Bozar Electronic Arts Festival - Wereldklasse versus feesten

, 2 juli 2018

Het blijft een vreemd gegeven dat de alom gekende en iconische BOZAR zich één keer per jaar overlevert aan de inherente onzekerheid en onvoorspelbaarheid van hedendaagse elektronische muziek. De vele in uniform uitgedoste medewerkers, de etiquette van zaaldeuren, die bij aanvang van een act gesloten worden, of de monumentale omgeving waarin Bozar Electronic Arts Festival zich voltrekt; niks wordt gewijzigd aan wat ook op normale dagen de belangrijkste, Belgische cultuurtempel is. Dat levert een memorabel spagaat op waarin er voor de meerwaardezoeker jaar na jaar meer te vinden valt, maar er zijn ook twijfels over de houdbaarheid van dit opzet.

BEAF is inmiddels dé referentie-driedaagse geworden voor wie in ons land experimentele elektronica live wil zien. Op één zaal na gebeurt alles - in theorie - voor een zittend publiek. Ideaal dus om jezelf introspectief te verliezen bij de meest donkere drones of in optimale omstandigheden gehypnotiseerd en verblind te worden door alweer een ongeziene licht- en visualsshow.

Veel weelde, dat zeker, met name vanwege de op zich al hoogwaardige acts die op BEAF nog eens worden versterkt door one-off-collaboraties met visuele artiesten als MFO. Dat was het geval voor Roly Porter en Tim Hecker, elk van hen verantwoordelijk voor een briljante ambientplaat eerder dit jaar. Met name Porter verbaasde de wereld met zijn ‘Third Law’. De vraag naar de artiest werd gigantisch, maar optreden blijft hij zelden doen.

Reden te meer om volop te genieten van Porters set in de Kamermuziekzaal (!), alwaar een dozijn strategisch geplaatste strobes opgesteld stonden. Zoals de meeste artiesten ging hij niet over het uur en het moet ook gezegd dat ‘Third Law’ live weinig toevoegt, behalve de verrassend ambient-georienteerde herinterpretatie van het nieuwe werk. Even leken we te gaan wegdromen; tot op het scherm plots geen fraaie visuals meer te zien waren, maar wel de boodschap: “CLOSE YOUR EYES UNTIL THE BLINDING FADES / DON’T BE AFRAID – YOU WILL SEE WITH YOUR EYES CLOSED”.

Een metgezel verzekerde ons dat zelfs de VR-experiences van Björk, die hij een dag eerder mocht uittesten op haar tentoonstelling in Londen, niet konden tippen aan het visuele effect dat MFO hier op ons losliet.

Maardag één had nog meer te bieden. Op donderdag stond namelijk ook de meest exclusieve (maar daarom nog niet meest bekende) act op het programma: Body Sculptures, ofte een Deens allstarteam met onder meer Damien Dubrovnik (achtenveertig uur later ook zelf present) en Puce Mary. Body Sculptures is de exponent van de scene waaruit met name Iceage ontsproot: nihilisme uit Kopenhagen, dames en heren. Zoek maar op; het is de moeite waard. Ook hier was deze noise-bloemlezing geen set die muzikaal uitblonk. Wie erbij was, vat de pun vast wel en weet gelijk dat de performance bij Body Sculptures net als bij alle aanverwante projecten zeer centraal staat. Dit was trouwens lang niet het meest schokkende schouwspel dat vocalisten Puce Mary en LV al gebracht hebben.

Helaas viel de tweede dag grotendeels in het water. In feite klopte er niets aan; door Rival Consoles, Vessels en Gold Panda achtereenvolgens in de grote zaal te programmeren, wist BOZAR voornamelijk een feestpubliek te lokken dat er absoluut niet op uit was om obscure shit te ontdekken, laat staan de installaties en bijbehorende tentoonstelling (een must op elke BEAF-editie) te bezichtigen.

Het zwaartepunt lag dus bij het werk dat we gemakkelijkheidshalve “platjes” kunnen noemen, zelfs al speelde Eraser Tapes-zoon Rival Consoles een voortreffelijke set. Maar in de Henry Le Boeuf-zaal moest en zou er gedanst worden; een domper op de feestvreugde.

Dan zou Raime wel soelaas bieden. Tough luck. Blijkbaar slaagt het duo er niet in om hun enige register –de troef op nieuwste album Tooth- live om te zetten in iets spannends. De drumster voegde niks toe en in de Kamermuziekzaal (opnieuw !) zou het met de mix nooit helemaal goed komen. Een paar dansende dopey kerels vooraan zorgden gelukkig nog voor wat entertainment.

Dag drie kon dan weer onmogelijk mislopen. Te beginnen met back to back-sets van Dirk Serries en Aiden Baker, twee verwante artiesten. Elk op gitaar, loops en effecten, maar o zo uiteenlopend qua klankkleur. Serries speelde ingetogener dan ooit, soms amper hoorbaar. Een ei zo na magische ervaring voor wie vooraan zat in de Studiozaal (nog kleiner en geïsoleerder van de buitenwereld dan de Kamermuziekzaal).

Baker was meer gesofisticeerd in de aanpak. Nooit eerder zagen we hem zoveel lagen opeen stapelen. Halverwege de set leek iedereen de draad kwijt, terwijl hij stoïcijns verder bouwde aan een uiterst complex verhaal op gitaar. Toch leidde deze aanpak niet tot nervositeit bij de luisteraar. Integendeel, dergelijke gelaagdheid zorgde er net voor dat je de muzikale motieven makkelijker losliet, de ogen sloot en volledig wegdroomde bij deze gitaar-ambient. Dit was Aidan Baker ten voeten uit.

Een usher wees ons nadien de weg doorheen een welbepaalde deur. Enkel die, want de andere ingangen van de Henri Le Boeuf-zaal waren niet meer toegankelijk om redenen die meteen duidelijk zouden worden. Eens voorbij de glazen klapdeurtjes zagen we enkel een rode waas, misschien een paar menselijke schimmen,... Of waren het stoelen? Ook Tim Hecker had duidelijk voor MFO gekozen als partner in crime. Het zorgde voor een ongelofelijk bedwelmend eerste kwartier Love Streams. De mist verdween amper en, toen de alweer zorgvuldig gepositioneerde lichten af en toe donkerder werden, overviel ons een aangenaam claustrofobisch gevoel.

Vaak leek de keuze van Bozar om met Funktion One-geluidssystemen te werken tijdens BEAF wat bedenkelijk. Live bands klinken veelal plat doorheen zo’n speakers, maar tijdens de alweer korte, maar krachtige set van Hecker konden we voor het eerst echt de waarde appreciëren van de stacks, die ergens hoog in de Le Boeuf-zaal hingen. Tenminste, dat vermoeden we; want pas vlak voor het einde waren enige podiumvormige contouren te ontwaren.

Knetterluid stond het, en ook al weet Hecker live nooit een volmaakte spanningsboog op te bouwen, het stond buiten kijf dat zijn set de vooraf aangekondigde climax van het weekend zou worden. Al was het maar vanwege de toegevoegde waarde van de lichtshow. Wellicht ging het zelfs om zijn grootste optreden ooit. Stel je voor: dik duizend man voor een ambientshow!

Dat was meteen ook de grote verdienste van BEAF: het bracht heel wat volk dichterbij genres, die anders zo goed als ontoegankelijk, maar vooral ook nichegebonden en exclusief zijn. Zo hadden we nooit kunnen dromen - dronen? - om ooit Ryo Murakami aan het werk te kunnen zien. Qua donkerte was Deaf Center and beyond een referentie, maar naar Japanse traditie wist Murakami boven een genre uit te stijgen door compromisloos en hardcore uit de hoek te komen. Ook de visuals lieten er geen twijfel over bestaan: echte dronemuziek is voor mensen die houden van pure Dunkelheit.

Het grootste contrast zat hem echter niet tussen deze overvloed aan cutting edge muziek en de salonfähige BOZAR. De tegenstelling, toen je de deur uitstapte na een Murakami-show, met de uitgelaten bende, die net een leuke tijd had beleefd bij pakweg Plaid & The Bee, was zo mogelijk nog groter. Begrijp ons niet verkeerd: er is niets fout met beschaafde, dansbare muziek. Alleen ligt de klemtoon van BEAF met z’n opzet automatisch op het experimentele, het vernieuwende en het uitdagende. De ietwat bekendere acts in de hoofdzaal moeten we er misschien bij nemen om genoeg volk te kunnen trekken.

Toegegeven, er waren deze editie meer mensen dan ooit. Of deze spagaat echter ook in de toekomst houdbaar blijft, is nog maar de vraag. Wij gaan er voorlopig van uit dat BEAF volgend jaar doet wat het de afgelopen edities telkens heeft gedaan: zichzelf overtreffen.

27 september 2016
Koerian Verbesselt, Marc Puyol