Blue Note Records Festival
Not Everybody is a Star
Lander Lenaerts
Bijloke, Gent — 8 november 2008
Wat een van de topdagen moest zijn voor het Blue Note Records Festival, draaide uit op een teleurstelling. Op het programma stond nochtans een rijtje veelbelovende namen die hun ding doen op de grenzen van jazz, funk en hip hop.
The Rhythm Junks is het jongste project van El Fish’er Steven De Bruyn. Dat de groep ritme voorop stelt, mag je letterlijk nemen: het drumstel en de bassist staan vooraan in het midden op het podium opgesteld, terwijl de blazersectie naar achteren geschoven wordt. Steven De Bruyn neemt het gros van de melodieën en de zang voor zijn rekening en toont zich vooral op de mondharmonica van zijn beste kant. Het beste voorbeeld van zijn kunnen is het nummer Monk it up, een ode aan jazzpianist Thelonious Monk, dat een opzwepend vraag-antwoord-spelletje tussen De Bruyn en de vierkoppige blazersectie inhoudt. Alle zeven de muzikanten tonen op het podium dat ze heel wat in hun mars hebben en van vele markten thuis zijn. De groep zoekt ingrediënten in de blues, jazz en funk, maar kookt een iets te gemakkelijk en populair potje. The Rhythm Junks is eigenlijk een groep die eerder thuishoort op een gratis stadsfestivalletje waar iedereen tussen 6 en 96 rondloopt, dan op het BNRF. Het interessantste moment in de set was de eigenzinnige cover van de cultpopklassieker Moscow Disco, origineel van Telex.
Het debuutalbum ‘Fallin’ Upon Def Ears’ van het soul/hiphop-koppel Mo & Grazz is intussen al anderhalf jaar oud, waardoor het wel tijd werd voor een nieuwe live show. Ten eerste zijn Monique Harcum en Dj Grazzhoppa afgestapt van de live tête-à-tête en laten zich sinds kort omringen door een live band: een drummer, een (erg goede) bassist, een toetsenist en twee achtergrondstemmen. Een welkome uitbreiding, want de kale en donkere beats van Grazz zijn niet altijd de meest geschikte geweest om een festivalpubliek geboeid te kunnen houden. Maar ook de tracklist van de show werd vernieuwd. Er was heel wat nieuw materiaal te horen zaterdag, wat de komst van een tweede album doet vermoeden. En in die nieuwe tracks gaan Mo & Grazz op hetzelfde elan verder: Mo is een fantastische en onvervalste zangeres en Grazz combineert nog steeds zeer goede, harde beats met scratches van het hoogste niveau, maar je kunt je afvragen of de combinatie van soul en turntablism nog lang fris gaat klinken.
Technisch absoluut niet vergelijkbaar met Grazzhoppa, maar qua muziek even geweldig was de dj van de dag Zaki. En als u nu denkt dat het hier om een grappige naamsgelijkenis gaat: nee hoor, het gaat echt om dé Zaki van Cijfers en Letters. Het is al lang geen geheim meer dat de Dewaele Brothers hun eerste dj-stapjes zetten in de platencollectie van vader Dewaele. Op het BNRF draaide hij een zeer goede selectie van oude jazz, soul en rock en moderne dance-nummers.
Erg uitkijken was het naar de reünietour van Sly & The Family Stone. Op de laatste uitreiking van de Grammy Awards verscheen Sly Stone na ongeveer 25 jaar afwezigheid voor het eerst nog eens op de planken. De foto’s van een schijnbaar energieke en excentrieke Sly Stone (met extravagante hanenkam) waren overal te zien en beloofden een zeer goede reünie. Maar niets is, spijtig genoeg, minder waar. Het optreden begon minstens een half uur te laat – Sly Stone zat nog op zijn hotelkamer – en werd na drie nummers abrupt stilgelegd – Sly Stone was eindelijk aangekomen en moest zijn bandleden uitgebreid voorstellen. De Sly die op BNRF te zien was, was nog slechts een schim van de held die in de jaren zestig de muziek grondig veranderde door op fantastische wijze rock, funk, jazz, soul en gospel te versmelten. Hij schaarde een generatie jongeren achter zich door met een gemengde band te spelen en maatschappijkritische teksten op prachtige muziek te zetten. Het was dus enorm spijtig om te zien hoe Sly zich de tekst van een klassieker als Family Affair niet meer kon herinneren, of hoe hij de woorden van Stand amper nog over de lippen kreeg. De man is oud geworden en je vraagt je af waarom hij nog met de toer is begonnen – als hij er al zelf voor gekozen heeft. De band ving het gesukkel van Sly Stone redelijk goed op (soms met de nodige improvisatie), en speelde de ene klassieker na de andere: van Don’t Call me Nigger, Whitey over Everybody is a Star tot Thank You (Falletinme Be Mice Elf Agin).
