#BrusselsJazzFestival26 - Ruth Goller's SKYLLA - #BJF2026 - Aandacht als luisterhouding
Flagey, Brussel, 23 januari 2026
Wat in jazz telkens weer verwondert: soms kan uit een podiumopstelling niet uitgemaakt worden wie de creatieve verantwoordelijke van de muziek is.
Zonder voorkennis zou je nooit kunnen raden dat Orson Claeys de pianist was in dit gezelschap, want de trompettist Daniel Migliosi leek eerder de gangmaker te zijn in dit kwartet. De drums roffelden aardig, de contrabas leek wat onzeker, en Claeys leek meer voor begeleiding te zorgen. Nochtans was hij het die de composities had geschreven, en die ze ook zenuwachtig toelichtte tussen de nummers door.
Uit de perstekst hadden we opgemaakt dat de inspiratie uit hiphop kwam, maar live klonk dat niet zo. We hoorden mooie stukken die varieerden in intensiteit, en veilig binnen de grenzen van vlot beluisterbare jazz bleven. Uit de titel van het vierde stuk, For The Ladies, maakten we op dat het een schuchtere poging tot verleiden was, en dat lukte aardig, zelfs niet enkel bij de vrouwen onder het publiek.
Pas tijdens het bisnummer hoorden we Claeys alleen aan het werk op zijn piano, en dat demonstreerde helder de ideeën waar de composities die we eerder hadden gehoord uit ontsproten waren. Het festival noemt hem een “upcoming talent”, en deze matinee bevestigde die kwalificatie.
's Avonds verschoof de focus: twee concerten stonden volledig in het teken van het uit Chicago afkomstige jazzlabel International Anthem.
Het is niet zeker hoe Ruth Goller onder het label “jazz” is beland. Het zou niet verwonderen dat het een samenloop van omstandigheden was: bassiste van Alabaster DePlume, goede vrienden in de Londense scene,… International Anthem bleek dan een logische keuze als platenlabel, en plots zit je onder jazz in de bakken.
Maar haar geschoren kapsel, de manier waarop ze gitaar speelt en de muzikale middelvinger naar heersende conventies, doen vermoeden dat ze ook als "alternatieve punk" of "experimentele gitaarmuziek" had kunnen gecatalogeerd worden. Wat doet het er ook toe?
Ze kwam 'Skylla' voorstellen, iets wat ze bijna twee jaar geleden al eens deed in de Ancienne Belgique. De herinneringen aan dat concert waren vervaagd, maar hier in het Brussels Jazz Festival werden die opgefrist. De twee vocalistes bijvoorbeeld, waren die er toen ook bij? De stemacrobatie van Lauren Kinsella was indrukwekkend, en deed aan Iva Bittová denken. Aangevuld met de meer conventionelere maar dromerige zang van haar kompane Alice Grand, en af en toe Goller zelf, zorgde dat voor een esoterische atmosfeer.
Het meest onder de indruk waren we net als toen in de AB van de drummer, die heel expressief en tegelijkertijd subtiel Gollers basgitaar en de stemmen begeleidde. Die basgitaar werd soms vervormd door elektronica, en kon ook als een viool klinken, maar op andere momenten was ze dan ook weer simpelweg een luide, dissonante gitaar.
Heel ongrijpbaar, en heel beklijvend.
Ook geen gemakkelijke muziek, maar op een andere manier, is de muziek die Tom Skinner maakt. De luisteraar moet bereid zijn mee te gaan in een meditatieve trip, met trage ritmes en dissonante tonen die eerder ankerpunten leggen dan een melodie dragen. Het kabbelt vlotjes voorbij voor de vrijblijvende luisteraar, maar het geeft zijn geheimen pas prijs bij aandachtig beluisteren.
Daarvoor is een live-ervaring natuurlijk ideaal. De nummers vanavond werden vooral geplukt uit 'Kaleidoscopic Visions', het album dat Skinner vorig jaar uitbracht. Zes muzikanten speelden samen, ook pianist-vocalist Jonathan Geyevu bleek meegekomen, hoewel dat niet in het gedrukte programmaboekje stond vermeld.
Hoewel Skinner zich centraal op het podium bevond, achter zijn uitgebreid stel drums, nam hij nooit het voortouw, maar speelde hij als een excellente spelverdeler in een goed draaiend team. Hier was geen plaats voor virtuoze solo's. Instrumenten legden eerder functionele accenten, zoals de klarinet en de dwarsfluit in de prachtige uitvoering van Margaret Anne, en soms bewoog de melodie ongemerkt en ongrijpbaar door het orkest, van de klarinet naar de cello, of van de saxofoon naar de contrabas. Eens mondde de compositie uit in een zinderende finale op drums, waarvoor de pianist Jonathan Geyevu (ook soms Yaffra genoemd) Skinner even kwam helpen.
Tijdens de twee nummers waar Yaffra zong (See How They Run, Logue) was de melodielijn gemakkelijker te volgen, maar gek genoeg beklijfden die iets minder. Het leek alsof die trage nummers elders al overtuigender waren uitgewerkt, bij Massive Attack of Unkle bijvoorbeeld.
Als bisnummer kregen we The Journey uit Skinners vorige album, 'Voices Of Bishara'. We hoorden trage drum-'n-bass, als een soort akoestische, trage echo van Roni Size's Brown Paper Bag. Waarom waren we hier vroeger nooit van onder de indruk? Een gebrek aan aandacht allicht.
Als toemaatje volgde nog echofarmer in de lobby. Dit hield het midden tussen optreden en DJ-set. Op een grote mengtafel mixte de Brusselaar nummers in elkaar zodat die onherkenbaar werden. We hoorden echo's van drum-'n-bass of jungle, in een soort abstracte mix. Gezien de naam van het project was dat vermoedelijk soms de bedoeling.
Het werd soms dansbaar, maar flirtte genoeg met experiment om niet verward te worden met een achteraffeestje. De lobby op een late vrijdagavond toonde zich evenwel niet de ideale plaats hiervoor. Mensen hadden zin om na te praten, en meer dan enkele enthousiaste toeschouwers op de eerste rij bereikte echofarmer niet echt. De portie aandacht van de vrijdag was op.
