BRDCST18: Consouling Sounds presents - Laatste groet aan ambient

Ancienne Belgique, 8 april 2018

Geen betere reden om in de tot een muf en donker kot herschapen AB-club te kruipen op een zonnige lentedag dan een Consouling Night. Het Gentse label weet al jaren innovatieve geluidskunstenaars te verzamelen en ze in een sfeervolle setting te plaatsen. Dit is het derde jaar dat BRDCST hen een avond carte blanche geeft. Vorig jaar sloegen we Thundercat over om hierheen te komen, dit jaar James Holden. En met plezier.

 

Deze Consouling Night was op het eerste gezicht bescheidener dan die op de vorige editie van BRDCST. Waar in 2017 een diverse drone- en ambientavond werd gebouwd (met zelfs magistraal muziektheater in de vorm van Medeamaterial) werd dit jaar gekozen voor een line-up van van vier acts, opgebouwd rond Dirk Serries.

Toch geen onlogische keuze. Dirk Serries is een náám in de wereld van ambient en drone. My Bloody Valentine, Low, Cult of Luna, ze deden allemaal beroep op zijn diensten. Hij stond mee aan de wieg van de ambient en sloeg de brug naar drone en postrock. Een vat vol veelzijdigheid. Reden genoeg om de tiende verjaardag van Consouling Sounds te vieren met een bloemlezing uit 's mans muzikale oeuvre. Te meer daar hij met dit optreden en zijn laatste plaat 'Epitaph' ambient voor eens en voor altijd achter zich wil laten.

Het was echter Ronald Mariën, Stratosphere, de vaste geluidsman van Serries, die de avond mocht openen. Hij liet soundscapes, opgebouwd met gitaar, bas en loopstation tegen elkaar opbotsen in een gewelddadig en interessant geheel. De schijnbare chaos was niet meer dan een voorwendsel voor klankrivieren om tegen elkaar aan te schuren en door elkaar te bewegen. Het interessantste aspect van drone is niet de klank, die je hoort, maar de geluiden en stemmen die je denkt te horen, wanneer melodieën en amorfe geluiden elkaar raken. Mariën wist hier perfect mee te spelen. Enige aanmerking is dat, hoewel de opeenstapeling van muzikale lagen tot een climax zorgvuldig werd gebouwd, het afpellen van die lagen meer aandacht had verdiend.

Was Mariën een kruising van kolkende riviertjes, dan was Scatterwound een botsing van twee gitaarvloedgolven. Statiger en weidser dan Mariën, was het onderscheid tussen de verschillende melodielijnen duidelijker. De muziek bleef langer hangen en zweven, maar de uiteindelijke uitbarsting was monumentaal. De deskundigheid van Dirk Serries en Hellmut Niedhart staat buiten kijf. Het vergt twee uitstekende instrumentalisten om live gecoördineerd het afgewerkte soundscape te creëren dat Scatterwound bracht. Wat opviel in het afbouwende deel van de show was de enorme subtiliteit in geluid. Of het nu met een strijkstok, verfborstel of ebow was, er zat een tactiliteit in het geproduceerde geluid die eerder verloren ging in de bombast van de opbouw. Wij vonden het jammer dat er niet meer focus op die details werd gelegd; misschien in een langere set?

Fear Falls Burning werd ter gelegenheid van deze avond nog eens boven gehaald. Dit project begon als gitaarambient en eindigde bij vrije improvisatie. De bezetting werd voor deze avond aangevuld met drummer Tim Bertilsson (Switchblade) en saxofonist Colin Webster. De melancholische drones van Serries vulden aanvankelijk de lange, doorleefde blaasstoten van Webster aan. Ze zweefden en weefden door elkaar; tot Serries begon aan te zwellen en Webster het op een gewelddadig improviseren zette. De saxofoon spartelde en schopte om niet te verdrinken in Serries' oorverdovende drones en creëerde zo een bijna paniekerige sfeer. Gelukkig was daar Bertilsson om met repetitieve mokerslagen een bombastische orde te creëren. Het geheel was overrompelend en mooi.

Yodok III bracht Serries' laatste plaat (en afscheid aan ambient) 'Epitaph'. Met vaste waarden Tomas Järmyr (Motorpsycho, Zu) en Kristoffer Lo op respectievelijk drums en tuba stond er weer een stevige dosis talent op het podium. Opnieuw vatte Serries aan met weemoedige, laag rommelende drones, Järmyr tokkelde erdoor heen. Het was Lo die met weidse tubaklanken het geluid opentrok en naar een nieuw niveau hees. Doorheen heel het optreden was zijn blaaswerk bepalend voor de sfeer. Serries en Lo konden vooruit drijven, luider en stiller spelen, nuance leggen, maar het waren de blazers die het klanklandschap opentrokken of vernauwden. Dat kon met sirenestoten, gefluit of schallende misthoorn-geluiden. Dit wil niet zeggen dat Serries en Järmyr tweede viool speelden. Järmyr is een uitzonderlijk drummer; ingewikkelde patronen en wissels kosten hem geen moeite; hij weet vooruit te galopperen en stil te vallen en dat alles terwijl hij zijn drums bijzonder organisch kan doen klinken. Serries bouwde zorgvuldig als altijd de rommelende grondlaag waarover zijn twee kompanen konden kliederen. De set was de enige van de avond die na een verschroeiende apotheose weer kon opbouwen en de opgewekte spanning kon vasthouden.

Een hele avond aan dezelfde artiest weiden zonder dat die saai wordt, is op zich al een uitdaging. Consouling bewees dat het lef en inzicht heeft, Dirk Serries dat hij een schatkist aan talent en ervaring heeft, die nu al een overzicht waard was. Blij dat we op het eerste zonnige weekend in dat donker kot gekropen waren.

10 april 2018
Koerian Verbesselt