Cactus 2014 - Selah Sue triomfeert

, 2 juli 2018

Brugge en rock-'n-roll. De link is waarschijnlijk niet vanzelfsprekend. Maar Cactus Muziekcentrum werkt er elk jaar opnieuw weer hard aan om toch die connectie te maken. Vooral met het  Cactusfestival slagen ze daar telkens weer met verve in. 





De broers David en Michael Champion kregen met hun groep Champs de eer om het festival te openen. Middenin de opnames van de opvolger van hun bejubelde debuutplaat ‘Down Like Gold’ kwamen ze getweeën een set spelen. De heren zorgden ervoor dat het zacht en aangenaam wakker worden was. De songs waren kwalitatief goed en harmonieus gespeeld, maar we misten toch wat peper en zout in hun optreden. Zelfs bekendere songs als St. Peters en Savannah slaagden er niet in om het publiek helemaal mee te krijgen. Een kwartier vroeger dan getimed gaven ze er dan ook de brui aan.

Coely, die vorige week nog met een ziekenbriefje een festivalletje in Werchter diende af te zeggen, nam de wei wel onmiddellijk op sleeptouw. Na een indrukwekkende en accurate a cappella-intro vloog ze er meteen in om niet meer te lossen. Bij haar bekendste songs, All I Do en My Tomorrow, ging het publiek uit zijn dak. Van debuutsingle Ain’t Chasing Pavements maakte ze een stomende mash up met Could You Be Loved van Bob Marley.

De soul en groove spatte gedurende het volledige optreden van het podium. Waar de Engelse bindteksten bij andere artiesten je tenen zouden doen krullen, voelt het bij haar heel natuurlijk aan en past het bij haar imago en streetcredibility. Bovendien heeft Coely de persoonlijkheid om het grote podium in het Minnewaterpark in haar eentje vlotjes te vullen. Dit zou wel eens een hele grote kunnen worden.

Na het jonge geweld van Coely waren de Duitse heren op leeftijd van The Notwist aan de beurt. De groep bracht een set met werk uit hun recente plaat ‘Close To The Glass’ afgewisseld met oudere nummers. De vaak op plaat al ingenieuze songs worden live nog meer een knutselwerk dat als een puzzel perfect in elkaar valt.

Op plaat zijn die nummers bovendien meestal aan de breekbare kant, maar in de live-versie worden het vaak behoorlijke in-your-face-versies. One With The Freaks kwam achteraf gezien het meest in de buurt van een gewone popsong. This Room was wild en bevatte veel gecontroleerde chaos in de outro. Run Run Run begon als een lieflijk, zacht liedje, maar op het einde gooiden ze er, net als bij Pilot overigens, een heuse beat in. The Notwist wisten het tot de laatste noot van Gravity spannend en boeiend te houden.

Wie dacht dat M. Ward na song één, Poison Cup, op dat zelfde elan van gezapige, maar rake songs zou verderdoen was er aan voor de moeite. Ward gaf zijn rustige, akoestische nummers samen met zijn overigens uitstekende band stevige rockversies. Desondanks leek het alsof hij pas vanaf Chinese Translation in het ritme kwam. De zonnebril ging af en het tempo van de set de hoogte in.  Met stomende versies van Never Had Nobody Like YouRollercoaster en California Sun  gaf hij zijn set een upgrade van goed naar uitstekend.

Met ‘The Great Scam’ in gedachten hadden we van Admiral Freebee vooral muziek uit dat album verwacht, maar daar dacht de admiraal zelf anders over. Het werd een best of, een huiveringwekkende, strakke en stevige set met alle bekende songs erin.

Openen deed hij met Blues From A Hypocondriac waarbij elke muzikant al meteen zijn ei kwijt kon. Tom Van Laere had er duidelijk lol in en stuurde zijn band aan als een echte orkestleider. Hij bracht zijn nummers met enorm veel overgave, als ware hij een echte rockpredikant. Veel nummers kregen een langgerekte versie waarbij je vaak vreesde voor een crash, maar de band wist toch steeds veilig te landen. Zo zagen we fantastische versies van Always On The Run waarbij de blazers hun meerwaarde bewezen, een bijna onherkenbare funky Bad Year For Rock ‘N Roll en eeuwig prijsbeest Ever Present als slotsong.

Arsenal begon zijn set bijzonder sfeervol en spannend met Temul (Lie Low), fantastisch gebracht door de Deense, frisse verschijining Lydmor. Daarna trok de band zich op gang om gedurende een uur niet meer stil te vallen. Arsenal heeft ondertussen zijn eigen sound en recept waar het een publiek perfect mee weet in te pakken. Hendrik Willemyns, die van achter uit de band aanstuurt, en John Roan, die het publiek voor zijn rekening neemt.

Zonder degelijke songs zou het uiteraard niet lukken, maar verrassend is het allemaal niet meer. Alle grote hits van Saudade tot Black Mountain (Beautiful Love) en nieuwe single Not Yet Free over Melvin en Lotuk passeerden de revue en het publiek kreeg waarvoor het gekomen was.

Tijdens de bisronde mocht Lydmor nog even opdraven voor een heerlijke versie van Lovesongs (Propaganda). Jammer dat dat meisje helemaal uit Denemarken diende te komen om slechts twee nummers mee te zingen.

Waar je enkele jaren geleden nog gemor en hoongelach zou horen als Selah Sue als headliner op Cactusfestival zou staan, lijkt dit vandaag de de dag niet meer dan terecht voor de jonge Sanne Putseys en haar band. Ze begon haar set met een akoestische en intieme versie van Always Home, een nieuw nummer. En er zouden er nog meer passeren in de set.

Vaak gaat een concert snel vervelen als er veel nieuw werk in zit, maar in dit geval deed het dat allesbehalve. De nieuwe songs klinken enorm veelbelovend. Vooral het funky en sensuele Stand Back en het catchy I Belong lijken ideaal om als single uitgebracht te worden. Putseys leek zich trouwens kostelijk te amuseren en het spelplezier droop van het podium.

Vul dat nog eens aan met kleppers uit haar debuutalbum als het akoestische, maar krachtig gespeelde Fyah Fyah, het ook zonder Cee-Lo Green overeind blijvende Please,  de in onze ogen ultieme Bond-song This World en prijsbeesten Raggamuffin en Crazy Sufferin Styles. Laat het duidelijk zijn dat Selah Sue veel meer is dan de karikatuur die ze in 'Tegen De Sterren Op' van haar maken.

13 juli 2014
Patrick Blomme (Foto's: Yves Delport)