Buffalo Tom Gretig

Ancienne Belgique, 6 juni 2017
Buffalo Tom

“Gisteren zag ik hier Paul Weller aan het werk”, liet Bill Janovitz zich in de AB ontvallen, “Negenenvijftig jaar, … Da’s nogal iets om je aan te spiegelen”. Maar met zijn eenenvijftig zit hij ook weer niet zo veraf. En tijdens de vijfentwintigjarige viering van ‘Let Me Come Over’ was overduidelijk dat ook Buffalo Tom nog erg gretig is.

Vijfentwintig songs kregen we opgediend; dat was er alvast eentje voor elk jaar. En Buffalo Tom bewees al van bij aanvang van het concert dat zij niet veel meer nodig hebben dan wat versterkers en een drumpodium om hun punt te maken. In de tweede helft van de show werden er dan wel beelden uit die kwarteeuw, dat het trio bestond, geprojecteerd op het scherm, maar meer dan een voetnoot hoorde dat niet te zijn. Het was de muziek, de energie, de vibe waarom het draaide.

Het was zonneklaar dat het nooit de bedoeling was om gewoon de plaat en wat extraatjes te spelen. Dit moest een volwaardige show worden met in het eerste deel – elf nummers lang – de meeste tracks, die Buffalo Tom tot op de mainstream radio kregen. En ze deden daar ook niet flauw over, maakten het de toeschouwers niet moeilijk door eerst bijvoorbeeld nieuwe songs te spelen. Tree House (met een thrashy slot), Summer (Janovitz does Townshend) en I’m Allowed (met de nooit meer toepasselijke quote “Well I waited twenty-five years”) werden meteen voor de leeuwen gegooid en gretig verslonden (inclusief talloze, oplichtende gsm’s, springende lijven en kwelende kelen).

Ook Chris Colbourn mocht uiteraard zijn vocale duit in het zakje doen en nam in het eerste deel Rachael voor zijn rekening. En in Wiser deden Janovitz en Colbourn dat zij aan zij, waarbij de stem van de eerste af en toe doorschoot. Niet dat iemand daar aanstoot aan nam. Integendeel, net als de frontman zijn gitaar door een waas van feedback stuurde, liet kraken en piepen dat het een lieve lust was, hoorde ook de imperfectie van ’s mans stem bij dit optreden.

Na een korte pauze was het dan tijd voor de reden van bestaan van deze show. En met Staples nam de band een vlammende start, die de zaal al meteen naar adem deed happen. Adem, die ze wel degelijk nodig hadden om uit volle borst Taillights Fade (met een Zappa-achtige solo helemaal voorin) mee te brullen.

Het was onbegonnen werk om dat tempo en die publieksparticipatie de hele tijd vol te houden, dus waren er de onvermijdelijke dipjes in de sfeer, maar die werden dan gepareerd met humor. Voor Mineral stond de gitaarroadie al klaar met het juiste instrument terwijl Janovitz al aan een verkeerde intro (van een nummer van een andere plaat) was begonnen. Maar samen met Larry en een oppermachtig Velvet Roof (tijdens hetwelke een foto van de band voor het atomium op luid gejuich werd onthaald) behoorde dat nummer wel tot de hoogtepunten van het tweede deel.

Ook hier kende het optreden een kleine terugval, die dan met een laatste uithaal in de vorm van een driftig en razendsnel gespeeld Saving Grace werd opgehaald. Als toegift was er dan nog Crutch, dat als extra aan de cd-versie van ‘Let Me Come Over’ werd toegevoegd, en dat een laatste keer de nodige emoties opriep. Omdat de curfew van halfelf intussen gepasseerd was, werd er niet gerekend op nog een bisnummer, maar de Ancienne Belgique toonde desondanks haar grote muziekhart en stond toe dat ook nog Birdbrain mocht gespeeld worden.

Buffalo Tom is alive and kicking en bewees dat die nieuwe plaat (waarvan ook nog Freckles werd gespeeld) toch weer iets is om naar uit te kijken en dat ze nog een stel albums achter de hand hebben, die het ook verdienen om een soortgelijke behandeling te krijgen.


7 juni 2017
Patrick Van Gestel (Foto's: Yvo Zels)