Boris Koppigaards

Boris

Tien jaar ‘Pink’. Dat moet gevierd worden. En of Boris dat vierde in de rotonde van de Botanique. En wij met hen.

Mongolito, dat is Marc De Backer, gitarist en huurling bij bands als Dog Eat Dog en Mucky Pup. Hij opende het gelag in de Botanique in zijn eentje. Tenminste, als je de kronkelende, onder een rood doek verstopte dame aan zijn zijde niet meetelde. Maar ook zo wist hij lawaai genoeg te maken met de sampler en een drummachine als backup. Het geheel was bluesy met een metalen ondertoon en hield de zaal helemaal in bedwang.

Uit een wolk van noise doken de drie – uiteraard - volledig in het zwart geklede goeroes van Boris op. Zanger-gitarist Takeshi en vooral zanger-drummer Atsuo waren duidelijk niet van plan om gevangenen te maken. Die laatste jutte voortdurende het publiek op, leefde zich uit op de levensgrote gong en voorzag het geheel van de nodige roffels. Hier zou geen genade gekend worden. Enkel gitariste Wata beperkte zich tot haar rol in het geheel. Het paste allemaal in het mysterie dat door de band steeds wordt gehandhaafd.

‘Pink’, het tiende studioalbum van de Japanners, is tien jaar oud en dat wordt gevierd met een alom bejubelde reissue en een bijhorende tournee, waarvoor – dat bleek ook in de Botanique – meer dan voldoende aandacht was. Ook in België geniet de groep een cultstatus en het feit dat Mathieu Vandekerckhove (van onder meer AmenRa en Syndrome) de groep een handje toestak in Rusland en dat Rodrigo Fuentealba Palavicino (van Manngold en Fifty Foot Combo) een aandachtig toeschouwer was in Brussel, bewijst dat.

Vanuit een steeds verder aangroeiende rookwalm –noblesse oblige - ging het trio aan een rotvaart van start. Daarbij stipten ze zowat alle genres binnen het metalidioom aan. Blackout was een d(r)oomstart, die werd verdergezet met de stonerthrash van Pink en helemaal ontspoorde in Woman On The Screen. Ook hardcore werd daartussen gesmeten met drummer Atwa, die zijn draagbare microfoon teisterde. En even later was er dan weer ruimte voor een psychedelisch tussendoortje onder de vorm van N.F. Sorrow.

Precies die ongebreidelde veelzijdigheid en het koppige weigeren om zich te beperken tot één genre maakt van Boris een unieke ervaring. Het ene moment lijkt een – overigens majestueus – Talisman een levensgroot eerbetoon aan Black Sabbath, het volgende wordt in een al even boeiend My Machine Sunn o))) aangestipt. En dat alles ballen ze op één of andere manier tot één groot geheel samen, waarin je als luisteraar van de ene kant van de rotonde tegen de andere werd aangesmakt.

In de bisronde zou de band er nog een paar nieuwe nummers tegenaan gooien waarna het voor het podium tot een wilde pogo kwam en met een thrashuithaal de cirkel opnieuw rond werd gemaakt.

Dit was een ervaring als geen andere van een groep, die zichzelf een eigen weg baant doorheen een muzieklandschap waar sowieso geen lijn op valt te trekken. Dat verdient bewondering. En van ons krijgen ze die op een gouden blaadje aangeboden.


December 13, 2016
Patrick Van Gestel