BRLRS - Viering van de decibels

Zaal De Zwerver, 7 maart 2020

BRLRS</b> - Viering van de decibels

Het Oostendse BRLRS had afgelopen weekend met de nieuwe ep het perfecte excuus om De Zwerver vakkundig in de as te leggen. Een Play Off 1-match met een uitzinnig thuispubliek. Een avond bol van revanche en een voorlopig hoogtepunt in een carrière die voor heel even het hobbyproject oversteeg.

Het was een zenuwachtig ijsberende Olivier Verniers die de toeschouwers konden gadeslaan door de ruiten van de backstage. Er stond de frontman en zijn deelgenoten dan ook wat te wachten. De grote zaal van De Zwerver liep aardig vol voor wat vooraf bekend stond als het orgelpunt voor de Oostendse band. Maar het werd uiteindelijk meer dan dat.

Flashback naar enkele weken terug; de voorronde van Humo’s Rock Rally in diezelfde Zwerver-zaal. BRLRS – op voorhand al de nek omgewrongen door een slechte loting – ging, gebukt onder de zenuwen, een tikkeltje de mist in. Dat hadden ze deels aan zichzelf te danken, deels aan slecht geluid en pech. De wervelwind, waarmee de band live zo kan uitpakken, konden ze in die korte set nooit in galop brengen. BRLRS greep dan wel naar de keel, maar vergat desondanks door te knijpen.

Maar wat nog meer opviel, was hoe de fris van de lever gespeelde rocknummers van het Oostendse viertal verloren gingen in een mengelmoes van daaropvolgende zelfverklaarde nieuwerwetse acts, die uiteindelijk ook de voorkeur genoten van de jury. De term rock was in de rally nog nooit zo ver weg en een band, die eigenzinnig en tegendraads de weg van het pure rockamusement koos, werd zodoende wat tekortgedaan.

Men zou kunnen spreken van een gemiste kans, maar daar hadden we de tijd niet voor. BRLRS zat namelijk al met de benen in de beugels, klaar om met een luidruchtige schreeuw de nieuwe telg op de wereld los te laten. ‘Aspirin’, een korte ep waarin de wildemannen met de voet vooruit talloze deuren tegemoet rennen en de klinken onaangeroerd laten. Drie nummers met geen al te diepe bodem, die tevens onderling erg inwisselbaar zijn, maar wel één ding gemeen hebben: het gaat aan een razende vaart vooruit. Kortom: een ep uitermate geschikt voor wie bang is van de stilte.

Het was dan ook onder luid enthousiast gejoel dat de band opkwam nadat we eerst werden getrakteerd op Long Way To The Top van AC/DC en enkele Youtube-filmpjes die bij elke Oostendenaar ondertussen tot het collectieve geheugen behoren. Een feest van herkenning dus. En al zeker toen de eerste tonen van Shotgun werden ingezet.

Frontman Verniers stond wijdbeens het publiek aan te kijken, terwijl hij met één harde ruk aan de snaren eensklaps alle zenuwen de vuilnisbak in kieperde. De oerschreeuw, die daarop volgde, was er opnieuw eentje waarmee een indrukwekkende zure vettigheid werd opgehoest. Verniers heeft présence op een podium, schuwt de schijnwerpers en de bindteksten niet en stuwt de rest van de bandleden naar een hoger niveau. Hij is het soort frontman waar elke band jaloers op mag zijn.  

Maar met alle lof zwaaien naar het haantje zou de rest van de band oneer aandoen. Aandoenlijk was het, hoe Samba met het betere vingerwerk aan de basgitaar alle eierstokken in de ruimte deed rinkelen. Het minzame lachje bij elk nummer was het teken dat het ook aan die kant van het podium hoorbaar goed zat. Ontroerend haast, hoe drummer Bruno Piers, in het zweet des aanschijns, het furieuze tempo, dat zijn jonge bandleden hem voor de voeten wierpen, kon aanhouden. Een halve marathon is er niets bij. En wat zou een BRLRS-nummer zijn zonder een gitaarsolo van David Ponette? Hij spande opnieuw gitaarlijnen waarmee je een nijlpaard kon tacklen.

De drie ‘Aspirin’-nummers deden waar ze vooraf voor getekend hadden: decibels de zaal injagen, trommelvliezen ontkalken en de vaart erin houden. Ons hoogtepunt kwam alvast vroeg in de set, tijdens het geweldige Watchmen, even snedig als de snijmachine van de slager, even catchy als het Coronavirus. Maar evengoed zag je mensen bevredigd fronsen tijdens de twee nieuwe nummers die opdoken in de set met Bondasteele als geniaal slotakoord tijdens de bisronde. Het toont aan dat BRLRS vooralsnog niet van plan is de handdoek in de ring te gooien en na een avond als deze is dat maar goed ook.

Dat de barmensen van de Zwerver zich wanhopig in de haren krabden bij de volkstoeloop achteraf in het café zegt meer dan genoeg. Het bleef er gezellig tot in de vroege uren en nadat het veertiende vat werd aangerold, werd even gevreesd voor de totale droogte. De ‘Aspirin’-avond was er eentje voor in de geschiedenis- en de recetteboeken. En wat de intenties van BRLRS verder ook moge zijn, afgelopen zaterdag bewezen ze alvast dat de Oostendse muziekscene eindelijk terug een fascinerende plek is om te vertoeven.

9 maart 2020
Joris Roobroeck