Bryan Ferry - Ouwemensenmuziek

, 2 juli 2018

Toegegeven, we waren niet de oudste op het concert van Bryan Ferry in de Stadsschouwburg. Maar muziek is nu net tijdloos en leeftijdloosen, zo hebben we kunnen vaststellen, Bryan Ferry verkeert op zijn eenenzeventigste nog in bloedvorm. Als Roxy Music ouwemensenmuziek is, dan willen wij met veel plezier zo’n ouwe mens zijn.

Bryan Ferry weet nog altijd goed waar hij mee bezig is. Hoewel hij nog bezwaarlijk hip te noemen is, was ook zijn meest recente soloplaat ‘Avonmore’ (2014) goed werk. Hij opende de set met twee nummers uit die plaat – noem het een statement – en liet ze verder links liggen. Wat bij die twee nummers al opviel, was hoe goed zijn tienkoppige (!) band is met extra credits voor saxofoniste Joja Chalmers, die zich in Driving Me Wild een eerste keer – letterlijk – vanop de tweede rij de schijnwerpers in mocht spelen.

Het is een fenomeen dat ons doorheen de gehele set opviel: geen enkele noot is toevallig, elk stapje en elke solo is ingestudeerd. We zien Chalmers regelmatig haar trapje afkomen om dan zo’n seconde of twintig lang te dansen tot ze zich precies op het juiste moment in het midden van het podium bevindt om dan de saxofoon op de muzikale voorgrond te laten verschijnen.  En waar dat ingestudeerde voor ons meestal een afknapper is, zagen we het hier meer als het bewijs van vakmanschap. Want, jongens, die band was goed! En wat meer is: we geloofden wat er gebeurde doordat elke noot op de juiste plaats stond. En als Ferry Slave To Love zong, geloofden we meteen dat de ouwe snoeper op zijn leeftijd ook nog kon genieten van vrouwelijk schoon, want zowel de stem als het lijf bleken nog goed geconserveerd.

Het begin van de set was gezapig tot er halverwege Beauty Queen eindelijk eens gescheurd mocht worden en bleek dat ook dat de band goed afging. Toen wisten we “Dit komt goed”, want de setlist bestond voornamelijk uit vroege Roxy Music-songs tot groot jolijt van de fans. En Roxy Music was begin jaren zeventig – geloof het of niet – een groep die al eens grillig en eigenzinnig uit de hoek durfde komen.

Uitzonderingen - want iets jonger - waren Stronger Through The Years (inclusief een knappe basgitaarsolo) en het daaropvolgende Zara, de instrumentale afsluiter van laatste Roxy Music-album ‘Avalon’, toen nog maar drie bandleden op het podium bleven zodat Joja Chalmers en haar altsax alle ruimte kregen om te schitteren. Avalon zelf bleek nog steeds een pareltje en ook Oh Yeah, het nummer waarmee wij als jong ukkie van acht via de platencollectie van papalief de band leerden kennen, bleek nog niets van de verleidingskracht verloren te hebben.

Ferry liet dus zijn solomateriaal grotendeels links liggen, op twee nummers uit ‘Bête Noire’ en enkele covers na, waarbij Bête Noire misbaarder bleek dan Zamba en Smoke Gets In Your Eyes misbaarder bleek dan de mooie Dylan-cover Don’t Think Twice, It’s All Right. Toen het de beurt was aan Jealous Guy kwam een spiegelbol naar beneden en hadden we geen moeite om ons in te beelden dat we ergens in de vroege jaren tachtig een onzekere tiener waren op één of ander galabal, die in een hoekje verlegen stond te kijken naar alle jongens op wie zij meer zouden willen lijken, de jongens die wel een meisje hadden durven mee te vragen.

Verder dus vooral veel vroege Roxy Music waarbij Re-Make/Re-Model een hoogtepunt was en de mokerdrums halverwege In Every Dream Home A Heartache de halve zaal deden opschrikken. Een strak concert ook met amper pauzes tussen de nummers en zo’n vijfentwintig nummers in iets meer dan anderhalf uur. Toch duurde het tot de eindsprint werd ingezet met Love Is The Drug, Virginia Plain en Let’s Stick Together voor de gehele zaal opsprong en mee begon te dansen.

Do The Strand bleef uiteindelijk verrassend in de kast. De twee slotakkoorden van de avond heetten Mother Of Pearl (funky) en Both Ends Burning (swingend) waarna werkelijk iedereen tevreden naar huis trok. Aan de jongelingen onder ons: ga eens kijken in de platencollectie van ma en/of pa of er niks van Roxy Music tussen zit. Je zou er een ontdekking mee kunnen doen.

12 oktober 2016
Geert Verheyen