Bonobo - Clubben op de elementen

Vorst Nationaal, 15 november 2017

Het rijk van Bonobo reikt na zes studioalbums tot aan de sterren; de Britse soundsmid groeide in zijn zeventienjarige carrière uit tot het kloppend hart van de chill-out-elektronicascene, waar triphopbeats en melodieuze wegdroomarrangementen het mooie weer maken. Dat zo’n reis naar de sterren ook langdradig en eentonig kan zijn, kwam ons gisteren ter ore. De ster van het bekende Ninja Tune-label haalt inspiratie uit verre oorden en de ongerepte natuur, waar hij zich maar al te graag mee associeert. Maar wij waanden ons bij momenten eerder in een exclusieve cityclub, met een passant achter de dj-booth die door de beats heen het publiek uit het oog verloren was. Bonobo schoot raak met hits, grossierde in show en sier, maar blonk vooral uit in onverschilligheid.

Gemengde reacties na afloop, waar we voor één keer – kwaliteitscontrole is belangrijk – de strengste uit zullen puren: Bonobo bleek, achter de veelkleurige façade van twinkelende lichtspots, solerende drumwonders en strelende strijkers, vooral een mager beestje dat naar de winterslaap uitkeek. De veelzijdige muzikaliteit die zijn albums kenmerkt werd maar al te vaak gesmoord door doffe clubbeats die het publiek warm noch koud lieten; meer op routine dan op gevoel, zonder het publiek echt te betrekken bij de show. Verder dan: “It’s great to be in Brussels!”, kwam het niet. Niet dat we arm in arm over het podium moeten huppelen, maar mag het ietsje meer zijn?

"Window dressing" heet het fenomeen, waarbij de verpakking het moet goedmaken voor de magere inhoud. En dat was ook wat ons voorbij halfweg de set door het hoofd schoot: het lichtspektakel vormde heilzame eye candy – zelden zo’n dynamische en mooi afgestemde installatie gezien – en het klein dozijn ondersteunende muzikanten gaf het beste van zichzelf. De drummer sloeg zich de ziel uit het lijf en deed dat met verve, de violisten strooiden op tijd en stond met scheutjes elegante dramatiek, maar als puntje bij paaltje kwam, stond de man centraal te vaak op een eiland en de zaal buitenspel.

Een wondermooi eiland bij vlagen, dat wel; vooral wanneer alle instrumenten en klanken gaandeweg de song samensmolten tot een aangename stuifnevel met sierlijke, postrockachtige allures; een kunststukje dat hij meer dan eens bovenhaalde. En ook de overgangen waren om duimen en vingers bij af te likken; hoe de ene song als van nature in de andere overvloeide, verraadde de hand van een meester. De hitsequentie Kiara - Cirrus - Kong vormde de ruggengraat van de set en was ook de brandstof waar Vorst Nationaal naar smachtte om in gang te schieten. Hoewel licht ontgoocheld omdat Kong zich meer op de dj-booth afspeelde dan op de live-instrumenten, dachten we op dat punt nog dat dit concert een degelijke zeven op tien verdiende.

Waar we onze rode pen voor bovenhaalden, was de Britse tourzangeres Szjerdene, wiens soulvolle zangstem compleet overstemd werd door de zware bassen en instrumentatie – we hadden het gevoel dat die balans niet helemaal op punt stond – en het feit dat die songs niet echt boven het maaiveld uitkwamen. Het langdradige laatste half uur verdronk dan weer in de beats en ritmesecties, waarbij het met een vergrootglas speuren was naar melodieuze elementen en subtiele accenten; de medeplichtigen van onze crush op de warmbloedige gemoedstrelers van Bonobo, die we in ons hart gesloten hadden zoals het geweldige Second Sun van op 'Migration', waar harp, strijkers, xylofoon, piano en gitaar de liefde bedrijven. Niets subtiliteit, wel een atmosfeer van roezig, welgevormd gedreun zoals die rond de klok van drie ontstaat in The Villa in Antwerpen.

Voor zij die uit waren op een clubfeestje: topconcert. Voor zij die op basis van zijn discografie een kaartje gekocht hadden: jammer dat Bonobo die kant van zichzelf niet wat meer in de verf gezet heeft. Want vergis u niet: hij is en blijft een natuurtalent.

16 november 2017
Quentin Soenens