

Recht door zee, zoals we het verwacht hadden. Achttien tracks lang gingen Cosmic Psychos doorheen de geschiedenis met zowel lekker wat oude klassiekers (Go The Hack, Lost Cause, David Lee Roth) als nieuwelingen uit de recente plaat. Te noteren: Don’t Feed Me Jelly, waarbij McKeering de microfoon overnam en met zwaar ronkende rock-’n-rollgrooves de “jelly belly” expliciet liet meedoen. En natuurlijk het anthem I Really Really Really Like Beer, wat meteen het centrale thema van de avond samenvatte. De tekst van dit nummer bestaat quasi-uitsluitend uit deze titel, aangevuld met: “I like beer ‘cause it makes me smart / I like beer ‘cause it makes me fart.” Jup.

En dan komen we bij punt twee uit, waarmee deze eighties heavy garagerockpunkers harten blijven veroveren: humor. Tonnen vol platte caféhumor. Je ziet meteen voor je wat bij een stukgelopen relatie “washing me arse with your toothbrush”, betekent. Dead In A Ditch werd dan weer ingezet met de profetische boodschap “Drinking and driving is very naughty / but it’s a lot of fun.” Waarmee Knight vertelde hoe de lange roadtrips worden afgemeten aan het aantal blikken bier in de tourbus in plaats van aan het aantal afgelegde kilometers. Hum.

Als een mokerende machine vloog de setlist erdoor en spetterde het spelplezier van het trio eraf. De snel doorjagende no-nonsense-nummers, de vurige solo’s tussenin (waarbij de twee frontmannen maten lang tegen elkaar in hakten op de snaren), de lach, de burps en het blijde wederzien gaven de zaal een avond uit de boekjes. Of zoals Knight het zelf verwoordt in die andere classic Rip’n’Dig: “Taking orders from the old man”. Al zijn de rollen na vier decennia wel omgedraaid nu. En ja, op het einde ging het marcelleke van Mad Macka uit om eens goed te tonen wat een bierbuik nu echt betekent. Bellydancing zoals u het nog nooit zag. Bottoms up!

← Terug naar overzicht