Blues Peer
Een kwikzilveren jubileum
Fabian Desmicht
Festivalterrein Peer, — 23 juli 2009
“25 years of kings and legends.” Een betere ondertitel hadden we niet kunnen verzinnen voor de zilveren jubileumeditie van Blues Peer. Voor de gelegenheid pakte het festival uit met de sterkste affiche uit zijn geschiedenis, met onder anderen Roger McGuinn, John Mayall en Jeff Beck.
Op de weg van de parking naar het festivalterrein hoorden we in de verte de zoete tonen van My Back Pages. Roger McGuinn, die in de jaren zestig met The Byrds als enige The Beatles het vuur aan de schenen kon leggen, begon zijn set meteen met een van zijn magistrale Dylan-vertolkingen. We versnelden onze pas en waren nog net op tijd voor de slotakkoorden van Mr. Spaceman.

McGuinn graafde diep in de folkgeschiedenis (St. James Infirmary Blues, Turn! Turn! Turn!) en gaf blijk van zijn bewondering voor het werk van Bob Dylan: It’s Allright, Ma (I’m Only Bleeding), Mr. Tambourine Man en Knocking On Heaven’s Door. Maar door zijn uit duizenden herkenbare stem en 12-snarige Rickenbackergitaar klonk elk nummer – cover of geen cover – onmiskenbaar als Roger McGuinn.
De sobere setting ten spijt, bleven zelfs origineel rijkelijk gearrangeerde popsongs als Wasn’t Born To Follow, 5D en So You Want To Be A Rock ‘N’ Roll Star moeiteloos overeind. McGuinn charmeerde, breed glimlachend, met anekdotes over Dylan en Tom Petty. Schoorvoetend verliet hij het podium, alsof hij nog niet naar huis wilde. En wat ons betreft, had hij best nog wel even mogen voortdoen.
Een uurtje pure blues kregen we van The Derek Trucks Band. Gitaarwonder Trucks is nog maar dertig en speelde al in zijn vroege tienerjaren bij The Allman Brothers Band. Zijn zeskoppige band verkeerde in bloedvorm en kreeg het publiek vrij snel op de hand.
De Derek Trucks Band tastte de grenzen van de blues af, onder andere met bluesstandard Key To The Highway, en waagde zich zelfs aan My Favourite Things, dat we kennen van ‘The Sound Of Music’, maar ook van John Coltrane. De opmerkelijke bottlenecksolo’s van Trucks misten hun doel nooit, maar het spelplezier dat eraf spatte, kon het gebrek aan een charismatisch frontman helaas niet helemaal verbergen.
Aan charisma geen gebrek bij de 76-jarige Britse bluesveteraan John Mayall. Zijn zogenaamde Bluesbreakers vormden in de jaren zestig een kweekvijver voor Brits talent. Iemand ooit van Eric Clapton gehoord? Die werd ooit als jonge snaak door Mayall op het podium getild.
In Peer omringde Mayall zich nog altijd met topmuzikanten, al moest hij het stellen met mindere goden. Zo waren we niet zo opgezet met de gelikte stijl van gitarist Rocky Athas. Mayall zelf was opvallend goed bij stem en ging de songs met grenzeloos enthousiasme te lijf. Dat de roadies vergeten waren zijn harmonica’s klaar te leggen voor hij het podium op rende, leek hem maar matig te deren.
Mayall grossierde in vrij stereotiepe blues, maar zorgde wel voor de nodige variatie. Hij begon zijn set met Another Man van Sonny Boy Williamson, waarbij hij zichzelf begeleidde op mondharmonica. Vervolgens kwam de band op voor stomende versies van onder meer Hideaway en bisnummer All Your Love, gesmaakte klassiekers van de plaat die hij in in 1966 met Clapton opnam.
Southside Johnny & The Asbury Jukes dreven met hun New Jersey Soul weg van de traditionele blues, richting het vaarwater van Bruce Springsteen, waar blazers en in pathos gedrenkte songs het hoge woord voeren. Net als The Boss weet Southside Johnny overigens hoe hij een publiek moet inpakken.
Van de band kregen we voor de tweede keer die dag Key To The Highway te horen, maar dan anders dan bij The Derek Trucks Band. Met het eerste bisnummer I’ve Been Working Too Hard leverden Johnny en zijn Jukes een mooi visitekaartje af.
Maar een topconcert? Nee, daarvoor was het geluid te zeer opgepompt en het verschil met het volume van Mayalls optreden was immens. De blazerssectie en Johnny’s mondharmonica kwamen zelfs onuitstaanbaar hard door de luidsprekers geschald. Helaas, want het optreden zelf was er één om in te kaderen.
Voor echte magie was het echter wachten op gitarist Jeff Beck, die sinds 1971 geen voet meer op Belgische bodem had gezet. Het Belgische publiek heeft dus nooit live-uitvoeringen van ‘Blow By Blow’ of ‘Wired’ mogen meemaken, platen die tot de meesterwerken van de instrumentale rock gerekend worden.
Daar is nu dus verandering in gekomen, want Beck timmerde een mooie carrière-overschouwende set ineen. Het openingsnummer was wat rommelig, maar de band (met naast meesterdrummer Vinnie Colaiuta ook de jonge, veelgeprezen bassiste Tal Wilkenfeld) vond daarna snel de juiste koers. Met Beck’s Bolero, het tweede nummer van de avond, liet de gitarist meteen een onuitwisbare indruk na.
Van ‘Wired’ kregen we Led Boots, Blue Wind en een stukje van het van Charles Mingus geleende Goodbye Pork Pie Hat te horen. Beck liet zijn gitaar huilen in Cause We’ve Ended As Lovers, speelde met veel zin voor melodie zijn versie van reggae (Behind The Veil) en verraste in de bisronde vriend en vijand met een A Day In The Life, een cover van The Beatles.
De combinatie van Becks excentrieke kledij, zijn natuurlijke cool en het bordeaux fluwelen decor zorgde meteen voor de juiste sfeerschepping. Toegegeven, de veel te luide keyboards gooiden hier en daar roet in het eten, net als de keuze voor Peter Gunn als bisnummer. Maar je kon niet anders dan versteld staan van deze gitaartovenaar.
En daarmee kwam ook de derde festivaldag van Blues Peer tot een einde. We troostten ons met de gedachte dat we schitterende dingen gezien en gehoord hadden, een karrenvracht klassiekers en veel “kings and legends”. Kortom, een kwikzilveren jubileum.
